51 Jaar-- Onze Bolerostraat

Nijmegen

 

Cursus Word 2010

Word Cursus Deel1 Klick hier voor open

Kennismaken met Word 2010 (1)
Het programma Word

Voor alle duidelijkheid, in deze cursus maak ik gebruik van Office Professional.

Microsoft Word is in de eerste plaats een tekstverwerkingsprogramma, maar er is meer. We kunnen ook standaardbrieven, memoranda, fax, enveloppen, etiketten, en andere types van documenten maken.
 Je hebt ook volledige controle over de opmaak van uw documenten.
 Je kunt de grootte, de stijl, en de kleur van het lettertype controleren.
 Je kunt de lay-out van het document zelf ook controleren door de marges, de tabs, en de groepering van de pagina's te wijzigen.
 Met Word, is uw enige beperking uw verbeelding.
 In Word hebben we ook de mogelijkheid om grafieken, lijsten, en afbeeldingen te creëren.
 Bijvoorbeeld, je kunt spreadsheet van Excel invoeren in uw document, en dan een rapport met een grafiek creëren om de gegevens te illustreren.
 We kunnen Word ook gebruiken om tabellen te maken waarin we informatie opslaan, zelfs berekeningen laten uitvoeren.

We openen Word door te dubbelklikken op het Word-icoontje op ons bureaublad, of te klikken op de Windows Startknop en te kiezen voor "Alle programma's" - "Microsoft Office" - "Microsoft Word 2010 ".

De afbeelding hieronder is het scherm dat je ziet wanneer je Word 2010 opent.
002

De werkomgeving

Diegenen onder ons die met versie 2007 van Word hebben gewerkt, zal het wel zijn opgevallen, de "Office-knop" is verdwenen.
 Deze hebben ze vervangen door de knop "Bestand".
 Klikken op deze knop brengt je in de "Backstage" weergave. Hierover later meer.

We gaan eerst eens kijken wat we nog te zien krijgen.
Het Word venster bestaat eigenlijk uit twee vensters, je hebt het applicatievenster en je hebt het documentvenster.
Het document venster opent in het applicatievenster.
 Het document venster is waar we onze documenten maken of wijzigen.
 We kunnen het documenten venster sluiten zonder het applicatievenster te sluiten.
 Dit laat ons toe verschillende documenten te openen en te sluiten, zonder dat we steeds de applicatie opnieuw hoeven op te starten.
 Het documentenvenster bevindt zich in het applicatievenster.

Bovenaan het applicatievenster hebben we de Titelbalk.
In het midden van de titelbalk vinden we de naam van ons document, en de naam van de applicatie.
Aan de rechterkant van de titelbalk hebben we de knoppen "Minimaliseren", "Maximaliseren", en "Sluiten".
En aan de linkerzijde van de titelbalk hebben we de werkbalk "Snelle toegang".

Onder de titelbalk hebben we het Lint.
In het lint vinden we alle opdrachten die we kunnen uitvoeren in Word.
 Nieuw in de versie 2010 is dat we deze kunnen aanpassen, net als de werkbalk "Snelle toegang".

Onder het lint wordt het document getoond waarin we op dat ogenblik aan het werken zijn.
Aan de rechterzijde van ons document hebben we een verticale scrollbalk.

Onderaan het document vinden we de verschillende weergaveknoppen, de schuifbalk om in- en uit te zoomen in ons document, en de "Statusbalk".

Nu we een overzicht hebben gehad van de belangrijkste elementen op ons scherm, kunnen we deze eens van naderbij bekijken.

De titelbalk
003
De titelbalk vinden we dus bovenaan ons venster.

In het midden van de titelbalk vinden we de naam van ons document. Wanneer dit een nieuw, nog niet opgeslagen document is, zal Word dit steeds de naam "Document" geven, gevolgd door een nummer. Heb je het document opgeslagen onder en andere naam, zal hier deze naam worden weergegeven.
 Naast de documentnaam vinden we de naam van de applicatie, Microsoft Word dus.

Aan de rechter zijde van de titelbalk vinden we drie knoppen:
 Minimaliseren, Maximaliseren/Verkleinen, en Sluiten.

Klikken op de knop "Minimaliseren" plaatst de applicatie in de takenbalk van Windows.
Klikken op de knop "Maximaliseren" vergroot het applicatievenster tot volledige schermgrootte.
De knop "Maximaliseren" is een "Wisselknop". Wanneer hierop werd geklikt, zal deze veranderen in de knop "Verkleinen".

Wanneer we op de knop "Verkleinen" hebben geklikt, kunnen we de afmetingen van het venster aanpassen door met de randen te klikken en te slepen.
Klikken op de knop "Sluiten", sluit de applicatie.

Onthoud hiervan dat wanneer je deze knoppen gebruikt, deze betrekking hebben op de applicatie.

Word Cursus Deel2 Klick hier voor open

Kennismaken met Word 2010 ( deel 2)

De werkbalk "Snelle toegang"
Helemaal links in de Titelbalk, boven het "Lint", vinden we de werkbalk "Snelle toegang".
We hebben de mogelijkheid deze werkbalk onder het lint te plaatsen.
 Dit doe je door deze te rechtsklikken, en te kiezen voor "De werkbalk Snelle toegang onder het lint weergeven" in het drop-downmenu.
We herhalen dit om deze werkbalk terug boven het lint weer te geven.

Standaard worden de knoppen "Opslaan", Ongedaan maken", en "Opnieuw" weergegeven in deze werkbalk.
Maar we hebben de mogelijkheid knoppen toe te voegen, en te verwijderen uit deze werkbalk.

Eén manier om knoppen toe te voegen aan de "Werkbalk Snelle toegang", is door het naar beneden wijzend pijltje te klikken rechts naast de werkbalk "Snelle toegang", en te kiezen voor "Meer opdrachten...".
 Dit opent het dialoogvenster "Opties voor Word" waar het tabblad "Werkbalk Snelle toegang" is geselecteerd.
2

Aan de linkerzijde hebben we een lijst met alle opdrachten in Word.
Selecteer de knop die je wilt toevoegen aan de werkbalk Snelle toegang, en klik de knop "Toevoegen".
Aan de rechterzijde vinden we alle knoppen die op dat moment al in de werkbalk Snelle toegang staan.
Om een knop te verwijderen, selecteer je deze in de rechter lijst, en klik je de knop "Verwijderen".
In beide gevallen klik je de knop OK wanneer je klaar bent.

 

Wanneer je hebt geklikt op het naar benedenwijzend pijltje (1) naast de werkbalk Snelle toegang, 3
geeft dit een lijst (2) met de meest gebruikte opdrachten in Word.

 Indien de opdrachtknop die je wenst toe te voegen of te verwijderen hierin voorkomt, hoef je enkel hierop te klikken en hoef je niet naar het dialoogvenster "Opties voor Word" te navigeren.

Opdrachten die reeds worden weergegeven in de werkbalk Snelle toegang, worden voorafgegaan door een groen vinkje (3).

Om deze terug te verwijderen uit de werkbalk Snelle toegang, klik je nogmaals op de opdracht in de lijst.

De snelste manier om een opdracht te verwijderen uit de werkbalk snelle toegang, is door deze te rechtsklikken in de werkbalk en te kiezen voor "Verwijderen uit werkbalk Snelle toegang".         
Het lint (1)
Het belangrijkste gereedschap in Word 2010 is het lint.
 Alle opdrachten die we kunnen uitvoeren op ons document bevinden zich hier.
 Bovenaan het Lint vinden we de verschillende (standaard) tabbladen.
 Start, Invoegen, Pagina-indeling, Verwijzingen, Verzendlijsten, Controleren, en Beeld.
 Afhankelijk van het geselecteerde tabblad vinden we onderaan verschillende groepen.
 Een groep bestaat uit verschillende opdrachtknoppen.
5
Sommige van deze opdrachtknoppen hebben een naar beneden wijzend pijltje (1) naast zich.
Wanneer we hierop klikken, opent een drop-downmenu met meer opties:  
Naast sommige groepsnamen heb je een naar rechtsonder wijzend pijltje (1).
 Wanneer je hierop klikt, opent een dialoogvenster.
 In dit dialoogvenster is het tabblad reeds geselecteerd met de opties die je wil aanpassen (2).
7

Wanneer we dubbelklikken op het geselecteerde tabblad in het lint, zal dit het lint minimaliseren.
Dit geeft ons nog meer werkruimte.
911
Eénmaal klikken op een tabblad toont ons weer het lint.
 Klik je dan op een opdracht, wordt het lint terug verborgen.
 De sneltoetscombinatie om het lint te minimaliseren of te maximaliseren is Ctrl + F1 op je toetsenbord.

Wens je het lint terug te verankeren zodat dit steeds word getoond, dan dubbelklik je een tabblad.
13

Word Cursus Deel3 Klick hier voor open

Kennismaken met Word 2010 (3)

Het lint (2)

Nieuw in Word 2010, en trouwens elke applicatie van Office 2010, is dat we het lint kunnen aanpassen.
 Om het Lint aan te passen hebben we verschillende manieren.
 Een eerste en meest vlugge manier is in het lint te rechtsklikken, maakt niet uit waar, en te kiezen voor "Het lint aanpassen" in het drop-downmenu.
 Een tweede manier is in de weergave "Backstage" te kiezen voor "Opties", en in het dialoogvenster "Opties" te kiezen voor de categorie "Lint aanpassen". Maar meer over de Backstage weergave in een volgende les.

 In beide gevallen opent dit onderstaand dialoogvenster.
2

Aan de linkerzijde (a) vinden we alle opdrachten die we kunnen toevoegen aan het lint.
 Aan de rechterzijde vinden we de structuur van het lint (b), zoals deze er op dat ogenblik uitziet.
 Zo zie je bijvoorbeeld alle hoofdtabbladen (1), de verschillende groepen (2) en de verschillende opdrachtknoppen (3).

Om de inhoud van een hoofdtabblad, groep of opdrachtknop te bekijken klik je het plus-icoontje.
 Om deze terug in te vouwen klik je het min-icoontje (4).

Wat je moet weten en onthouden.
Een hoofdtabblad kun je niet verwijderen uit het lint, je kunt dit wel verbergen.
 Hiervoor klik je het vinkje voor het hoofdtabblad (5).
4
Wat je ook moet weten is dat je enkel groepen die vermeld staan in het vet, kunt verwijderen uit hoofdtabbladen. Trouwens, je kunt enkel iets verwijderen uit hoofdtabbladen wanneer de knop "Verwijderen" (1) vet wordt weergegeven.
 Je kunt de volgorde van de standaardtabbladen wijzigen door het hoofdtabblad te selecteren en de pijltjes te klikken in het dialoogvenster (2).
 Je kunt de naam wijzigen van een hoofdtabblad door het tabblad te selecteren, en de knop "Naam wijzigen" (3) te klikken.
6
Nu we weten hoe we een hoofdtabblad kunnen verbergen, is het een kleine moeite je eigen tabbladen te maken met daarin je eigen groepen en je eigen opdrachtknoppen.
 In dit voorbeeld verberg ik alle hoofdtabbladen met uitzondering van het hoofdtabblad "Start".
 Ik klik de knop "Nieuw tabblad" om een eigen gemaakt tabblad toe te voegen.
 Ik geef dit tabblad de naam "mijn tabblad". Hoe origineel.
 Ik selecteer het zojuist gemaakte tabblad in het lijstje en klik de knop "Nieuwe groep" en geef deze groep de naam "mijn groep".
 Vervolgens selecteer ik deze groep, selecteer de opdrachtknop die ik wil toevoegen in het lijstje aan de linkerzijde van het dialoogvenster, en klik de knop "Toevoegen.
8
Ben ik klaar klik ik de knop OK, en dit is het resultaat.
 Je eigen lint met slechts twee tabbladen (1).
9
Wens je later het lint terug in te stellen met de beginwaarden, klik je de knop "Beginwaarden" en kies je "Alle aanpassingen opnieuw instellen" in het drop-downmenu.
10
Zelf gemaakte tabbladen, groepen en opdrachtknoppen in een groep, kun je steeds verwijderen.

Word Cursus Deel4 Klick hier voor open

Kennismaken met Word 2010 (4)

De knop "Bestand"

Diegenen onder ons die met versie 2007 van Word hebben gewerkt, zal het wel zijn opgevallen, de "Office-knop" (1) is verdwenen.
 Deze hebben ze vervangen door de knop "Bestand" (2).
Cursus Word
De "Backstage" weergave (1)
 De Backstage-weergave is de plaats waar we onze bestanden beheren.
 Bijvoorbeeld:
 Bestanden opslaan, afdrukken, delen, opslaan als pdf, kortom alles wat je met een bestand doet en niet in het bestand.
Wanneer je op de knop "Bestand" hebt geklikt, wordt de Backstage-weergave geopend.

De weergave "Backstage" is verdeeld in drie delen.
 In het linkse deel (1) vinden we bovenaan vier knoppen met de meest gebruikte opdrachten in Word.
 Ik veronderstel dat iedereen wel weet wat deze doen, maar de sneltoetscombinaties hiervoor wil ik toch wel even vermelden.
 "Opslaan" = Ctrl + S
"Opslaan als" = F12
 "Openen" = Ctrl + O
 "Sluiten" = Alt + U

Word Cursus

In het linker deel onderaan hebben we een aantal tabbladen.
 "Info", "Recent", "Nieuw", "Afdrukken", "Opslaan en verzenden" en "Help", plus de knoppen "Opties" en "Afsluiten". Elk tabblad beschikt over een aantal opdrachten.

Het tabblad "Info" zal steeds zijn geselecteerd, wanneer we de knop "Bestand" klikken als er een Word bestand is geopend. Dit tabblad geeft ons informatie over het geopende bestand.

 In de middelste kolom vinden we de opdrachten "Machtigingen", "Voorbereiden voor delen" en "Versies".
 Met de knop "Machtigingen" kunnen we een werkmap geheel of gedeeltelijk beveiligen.
 Met de knop "Voorbereiden voor delen" controleren we het bestand op toegankelijkheid en compatibiliteit voor we het bestand gaan delen met derden.
 En met de knop "Versies" herstellen we niet opgeslagen versies van bestanden die we hebben gesloten zonder deze op te slaan.             
En in het rechtse deel (3) van het venster hebben we de eigenschappen van het geopende bestand.
 Eventueel kan je hier een titel, labels en/of categorieën toevoegen waarop je dan later een zoekfunctie in Windows 7 kunt uitvoeren.

Word Cursus

Het tweede tabblad is het tabblad "Recent".
 In het tabblad "Recent" vinden we in de middelste kolom (2) een lijst met recent geopende werkmappen, en in de rechtse kolom een lijst met recent geopende locaties (3) waarin deze werkmappen zich bevinden.
 De lijst met recent geopende werkmappen kan maximaal 50 bestanden bevatten.

Door te klikken op het "pin-icoontje" (a) naast het bestand, kun je het bestand vastmaken aan de lijst

Op deze manier zal het bestand (a) steeds bovenaan de lijst komen te staan en maakt het niet uit of je nu nog 100 bestanden opent. Het vastgepinde bestand zal steeds bovenaan het lijstje verschijnen.
 Om het vastgepinde bestand terug los te koppelen uit de lijst met vastgepinde bestanden, klik je nogmaals het "pin-icoontje" (a).
 Om een bestand te verwijderen uit de lijst met recente werkmappen, of uit de lijst met vastgepinde bestanden, rechtsklik je het bestand en kies je de optie "Uit lijst verwijderen" in het drop-downmenu.

Word Cursus

Opmerking!!
 Wanneer je een bestand verwijdert uit de lijst met recente werkmappen, verwijder je deze niet van je computer, enkel uit deze lijst.

Word Cursus Deel5 Klick hier voor open

Kennismaken met Word 2010 (5)

De "Backstage" weergave (2)

Het volgende tabblad in de weergave "Backstage" is het tabblad "Nieuw".
 Onder het tabblad "Nieuw" hebben we de mogelijkheid een nieuwe lege werkmap te maken, of te kiezen uit een sjabloon.
 Kies je te beginnen met een sjabloon klik je de knop "Voorbeeldsjablonen" (1), dan heb je de keuze uit meegeleverde sjablonen met Word, of wanneer je verbinding hebt met het Internet, kun je sjablonen downloaden van de Office.com website (2).

Wens je te beginnen met een lege werkmap, klik je de knop "Leeg document" (3).
008 
Trouwens wanneer je Word opent, zal er steeds een nieuw document worden geopend.

Het volgende tabblad is het tabblad "Afdrukken".
 In de middelste kolom (1) van het tabblad "Afdrukken" geven we de opties in voor de afdruk, zoals de afdrukstand, het aantal en het formaat. Allen lijken me wel duidelijk.
Aan de rechterzijde van het tabblad zie je een afdrukvoorbeeld (2).
 De sneltoetscombinatie om het tabblad "Afdrukken" te openen in een bestand, is Ctrl + P.
 Onthoud deze, dan hoef je niet steeds eerst naar de weergave "Backstage" te navigeren.
009

Het volgende tabblad is het tabblad "Opslaan en verzenden".
 In het tabblad "Opslaan en verzenden" kunnen we het bestand verzenden via e-mail of fax. Je kunt het bestand opslaan op het Internet en opslaan in Sharepoint.

Je kunt het bestandstype wijzigen, is nuttig wanneer je collega met een oudere versie van Word werkt. En je kunt het bestand opslaan als pdf formaat.
010

Het laatste tabblad is het tabblad "Help".
 Alle koppen op dit tabblad lijken me duidelijk, de knop "Opties" (1) bespreek ik wat uitgebreider in de volgende les.
 Om de weergave "Backstage" te sluiten klik je gelijk welk tabblad in het lint (2), of klik je de Esc-toets op je toetsenbord.
011

Word Cursus Deel6 Klick hier voor open

Kennismaken met Word 2010 (6)

Opties in Word (1)

Categorie "Algemeen"

Wanneer we het dialoogvenster "Opties voor Word" openen vinden we aan de linkerzijde de verschillende categorieën, aan de rechterzijde de verschillende opties voor de geselecteerde categorie.
 De eerste categorie is de categorie "Algemeen" met volgende opties:
Miniwerkbalk weergeven bij selectie:
 wanneer deze optie is aangevinkt geeft dit een miniwerkbalk (1) weer, wanneer we de tekst of getallen selecteren in een cel, waarmee we deze kunnen opmaken.
 Vind je dit vervelend schakel je deze optie uit. Wens je toch de miniwerkbalk te zien wanneer deze is uitgeschakeld, rechtsklik je het geselecteerde in een cel.
Live-voorbeelden inschakelen:
 deze optie toont ons een voorbeeld hoe het werkblad er zal uitzien, wanneer we voor deze opdracht kiezen. Heel interessant.
Kleurschema: lijkt me duidelijk
Stijl voor scherminfo:
 deze optie geeft een informatievenster (2) weer met de beschrijving van de knop waarover je de muisaanwijzer beweegt.
De optie "Gebruikersnaam" lijkt me ook duidelijk.
En als laatste hebben we nog het aanvinkvakje voor de tekst "E-mailbijlage in volledig scherm weergeven". Wanneer dit is geselecteerd zal dit zoals het zegt', een bijlage in Outlook, openen in volledige schermmodus.
002

Categorie "Weergave"
De tweede categorie is de categorie "Weergave".
 In de categorie "Weergave" bepalen we hoe het document verschijnt op het scherm.
 Al deze opties lijken me wel duidelijk.
004

Categorie "Controle"
De derde categorie is de categorie "Controle".
 Al deze opties zijn net hetzelfde dan in de applicatie Excel en lijken me wel duidelijk.
 Misschien het enige waarover een woordje uitleg zijn de "Auto Correctie-opties" (1).
 Wanneer we hierop klikken, opent een dialoogvenster (2) waarin we onder meer ingetypte gegevens kunnen vervangen door ander gegevens (3). Dit kan zijn nut wel hebben, bijvoorbeeld wanneer je de naam van je firma meermaals moet intypen. Maar ook dit is net hetzelfde dan in Microsoft Excel.
006

Word Cursus Deel7 Klick hier voor open

Kennismaken met Word 2010 (7)

Opties in Word (2)

Categorie "Opslaan"

In de categorie "Opslaan" bepaal je onder welk formaat je de documenten standaard wil opslaan (1). Werken je collega's met een oudere versie, is het misschien verstandig je documenten op te slaan als een Word 97 document.

Standaard zal Word 2010 een Auto Herstel document opslaan elke 10 minuten (2). Wens jij echter deze tijdspanne te wijzigen, dan wijzig je het aantal minuten in het betreffende vak. Wens je deze optie uit te schakelen, dan verwijder je het vinkje voor de tekst.
 De positie van de opgeslagen Auto Herstel documenten, en van standaarddocumenten kun je bepalen door de knop "Bladeren" (3) te klikken.


Categorie "Taal"
In de categorie "Taal" worden de talen die zijn geïnstalleerd weergegeven.
 Om een geïnstalleerde taal te verwijderen selecteer je deze in het lijstje (1), en klik je de knop "Verwijderen".
 Om talen toe te voegen klik je de tekst "Hoe kan ik meer talen..." (2). Let op, deze zijn niet gratis.
 Waarom zou je een taal toevoegen?
 Bijvoorbeeld wanneer je Word teksten wil laten vertalen van bv het Nederlands naar het Frans.
 Of ie dat goed doet heb ik mijn twijfels.


Categorie "Geavanceerd"

En als laatste hebben we nog de categorie "Geavanceerd".
 Alle opties die we kunnen instellen, en die niet thuishoren in een van de vorige categorieën, vinden we hier.
 Je moet deze allen maar eens overlopen, maar ik denk dat je hier weinig instellingen zult wijzigen.

Ben je niet zeker wat een wijziging van een bepaalde optie doet, doe ze dan niet, maar bekijk eerst even de Help-bestanden van Word.


De categorie "Lint aanpassen" en "Werkbalk Snelle toegang", hadden we reeds gezien in een eerdere les.

Word Cursus Deel8Klick hier voor open

Kennismaken met Word 2010 (8)

De liniaal

De liniaal geeft ons de mogelijkheid tabs te plaatsen in ons document, om de positie linealvan de tekst te bepalen.
Afhankelijk van de weergave van ons document, kan de liniaal anders worden getoond.
Zo zal bijvoorbeeld de liniaal horizontaal als verticaal te zien zijn wanneer we hebben gekozen voor de Afdrukweergave, en zal enkel de liniaal horizontaal te zien zijn wanneer we hebben gekozen voor de Conceptweergave.
                 

Je kunt de linialen tonen of verbergen door te klikken op de knop "Liniaal" rechtsboven de verticale scrollbalk.

Of het tabblad "Beeld" te kiezen in het lint, en het vakje voor de tekst "Liniaal" aan of uit te vinken.               

De liniaal en het instellen van verschillende tabs, wordt verder in deze les uitgebreider besproken wanneer we deze gaan gebruiken.
Het enige wat je nu moet onthouden is hoe je deze toont of verbergt.

De scrollbalken
Scrollbalken kunnen zowel verticaal als horizontaal langs de rechter en de onderkant van ons documentvenster verschijnen.
 Aan het eind van de scrollbalken hebben we pijltjes, die de richting aanwijzen naar waar zal worden gescrold.


We gebruiken de scrollbalken om door onze documenten te scrollen, dat is nogal duidelijk.
Je kunt hiervoor de pijltjes aan het eind van de scrollbalk gebruiken, of je kunt klikken met de muis in de balk om vlugger naar onder, boven rechts, of onder te scrollen.
Diegenen onder jullie die een muis hebben met een wieltje, kunnen dit gebruiken om verticaal te scrollen in het document.
Onderaan de verticale scrollbalk vinden we drie knoppen:

Vorige pagina: klikken op deze knop, zal in een document met meerdere pagina's naar de vorige pagina gaan. Hetzelfde bereik je door de knop "Page Up" op je toetsenbord te klikken.
Bladerobject selecteren: klikken op deze knop opent een venstertje waarin je het object kunt selecteren waarop je wilt bladeren. Standaard staat deze ingesteld op "Bladeren per pagina". Selecteer een ander item, en klik de knop met de naar onder of boven wijzende pijltjes.
Volgende pagina: klikken op deze knop, zal in een document met meerdere pagina's naar de volgende pagina gaan. Hetzelfde bereik je door de knop "Page Down " op je toetsenbord te klikken.

De weergaveknoppen
De weergaveknoppen bevinden zich rechts onderaan het applicatievenster.

We gebruiken deze knoppen om de weergave van ons document te wijzigen.
Standaard is de Afdrukweergave geselecteerd, welke de meest gebruikte weergave is wanneer we ons document maken.
Tenzij anders wordt vermeld, wordt deze weergave gebruikt in de volgende lessen van deze cursus.
Deze weergave laat ons toe het document te zien, hoe het zal worden afgedrukt.
De tweede weergave is de knop "Lezen in volledig scherm". Deze gebruiken we wanneer ons document willen bekijken in volledige schermgrootte.
De derde weergave is de knop "Weblay-out". Deze gebruiken we wanneer we een document maken dat zal worden gepubliceerd op het Internet.
De vierde weergave is de knop "Overzicht". Deze weergave laat zien hoe een document is opgebouwd, en maakt het eenvoudiger om de structuur van een document te wijzigen.
En de vijfde is de knop "Concept". Deze weergave is handig voor het bewerken en opmaken van tekst.

Een andere manier om over te schakelen naar een andere weergave is het tabblad "Beeld" te selecteren in het lint, en je weergave te kiezen in de groep "Documentweergaven".

De zoomschuifregelaar
We gebruiken de zoomschuifregelaar om in te zoomen wanneer we een document van dichterbij willen bekijken, of om uit te zoomen wanneer we een document in een kleiner formaat willen bekijken.

Schuif de regelaar naar links om uit te zoomen, of schuif de regelaar naar rechts om in te zoomen.
Een tweede manier is hiervoor de - en de + knop te gebruiken.
Een derde manier is het tabblad "Beeld" te selecteren in het lint, en de knoppen te gebruiken in de groep "In-/uitzoomen".
Ik denk dat deze wel duidelijk zijn, en geen verdere uitleg hoeven.

De Statusbalk
Helemaal onderaan het applicatievenster vinden we de Statusbalk.

In de statusbalk vinden we standaard informatie over de pagina waarin we ons bevinden, het aantal woorden dat is gebruikt in deze pagina, de taalinstelling, de macro-opnameknop, en weergaveknoppen plus de zoomschuifregelaar.
 Maar de informatie die wordt weergeven in deze balk kunnen we aanpassen.
Klik hiervoor met de rechtermuisknop op de statusbalk.
In het drop-downmenu dat verschijnt, worden de objecten die zijn aangevinkt getoond in de statusbalk.
 Wens je dus meerdere objecten toe te voegen, klik je deze in het menu die niet zijn aangevinkt.
Wens je er te verwijderen, klik je deze die zijn aangevinkt.

De Mini werkbalk

Nieuw sinds Word 2007 is de Mini werkbalk.
 De Mini werkbalk verschijnt transparant, wanneer je met de muisaanwijzer over geselecteerde tekst beweegt.

De transparantie verdwijnt wanneer je met de muisaanwijzer over de werkbalk beweegt.   
We kunnen de Mini werkbalk gebruiken om vlug de opmaak van de geselecteerde tekst te wijzigen.
Werkt deze op je zenuwen dan kun je deze uitschakelen.
 Hoe?
 Dat heb je gezien in een vorige les.

Sneltoetsen
Voor diegenen onder jullie die niet weten wat een sneltoets is, een sneltoets is een toetsencombinatie die we op ons toetsenbord indrukken om één of andere functie uit te voeren.

Wanneer je vaak met bepaalde programma's werkt, kan het je wel eens heel wat tijd besparen wanneer je gebruik maakt van sneltoetsen.
 Heb je moeite om al die verschillende sneltoetsen te onthouden, dan maakt Word 2010 het je erg makkelijk om die snel weer op te roepen.

 

Het enige wat je moet doen is de ALT-toets op je toetsenbord drukken.
 Word zal de letters weergeven die je moet klikken op je toetsenbord, om een bepaald tabblad te selecteren.
 Heb je een letter geklikt, bv de letter "R", dan wordt voor alle opties die onder dit tabblad liggen een sneltoets getoond.

 Er zullen er wel zijn die zo werken, maar ik niet. Tegen de tijd dat ik gevonden heb welke toets ik voor een bepaalde optie moet intypen, heb ik deze optie al lang geklikt.



Om deze terug te verwijderen, klik je nogmaals de Alt-toets op je toetsenbord.

De sneltoetscombinaties die in eerdere versies van Word werden gebruikt, kunnen nog steeds worden toegepast.
Alleen kan je deze nu niet meer zien staan achter de verschillende opdrachten in de verschillende menubalken.

Word Cursus Deel9 Klick hier voor open

Basis handelingen (1)

Ingeven van tekst

Wanneer we Word 2010 openen, wordt er automatisch een nieuw document getoond op ons scherm, waar de cursor knippert op de eerste lijn van het document.
Wanneer je een kleine hoeveelheid tekst begint te typen, en de Entertoets van je toetsenbord klikt om de cursor op de volgende lijn te plaatsen, beschouwt Word de ingegeven tekst als een alinea (1).
Dit is belangrijk om te weten wanneer je alinea's begint op te maken.

Wanneer je een grote hoeveelheid tekst intypt, zal Word automatisch op de volgende lijn verder gaan wanneer je het einde van een lijn hebt bereikt (2).
Dit noemt men automatische terugloop.

Beeld1

Opslaan en Opslaan als...

Eénmaal we gegevens hebben getypt in ons document, willen we deze natuurlijk opslaan.Beel2
Om een document op te slaan klik je de knop "Bestand" links bovenaan de applicatie.
In het backstage venster dat verschijnt hebben we twee opties: Opslaan en Opslaan als...
De optie "Opslaan" laat ons toe, een reeds eerder opgeslagen document waarin wijzigingen zijn aangebracht, op te slaan.

De optie "Opslaan als..." laat ons toe ons document een toepasselijke naam te geven wanneer we dit opslaan. Het laat ons ook toe, een reeds eerder opgeslagen document op te slaan onder een nieuwe naam.

 

Wanneer we kiezen voor de optie "Opslaan als...", en klikken op het item "Word-document", opent een dialoogvenster.
Standaard wil Microsoft Word je document opslaan in de folder "Mijn documenten".
Je kunt navigeren naar gelijk welke folder op je computer om het bestand op te slaan.

Word slaat je bestand op met de extensie .docx (1).
.docx is de nieuwe extensie vanaf Word 2007, eerdere versies van Word hadden de extensie .doc
Tip!
 Werk je met meerdere personen aan een document, waarvan sommige personen nog werken met een oudere versie dan 2007, sla het bestand dan (ook) op als "Word 97 -2003 document".

Geef het bestand een toepasselijke naam, en klik de knop "Opslaan".
Dit slaat het bestand op in de map die je hebt gekozen, onder de naam die je hebt ingegeven.

Beeld3

De naam van ons document wordt nu weergegeven in de titelbalk.
 Wanneer je later gegevens wijzigt in je document, klik je de knop "Opslaan" in de werkbalk "Snelle toegang". Dit zal het document opslaan onder dezelfde naam in dezelfde folder.
 Wens je echter de oude versie van het document te behouden, klik je de knop "Opslaan als" in de backstage, en geef je het document een andere naam.

 Niet opgeslagen documenten recupereren

Stel, je hebt om een of andere reden een document afgesloten, zonder de wijzigingen te hebben opgeslagen. Dit is uiteraard niet verstandig, maar geen paniek, we kunnen dit recupereren.

In les 7 van deze cursus had ik je reeds verteld dat Word 2010 automatisch je document zal opslaan door middel van de optie "AutoHerstel".
Nu ga ik je vertellen hoe je deze vernieuwde maar niet opgeslagen documenten weer opent.
Het eerste wat je doet is het gewijzigde maar niet-opgeslagen document openen.
 Klik vervolgens de knop "Bestand" (1) in het lint, en in de backstage weergave selecteer je de categorie "Info" (2).
 Zoals je ziet in de sectie "Versies" (3) word(en) het (de) niet opgeslagen document(en) hier vermeld.

Dubbelklik het document om dit opnieuw te openen.
 Wanneer we dit niet-opgeslagen document openen, vinden we bovenaan de waarschuwing dat het over een niet opgeslagen document gaat, nogal logisch, met twee knoppen, "Vergelijken" en "Herstellen".

Beeld4

Klikken op de knop "Herstellen" zal een dialoogvenster openen waar je alsnog het document kan opslaan.


In de volgende les gaan we zien wat er gebeurd wanneer we de knop "Vergelijken" klikken.

Word Cursus Deel10 Klick hier voor open

Basis handelingen (2)

Documenten vergelijken

Niet meteen een basishandeling, maar nu we toch in vorige les hebben gezien hoe we een niet opgeslagen document recupereren, kan ik je best maar meteen uitleggen wat de tweede knop "Vergelijken" doet.
 De optie "Vergelijken" vergelijkt twee documenten met elkaar, en bepaalt de verschillen tussen elkaar.

In dit geval vergelijkt het dus de niet opgeslagen versie van het bestand met de laatst opgeslagen versie van het bestand.

Wanneer we hebben geklikt op de knop "Vergelijken" opent het "vergelijkingsvenster".
 Bovenaan rechts vinden we het originele document (1), de niet opgeslagen versie dus.
 Daaronder vinden we het door Word bijgehouden gewijzigde document (2).
 In het midden hebben we het hele nieuwe document waarin de wijzigingen in het rood worden weergegeven (3). De kleur van de wijzigingen is afhankelijk van de uitgevoerde wijziging.
 Al die kleurtjes weet ik niet van buiten, maar tekst dat is toegevoegd is rood, tekst die is gewijzigd is blauw en wordt doorstreept, tekst die is verplaatst wordt dan weer groen weergegeven.
 Welk kleurtje deze wijzigingen hebben maakt eigenlijk niet uit, want aan de linkerzijde van het venster zien we in een lijstje toch een omschrijving van alle wijzigingen.          

Dubbelklik je in dit lijstje een wijziging, dan word je onmiddellijk in het middelste deel (3) van het venster naar die bepaalde wijziging gebracht.

Wens je het bestand alsnog op te slaan, klik je de knop "Bestand", en kies je "Opslaan" of "Opslaan als...". Of je klikt de knop "Opslaan" in de werkbalk "Snelle toegang".


In bovenstaand voorbeeld heb ik de optie besproken hoe je een opgeslagen document met een niet opgeslagen document vergelijkt, maar dit kun je ook met twee opgeslagen documenten.
 Kies hiervoor het tabblad "Controleren" in het lint, klik de knop "Vergelijken", en nogmaals de knop "Vergelijken" in het pop-upmenu.

beel2

Dit opent het dialoogvenster "Documenten vergelijken".
 In het linker vak navigeer je naar het oorspronkelijk document, in het rechter vak navigeer je naar het te vergelijken document. Eigenlijk maakt het niet veel uit welk document in welk vak staat, zolang dat je de twee documenten die je wilt vergelijken maar in een vak staan.
 Om te navigeren naar het document klik je de mapicoontjes (3), maar dat had je wel al door, denk ik.

Door te klikken op de wisselknop "Meer/Minder" (4) ontouwd het dialoogvenster, en kunnen we bepaalde vergelijkingsinstellingen in- of uitschakelen.

Links onderaan het venster hebben we nog de twee opties in de sectie "Wijzigingen weergeven".
 De eerste, "Tekenniveau", zal wijzigingen weergeven per karakter.
 De tweede "Woordniveau", zal wijzigingen weergeven per woord.

Rechts onderaan in de sectie "Wijzigingen weergeven in" hebben we de mogelijkheid tussen "Oorspronkelijk document", "Gereviseerd document" of "Nieuw document".
 De laatste optie lijkt me het meest aangeraden.
 Op deze manier behouden we steeds de overige twee documenten.

 Klik de knop OK wanneer je klaar bent.


Dit brengt ons in het vergelijkingsvenster.
 Bovenaan in het lint hebben we de knoppen om wijzigingen te accepteren of te negeren.
 En hebben ook nog de pijltjesknoppen om naar de vorige en volgende wijziging te navigeren.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Word Cursus Deel11 Klick hier voor open

Basis handelingen (3)

Compatibiliteitsmodus

Wanneer je een document opent in Word 2010 dat is gemaakt in versie 2003 of eerder van Word, wordt de compatibiliteitsmodus ingeschakeld. Dit wordt vermeld in de titelbalk van het documentvenster.
In compatibiliteitsmodus kunt u documenten uit eerdere versies van Word openen, bewerken en opslaan, maar kan je geen van de nieuwe functies in Office Word 2010 gebruiken.

image2

Om van deze mogelijkheden gebruik te kunnen maken, moet je het document opslaan als Word 2010 document.
Klik hiervoor op de knop "Bestand", en kies "Opslaan als..." uit de lijst.
 Klik het naar benedenwijzend pijltje naast het vak "Opslaan als:" en kies "Word-document (*docx)".

Omgekeerd kan je ook tewerk gaan, je kunt een Word 2007 document opslaan als een Word document uit een eerdere versie.
De nieuwe functies uit Word 2010 die werden gebruikt zullen dan wel verloren gaan.
Klik hiervoor op de knop "Bestand", en kies "Opslaan als..." uit de lijst, en kies "Word 97-2003-document" uit de verschillende opties.
In het dialoogvenster dat verschijnt, zal je er worden op gewezen dat je, indien je die had gebruikt, de functies van Word 2010 zult verliezen.
Klik OK wanneer je hiermee kunt leven.
Word 2010 document openen in versies 2003 of ouder
Wanneer je een Word 2010 bestand wil openen in een versie 2003 of eerder van Word, moet je een Compatibility Pack downloaden. Deze converter voegt de mogelijk toe aan Office 2000, Office 2003 en Office XP software om office 2010 bestanden te openen, bewerken, en op te slaan.
Je kunt dit vinden op de site van Microsoft, als je zoekt naar "Compatibiliteitspakket voor Microsoft Office Word, Excel en PowerPoint 2010-bestandsindelingen".
Momenteel is dit volgend adres:
http://www.microsoft.com/downloads/details.aspx?displaylang=nl&FamilyID=941b3470-3ae9-4aee-8f43-c6bb74cd1466
Opslaan als PDF
Net als Word 2007 laat Word 2010 ons toe onze documenten op te slaan als een .pdf bestand.
Een .pdf bestand ( Portable Document Format) is de standaard voor de uitwisseling van elektronische documenten en formulieren die in hun oorspronkelijke vorm gereproduceerd moeten kunnen worden.
Lettertypen, afbeeldingen en lay-out van elk PDF document blijven behouden.
Een PDF-bestand zal er hetzelfde uitzien op elke printer. Een PDF-bestand is platform onafhankelijk, met andere woorden het kan dus op alle platformen (Windows, Linux, ...) bekeken en/of bewerkt worden. Ideaal voor het verspreiden van handleidingen en dergelijke.
De PDF-indeling is ontwikkeld door Adobe.
Om een document op te slaan als .pdf navigeer je naar de backstage-weergave (1), kiest de categorie "Opslaan en verzenden" (2), klikt PDF- of XPS-document maken" (3), en klikt de knop "PDF of XPS maken (4).
In het dialoogvenster dat verschijnt, navigeer je naar de plaats waar je het PDF-bestand wil opslaan.

Verzenden van documenten

In Word 2010 hebben we de mogelijkheid om vanuit de applicatie, onze documenten te verzenden via e-mail.
 Navigeer hiervoor terug naar de backstage-weergave, kies "Opslaan en verzenden", kies "per e-mail verzenden" en klik de knop "Als bijlage verzenden".
Dit zal je standaard e-mailprogramma openen, waar het bestand reeds als bijlage is toegevoegd.

Word Cursus Deel12 Klick hier voor open

Tekst opmaken (1)

Tekst selecteren

Tekst selecteren kunnen we op verschillende manieren, zowel met de muis als met het toetsenbord.
De meest gebruikte manier is met de muis.
Klik aan het begin van de tekst die je wilt selecteren.
Hou de muisknop ingedrukt, en sleep over de tekst die je wilt selecteren.
Om de selectie ongedaan te maken, klik je ergens in het document.
Om slechts één woord te selecteren, dubbelklik je het woord met de muis.
Om een hele alinea te selecteren, trippleklik je een woord met de muis.
Je kunt ook je muis in combinatie met je toetsenbord gebruiken om tekst te selecteren.
Klik hiervoor aan het begin van de tekst die je wil selecteren, hou de Shifttoets op je toetsenbord ingedrukt, en klik met je muis op de plaats waar je de selectie wil beëindigen.
De "klik - Shiftklik" methode werkt in alle applicaties van Microsoft en wordt gebruikt om naast elkaar liggende gegevens te selecteren.
Om niet naast elkaar liggende gegevens te selecteren, gebruik je de "klik - Ctrl klik" methode.
Bijvoorbeeld, selecteer het eerste woord, hou de Ctrl-toets op je toetsenbord ingedrukt, en klik het volgende woord of zin.

Bild002

De Ctrl-toets kunnen we ook gebruiken om een zin te selecteren.
Hou hiervoor de Ctrl-toets ingedrukt, en klik een woord in de zin.
Nog een manier om tekst te selecteren is je muisaanwijzer in de linker marge te plaatsen, tot deze wijzigt in een wit pijltje.
Klik op de muis eenmaal om 1 lijn te selecteren.
Klik en sleep met de muis om verschillende lijnen te selecteren.
Dubbelklikken in de linker marge zal de hele alinea selecteren.
Trippleklikken met de muis zal alle tekst selecteren.

Beeld 004

Om alles te selecteren in je document kun je de sneltoetscombinatie "Ctrl + A" klikken op je toetsenbord.

Documentweergaves

In Word 2010 hebben we verschillende weergavemogelijkheden om in te werken.
De verschillende weergavemogelijkheden vinden we onder het tabblad "Beeld" bovenaan het lint,

Beeld006

en onderaan het applicatievenster, aan de rechterkant van de statusbalk.

Beeld008

Standaard staat deze ingesteld op de "Afdrukweergave".
De "Afdrukweergave" toont ons de marges, de kop- en voetteksten, en alle opmaakmogelijkheden die werden gebruikt in ons document.
Onder het tabblad "Beeld" hebben we de groep In-/Uitzoomen.         
Standaard wordt ons document weergegeven in 100% grootte. 9
 Dit kan je zien in de Zoomschuifregelaar onderaan het venster.
In het tabblad "Beeld" hebben we de mogelijkheid één of twee pagina's te bekijken van ons document.
Dit maakt het makkelijk om te bekijken hoe ons document overloopt van het ene blad naar het Beeld010andere.

De optie"Pagina breedte" geeft het document weer in de hele schermbreedte.
Om terug te keren naar de 100% weergave klik je de knop 100%.
De weergave Weblay-out toont hoe je document er zou uitzien wanneer je het publiceert op het Internet.
De weergave "Concept" geeft ons de pagina-einden weer.
Het toont ons geen marges, noch de kop- en voetteksten.
Overzichtweergave toont ons document in een overzichtopmaak.
Wanneer je de optie "Overzichtweergave" hebt geklikt verschijnt er een extra tabblad "Overzicht":

Beeld012

Overzichtweergave laat ons toe bepaalde gegevens in ons document in- of uit te vouwen, zodat we in verschillende gebieden van ons document makkelijk kunnen werken.
Je kunt de gebieden in en uitvouwen door te klikken op de plus- en minknoppen in het lint, of deze te dubbelklikken in het document.
Om de overzichtsweergave te sluiten klik je de knop "Overzichtsweergave sluiten" in het lint.
De laatste weergave "Lezen in volledig scherm" wordt besproken in de volgende les.

Word Cursus Deel13 Klick hier voor open

Tekst opmaken (2)

Weergave "Lezen in volledig scherm"

De weergave "Lezen in volledig scherm" werd geïntroduceerd in Word 2007.
De optie "Lezen in volledig scherm" vinden we onder het tabblad "Beeld" in het lint, en in de Statusbalk.
Wanneer we hierop klikken verbergt dit alle opdrachtknoppen en de scrollbalken in het document.
 Van ons document worden standaard de eerste twee pagina's getoond.

Beeld1

Bovenaan in de werkbalk hebben we een aantal knoppen om bijvoorbeeld ons document op te slaan, af te drukken, en een aantal mogelijkheden van weergaveopties.
Klik de knop "Sluiten", of klik de Esc-knop op je toetsenbord op deze weergave te sluiten.

De knop "Alles weergeven"
De knop "Alles weergeven" vinden we onder het tabblad "Start" in het lint.

Beeld2

Wanneer we hierop hebben geklikt, worden ons alle niet zichtbare karakters getoond, zoals bijvoorbeeld een spatie, een alinea, een inspringing etc., in ons document.
Deze karakters word uiteraard niet afgedrukt, maar kunnen wel nuttig zijn bij de opmaak van ons document.

Wijzigen van tekst
We hebben een aantal mogelijkheden om onze tekst te wijzigen in ons document.
Een eerste manier is je cursor te plaatsen waar je de tekst wil wijzigen.
Door gebruik te maken van de "Backspace"-toets en de "Delete"-toets op ons toetsenbord kunnen we tekst verwijderen.
De "Backspace"-toets zal het karakter voor de cursor verwijderen, de "Delete"-toets zal het karakter na de cursor verwijderen.

Een andere manier om tekst te verwijderen is het woord te selecteren, en de Delete-toets op je toetsenbord te klikken.
Wens je een woord te vervangen door een ander woord, selecteer je het woord, en begin je te typen.

Word Cursus Deel14 Klick hier voor open

Tekst opmaken (3)

Kopiëren, knippen en plakken

Om gegevens uit je document te knippen of te kopiëren en daarna te plakken hebben we heel wat manieren. Een aantal zal ik hier met jou bespreken. Beeld1
 Wat je echter steeds eerst moet doen, is de gegevens selecteren.

Een eerste manier om gegevens te kopiëren is dus deze te selecteren,  de knop "Kopiëren" (2) te klikken in ket lint, vervolgens de cursor plaatsen op de positie in je document waar je deze wilt, en de knop "Plakken" (3) te klikken in het lint.     

Vlugger kan het door de sneltoetscombinatie Ctrl + C te klikken op je toetsenbord om te kopiëren, en Ctrl + V te klikken om te plakken.

Nog een andere manier om gegevens te kopiëren is de gegevens te selecteren, de Ctrl-toets op je toetsenbord ingedrukt houden, en deze gegevens te slepen naar de positie die je wenst.

Om gegevens te knippen en te plakken selecteer je dus ook eerst de gegevens, klik je daarna de knop "Knippen" (1) in het lint, vervolgens plaats je de cursor op de positie in je document waar je deze wilt, en klik je de knop "Plakken" (3) in het lint.

De sneltoetscombinatie hiervoor is Ctrl + X te klikken op je toetsenbord om te knippen, en Ctrl + V om te plakken.

Nog een andere manier om gegevens te knippen is de gegevens te selecteren, en deze gegevens

Beeld2

te slepen naar depositie die je wenst.
Nieuw in Word 2010 echter is dat we nu een voorbeeld kunnen zien voor er is geplakt.

Klik hiervoor het naar benedenwijzend pijltje onder de optie "Plakken" (4).  
In het drop-downmenu dat verschijnt zie je de verschillende plakopties (5).
 Wanneer je de muisaanwijzer over de verschillende plakopties beweegt, zie je het resultaat reeds verschijnen in het werkblad.
 Ben je tevreden, klik je het icoon van de plakoptie

.Beeld4

Gegevens "plakken" kan je zoveel maal herhalen dat je wenst.

Het klembord

Het klembord is een handig hulpmiddel om gegevens te plakken die reeds eerder werden gekopieerd of geknipt.
 Normaal word het laatst geknipte of gekopieerde gegeven geplakt.
 Maar door gebruik te maken van het klembord kunnen we terug gaan tot 24 handelingen die we hebben uitgevoerd.

Klik het naar benedenwijzend pijltje (1) naast de tekst "Klembord" om dit te openen.
Om items toe te voegen aan het klembord kopieer of knip je gegevens uit het document, of gelijk welk andere applicatie.

Om gegevens uit ons klembord te plakken in een document, plaats je eerst de cursor op de plaats in het document waar je de gegevens wil plakken, en klik je daarna het item in het klembord.
Klik het drop-downpijl dat verschijnt, en kies "Plakken" (2).

Wens je een item te verwijderen uit het klembord, dan klik je het item, en kies je voor "Verwijderen". Maar dat had je wel al door, denk ik.

Wens je alle items uit ons klembord te plakken of te wissen, klik je de respectievelijke knoppen bovenaan het klembord. (3)

Wens je het klembord te sluiten, klik je de x (4) in de rechter bovenhoek van het "Klembord".

De knoppen "Ongedaan maken" en "Opnieuw wissen" Beeld3
De knoppen "Ongedaan maken" en "Opnieuw wissen" vinden we standaard in de werkbalk "Snelle toegang".          
De knop "Ongedaan maken" zal de laatst uitgevoerde bewerking verwijderen.
Bijvoorbeeld,
 heb je een volledige alinea per ongeluk verwijderd uit je document, klik je de knop "Ongedaan maken", en zal deze alinea terug op zijn plaats worden gezet alsof er nooit iets is gebeurd.
Klikken op de knop "Opnieuw wissen" zal terug deze alinea verwijderen.

Heb je meerdere handelingen "Opnieuw gewist" verschijnt er een naar beneden wijzend pijltje naast de knop "Ongedaan maken". Wanneer je hierop klikt, verschijnt er een drop-downmenu met de verschillende laatst uitgevoerde handelingen.

In plaats van de "Ongedaan maken" knop verschillende malen te klikken, kun je uit dit drop-downmenu kiezen hoever je terug wil gaan om handelingen ongedaan te maken.

Kies je een handeling uit de lijst die je wil ongedaan maken, dan zal Word deze en alle andere bovenliggende handelingen uit de lijst ongedaan maken.

Sneltoets om de handeling "Ongedaan maken" is Ctrl + Z op je toetsenbord.
De sneltoets op de handeling "Opnieuw wissen" uit te voeren is Ctrl + Y op je toetsenbord.

Word Cursus Deel15 Klick hier voor open

Tekst opmaken (4)

 Spelling en grammatica controle

Hoewel de spelling en grammatica functie zeker niet foutloos is, heeft deze functie zeker zijn nut. Zeker in mijn geval. Ik doorloop even de teksten die ik heb geschreven voor deze cursussen, en haal op deze manier hiermee de grootste kemels die ik heb getypt er uit.
 Er zijn een aantal manieren om de spelling en grammatica functie uit te voeren.
 Een eerste manier is door het tabblad "Controleren" te kiezen in het lint, en de knop "Spelling en grammaticacontrole" te klikken.
 Een tweede manier is de F7 toets te klikken op je toetsenbord.

In beide gevallen wordt een dialoogvenster getoond:

Beeld 1

Het verkeerd gespelde woord wordt geselecteerd in ons document, en in het dialoogvenster wordt er een alternatief gesuggereerd.
Klikken op de knop "Eenmaal negeren" zal deze fout eenmaal negeren in ons document.
 Klikken op de knop "Alles negeren" zal deze fout altijd negeren in het document.
 En klikken op de knop "Toevoegen aan woordenlijst" zal dit woord toevoegen aan de lijst met woorden.
Dit is bijvoorbeeld handig in het geval van een firmanaam of zoals in het voorbeeld hierboven, voor het woord Gratis Cursus.

Beeld2
Eenmaal je dit woord hebt toegevoegd aan de woordenlijst zal Word dit woord niet meer aanzien als een schrijffout.

Klikken op de knop "Wijzigen", zal het verkeerd gespelde woord in ons document wijzigen met het geselecteerde woord in de lijst met suggesties.
Klikken op de knop "Alles wijzigen", zal al deze verkeerd gespelde woorden in ons document wijzigen met het geselecteerde woord in de lijst met suggesties.
Klikken op de knop "Autocorrectie" zal automatisch de schrijfwijze van het woord aanpassen van zodra je een spatie typt.

Klikken op één van deze knoppen zal de opdracht uitvoeren, en Word zal verder gaan naar het volgend verkeerd gespelde woord.

Rood gekleurd golvende lijnen zijn spelfouten.

Groen gekleurd golvende lijnen zijn grammaticafouten.
Wanneer alles is gecontroleerd verschijnt er een venster met de melding dat de Spelling en grammatica controle is uitgevoerd.

Synoniemen

beeld4

Wanneer je niet het juiste woord vind, of je wil wel eens wat anders, dan kan je de functie Synoniemen gebruiken.
 Om synoniemen te vinden van een woord rechtsklik je het woord, en ga je met de muisaanwijzer over de optie "Synoniemen".
 Een lijst verschijnt met alle woorden die min of meer dezelfde betekenis hebben.
 Klik het woord in de lijst dat je wil. Word zal dan het vorige woord vervangen door het door jou geklikte woord.

Een tweede en meer uitgebreide manier om synoniemen te vinden is door te klikken op de knop "Onderzoek" in het tabblad "Controleren" in het lint.
Selecteer eerst het woord waarvoor je een synoniem wil vinden.
Mocht dit niet zijn geselecteerd, selecteer je het tabblad "Controleren" in het lint.
En klik de knop "Onderzoek", helemaal links in het lint.
Beeld3
Het taakvenster "Onderzoeken" opent aan de rechter kant van het venster.
 Het woord waarvoor we een synoniem zoeken is reeds ingevuld in het bovenste vak.
 Naast het tweede vak klik je de naar beneden wijzend pijltje, en kies je "Synoniemlijst: Nederlands (standaard).

Onmiddellijk wordt een lijst met verschillende synoniemen getoond.
Klikken op een synoniem (1) opent een drop-down menu  met drie mogelijkheden, "Invoegen", "Kopiëren", en "Opzoeken".
De eerste twee zijn wel duidelijk denk ik. Klikken op de derde keuze, "Opzoeken", plaatst dit woord in het bovenste vak "Zoeken naar", en begint opnieuw te zoeken naar synoniemen van dat woord.
Klik "Invoegen" uit de drop-down lijst wanneer je tevreden bent met het synoniem.

Word Cursus Deel16 Klick hier voor open

Tekst opmaken (5)

Vertalingen

In Word 2010, en daarvoor, hebben we de mogelijkheid teksten te vertalen.
 Selecteer hiervoor het tabblad "Controleren" in het lint, klik de knop "Taal", kies "Vertalen", en klik een van de drie opties.
 De middelste optie "Geselecteerde tekst vertalen" opent het deelvenster "Onderzoeken" waar de geselecteerde tekst wordt vertaald (2). In de vakken "Van:" en "Naar:" geef je de talen in.

Beeld1

De derde optie "Minivertaler" zal een venstertje tonen met daarin de vertaling, wanneer je de muisaanwijzer over de tekst beweegt.

Beeld2

De eerste optie geeft de vertaalde tekst weer in een Browservenster, waar je zelfs hele internetpagina's kunt laten vertalen.
Beeld3
Wat betreft die vertalingen, vergelijk het een beetje met Elio Di Rupo die Nederlands spreekt. Hij doet wel zijn best, maar toch trekt het op geen klo*en
De Nederlanders onder ons zullen deze persoon niet kennen maar geloof me, je mist niks.

Opmaak kopiëren

Wanneer we een bepaalde opmaak voor een tekst hebben ingesteld, kan het wel eens voorvallen dat we deze opmaak willen toepassen op andere tekst in ons document.

Hiervoor hoeven we niet al deze handelingen terug uit te voeren, maar gebruiken we de knop "Opmaak kopiëren/plakken" in het lint, onder het tabblad "Start".

Beeld4

Selecteer hiervoor eerst de tekst waarvan je de opmaak wil kopiëren, en klik de knop "Opmaak kopiëren/plakken" in het lint.
Wanneer je nu de muisaanwijzer beweegt over ons document, zie je dat deze is veranderd in een borsteltje met een verticaal streepje.
Klik en sleep over de tekst waarop je de opmaak wil toepassen. Laat de muisknop los wanneer je al de tekst hebt geselecteerd.

Eénmaal je de muisknop hebt losgelaten kan je deze opmaak nergens meer plakken.
Wens je toch de opmaak van tekst te plakken over verschillende delen in je document, dubbelklik dan de knop "Opmaak kopiëren/plakken".
Dan blijft deze functie van toepassing, tot je de knop "Opmaak kopiëren/plakken" nogmaals klikt.

Word Cursus Deel17 Klick hier voor open

Tekst opmaken (6)

Controle-opties

Je hebt waarschijnlijk al opgemerkt dat sommige fouten bij het typen automatisch worden hersteld, en andere waar een rood golvend lijntje onder komt te staan.
En dat er bij sommigen onder ons geen groene golvende lijntjes te voorschijn komen.
Dit komt omdat we deze opties zelf kunnen instellen.
Hiervoor gaan we naar de backstage-weergave, en klikken de knop "Opties".
In het deelvenster "Opties voor Word" kies je de categorie "Controle".
Beeld1

In dit dialoogvenster hebben we een hele hoop opties die we kunnen instellen.
Helemaal bovenaan vinden we AutoCorrectie-opties.
Meer over de AutoCorrectie-opties in de volgende les.
Maar laat ons eerst eens de rest van de opties in deze categorie overlopen.
Sectie: "Bij corrigeren van spelling in Microsoft Office-programma's" (1).
Het eerste vak "Woorden in HOOFDLETTERS negeren" is standaard aangevinkt. Wens je echter dat Word deze woorden niet negeert dan vink je dit vakje uit, door erop te klikken.
Hetzelfde voor vak twee en drie. Het tweede voor woorden met getallen, het derde voor Internet- en bestandsadressen.
Het volgende vak wanneer aangevinkt, zal een fout weergegeven wanneer we een woord tweemaal hebben getypt.
Het volgende vak, "Duits: nieuwe spelling gebruiken", moet zijn aangevinkt wanneer je de spelling van Duitstalige tekst wilt controleren met gebruik van de nieuwe spellingsregels.
Het volgende vak is misschien nuttig wanneer je met Franse teksten werkt. Je kan dan opgeven of hoofdletters zonder accenten tijdens de spellingcontrole als spelfouten moeten worden weergegeven.
En het laatste vak van de bovenste sectie, dient wanneer je niet wil dat woorden die niet voorkomen in de hoofdwoordenlijst als spelfouten worden gemarkeerd. Aangezien dat dit niet van toepassing is laten we dit vak uitgevinkt.
Sectie: "Tijdens spelling- en grammaticacontrole in Word"(2).
Het eerste vak "Spelling controleren tijdens typen", wanneer dit is aangevinkt zal Word het verkeerd getypte woord onmiddellijk rood onderlijnen.
Voor het tweede vak moet je weten dat Word de spellingcontrole enkel kan vinden en markeren op contextafhankelijke spelfouten. Heb je ooit een fout getypt zoals in het volgende voorbeeld?
I will see you their.
Schakel dan deze optie aan wanneer je dit soort fouten gemakkelijker wilt vinden en verbeteren.
Werk je echter op een computer met niet te veel geheugen, schakel deze optie dan uit.
Het derde en het vierde vak moeten worden aangevinkt wanneer je wil controleren op de grammatica
Door de optie "Leesbaarheid statistieken weergeven" aan te vinken geeft Word 2010 na de grammaticacontrole een beoordeling van schrijfstijl en leesbaarheid.
En tenslotte hebben we nog de "Schrijfstijl" die we kunnen instellen.
En als laatste hebben we nog de sectie "Uitzonderingen voor:" (3).
Deze twee aanvinkvakjes die volgens mij geen verdere uitleg hoeven, hebben enkel betrekking op het geopende bestand.
Klik OK wanneer je klaar bent met de instellingen

Lettertypes

In Word beschikken we standaard over verschillende lettertypes.Beeld2
Door het wijzigen van een lettertype, wijzigen we de "looks" van ons document.
De Lettertypeknop vinden we onder het tabblad "Start" van het lint.

Beeld3

Klik op het naar beneden wijzend pijltje, wanneer je het lettertype wenst te wijzigen.
Dit geeft ons een lijst met alle lettertypes die zijn geïnstalleerd op onze computer.
Bewegen we onze muisaanwijzer over een lettertype, dan word de geselecteerde tekst in ons document reeds getoond in dit lettertype, je hoeft niet meer het lettertype te klikken om een voorbeeld te zien. Dit is nieuw in Word 2010, en noemt men Livevoorbeeld.
Een hele verbetering vind ik.
Wens je het lettertype te gebruiken, klik je het lettertype.
Hetzelfde voor de lettergrootte, klik op het naar beneden wijzend pijltje, en klik de grootte die je wenst. Ook de optie lettergrootte beschikt over Live voorbeelden.  De overige knoppen in de groep Lettertype zijn eigenlijk allen overduidelijk en hoeven weinig uitleg. Ik zal deze vlug overlopen.  Rechts van het vak met de lettergrootte vinden we de knoppen "Lettertype vergrootten" en "Lettertype verkleinen".
Daarnaast hebben we de knop "Opmaak wissen", deze wist de opmaak van de geselecteerde cel. Nogal logisch.
Daaronder vinden we de knoppen "Vet, Cursief, Onderstrepen, Subscript en Superscript, Hoofdlettergebruik, Tekstmarkeringskleur, en Tekstkleur.
Deze lijken me ook allen duidelijk.
De knop "Hoofdlettergebruik" kan wel eens goed van pas komen wanneer je de "Caps Lock"-toets op je toetsenbord niet hebt afgezet.
Wens je de verschillende opmaakmogelijkheden te doen in één keer, klik je het naar rechtsonder wijzend pijltje naast de groep "Lettertype". Dit opent een dialoogvenster waarin je verschillende instellingen voor je tekst kunt ingeven.

Beeld4

Word Cursus Deel18 Klick hier voor open

AutoCorrectie (1)

Wat is AutoCorrectie?

Met AutoCorrectie kunnen we typfouten verbeteren, symbolen invoegen, en stukjes tekst invoegen.
Een voorbeeld, je typt steeds cusrus in plaats van cursus. Dan kan je Word zo instellen dat hij automatisch, wanneer je het woord cusrus typt, hij dit automatisch wijzigt in het woord cursus.
Een tweede voorbeeld, wanneer we (c) typen, zal Word er © van maken. AutoCorrectie zal ook, wanneer dit niet is gebeurd, een hoofdletter plaatsen aan het begin van elke zin.
Al deze AutoCorrectie-fragmenten staan in een lijst. Wanneer deze lijst niet de gewenste correcties bevat, kan je makkelijk zelf AutoCorrectie-fragmenten toevoegen.
We vinden deze lijst in het dialoogvenster "Opties".
Navigeer hiervoor naar de backstage-weergave, en klik de knop "Opties".
Kies de categorie "Controle".
En klik de knop "AutoCorrectie-opties..."
 Dit opent het dialoogvenster "Autocorrectie":

beel2

Het tabblad "AutoCorrectie" is geselecteerd.
Alle opties zijn standaard geselecteerd.
Al deze lijken me nogal duidelijk, dus hoeven deze verder geen uitleg.
Misschien deze onderaan, "Automatisch suggesties van het spellingscontroleprogramma gebruiken".
3Dit betekent dat AutoCorrectie dezelfde "woordenboek" gebruikt die het spellingscontroleprogramma gebruikt, welke hetzelfde is voor alle Microsoft applicaties.
Elk van deze opties kan worden uitgeschakeld door er op te klikken.
We kunnen ook uitzonderingen ingeven voor deze opties, waarover later meer.

Manueel ingeven en verwijderen van AutoCorrecties.

Hoewel er reeds heel wat woorden standaard in de lijst met verkeerd gespelde woorden staan, kunnen we er ook manueel toevoegen.
Open hiervoor eerst het AutoCorrectie dialoogvenster.
In het dialoogvenster vinden we twee invulvakken.
In het linkse vak typen we het woord dat je regelmatig verkeerd intypt, en in het rechtse vak typen we het woord waarmee het woord in het linkse vak moet worden vervangen.
Klik de knop "Toevoegen" wanneer je klaar bent.
Het woord wordt toegevoegd aan de lijst.
Klik OK.
En nogmaals op OK.
De volgende maal wanneer je dit woord verkeerd intypt, zal het automatisch worden verbeterd van zodra je de spatiebalk of de Entertoets hebt geklikt op je toetsenbord.

 beeld4

Om AutoCorrecties uit onze lijst te verwijderen navigeer je opnieuw naar het dialoogvenster "AutoCorrectie-opties".
 Selecteer de te verwijderen AutoCorrectie uit de lijst, en klik de knop "Verwijderen".

AutoCorrecties ingeven d.m.v. Spellingcontrole

Een tweede manier om AutoCorrecties in te geven is door het uitvoeren van een Spellingcontrole.
Selecteer hiervoor het tabblad "Controleren" in het lint, en klik de knop "Spelling en grammaticacontrole".
Dit opent het dialoogvenster "Spelling en grammaticacontrole". En geeft het eerste verkeerdgespeld woord weer in ons document. In het vak eronder geeft Word ons een suggestie, of een aantal suggesties, waaruit we kunnen kiezen het verkeerd gespelde woord te vervangen.
Door te klikken op de knop "AutoCorrectie" kunnen we het woord toevoegen aan onze lijst, en wobeeld6rd dit woord verbeterd in ons document.
Mocht je klikken op de knop "Toevoegen aan woordenlijst", zou het woord wel aan onze lijst worden toegevoegd, maar zou dit niet worden verbeterd in ons document.          
Van zodra je een knop hebt geklikt, gaat Word op zoek naar het volgend verkeerd gespelde woord in ons document.

 

 

 

Word Cursus Deel19 Klick hier voor open

AutoCorrectie (2)

Autocorrectie gebruiken om teksten in te geven

In de vorige les hebben we gezien hoe we manueel, en door gebruik te maken van de Spellingcontrole, woorden kunnen toevoegen aan onze AutoCorrectielijst.

Maar er is meer, AutoCorrectie kan zelfs hele stukken tekst ingeven in documenten.

Bijvoorbeeld, we zijn op zoek naar een job, en moeten honderden brieven versturen naar verschillende bedrijven.

Bepaalde delen van deze brief zijn voor elk bedrijf gelijk, dus zouden we dit kunnen doen door deze gegevens te kopiëren en te plakken in de verschillende brieven.

Maar er is een oplossing om dit te doen met AutoCorrectie.

 Selecteer eerst de tekst die je wil toevoegen aan de AutoCorrectie (1).

 Als voorbeeld selecteer ik twee bladen tekst uit het document.

Navigeer in de backstage-weergave naar het dialoogvenster "AutoCorrectie" (2).

 In het vak "Vervang:" typ je een code die je wil vervangen door de tekst in het vak "Door:". Bijvoorbeeld zz (3).

 In het vak "Door:" (4) is de geselecteerde tekst uit ons document reeds ingevuld.

 Is je tekst voorzien van een opmaak, vink je het keuzerondje voor de tekst "Tekst met opmaak" (5) aan. Dit zal de opmaak behouden.

 Klik de knop "Toevoegen" (6) wanneer je klaar bent. Dit voegt deze autocorrectie toe aan de lijst.

 Klik OK.

beeld2

Telkens wanneer ik nu de letters zz typ gevolgd door een spatie, zal Word steeds de hele tekst automatisch invoeren in mijn document. Met behoud van de opmaak wanneer je dit keuzerondje hebt aangevinkt.

 Uitzonderingen invoegen

De functie AutoCorrectie laat ons toe een aantal uitzonderingen in te geven.

 Om dit te doen navigeer je terug naar het dialoogvenster "AutoCorrectie".

 In het dialoogvenster "AutoCorrectie" klik je de knop "Uitzonderingen".

 Dit opent een nieuw dialoogvenster met drie tabbladen.

 Het eerste tabblad dient om hoofdletters te negeren na het typen van een punt.

 Bijvoorbeeld na een afkorting.

 Er zijn er al een aantal standaard ingevuld door Word, maar zelf kun je er nog aan toe voegen, door deze in het bovenste vak te typen, en te klikken op de knop "Toevoegen".

Beeld1

In het tweede tabblad kun je woorden toevoegen die beginnen met twee hoofdletters, bv MEdicatie.

Word zal dan de tweede hoofdletter niet aanzien als een typfout, en zal deze dan ook niet corrigeren.

En in het derde tabblad kun je nog uitzonderingen ingeven die niet horen bij de vorige tabbladen.

 Om een uitzondering te verwijderen, selecteer je de uitzondering, klik je de knop "Verwijderen", en klik je op OK.

Word Cursus Deel20 Klick hier voor open

AutoOpmaak   

Auto Opmaak tijdens typen

De optie AutoOpmaak tijdens typen, doet wat het zegt, het maakt de getypte tekst op, van zodra je deze hebt getypt.
Bijvoorbeeld, typ een 1 plus een punt, gevolgd door een spatie.
AutoOpmaak zal dit beschouwen als een genummerde lijst. Merk op dat het nummer 1 niet meer uiterst links staat van je document, maar dat deze is voorzien van een inspringing, en dat je cursor nu verder staat verwijderd van de 1.

1

Ook verschijnt de knop "AutoCorrectie-opties" (1).
Wanneer we deze klikken hebben we drie opties.

2

De eerste optie laat ons toe het automatisch nummeren ongedaan te maken.
Met de tweede optie kunnen we het Automatisch nummeren uitschakelen.
En klikken op de derde optie toont ons het dialoogvenster "AutoCorrectie" waarin het tabblad "AutoOpmaak tijdens typen" is geselecteerd.

3

Wijzigen AutoOpmaak

Hetzelfde dialoogvenster kunnen we openen door te klikken in de weergave backstage op de knop "Opties".
Kies de categorie "Controle", en klik de knop "Autocorretie opties".
Alle opties die we in dit tabblad kunnen in- of uitschakelen door erop te klikken, lijken me nogal duidelijk en behoeven verder geen uitleg.
Klik OK onderaan het dialoogvenster wanneer al je opties zijn ingesteld.

Word Cursus Deel21 Klick hier voor open

Tabstops

Tabstops instellen d.m.v. de liniaal

We gebruiken tabs, om gegevens uit te lijnen in ons document.
Eén manier om tabs in te stellen is door middel van de liniaal.
Mocht je deze niet zien, kies je het tabblad "Beeld" in het lint, en klik je het vakje voor de tekst "Liniaal", zodat dit is aangevinkt.

1

Links van de horizontale liniaal (1) en boven de verticale liniaal (3), vinden we de tabkiezer (3).

De tabkiezer bevat de verschillende types van tabs, die we kunnen gebruiken in ons document.
Met de links uitlijnende tabstop stellen we de beginpositie van tekst in, deze wordt van links naar rechts weergegeven terwijl we typen.
Met een tabstop voor centreren, stellen we de positie van het midden van de tekst in. Terwijl we typen wordt de tekst op deze positie gecentreerd.
Met een decimale tabstop lijnen we getallen uit rond een komma. De komma blijft op dezelfde positie staan, ongeacht het aantal cijfers.
Met een lijntabstop wordt een verticale balk op de tabpositie ingevoegd.
Met een rechts uitlijnende tabstop stellen we het rechtereinde van de tekst in. Terwijl je typt wordt de tekst naar links verplaatst.
Eerste regel inspringen.
Verkeerd-om inspringing
Standaard wordt de links uitlijnende tabstop ingesteld.
Door te klikken op de tabkiezer, kunnen we makkelijk het type van tab wijzigen.
Om een tab in te stellen in het liniaal, kies je eerst het type met de tabkiezer, en klik je daarna op de positie waar je deze wenst in het liniaal.
Klikken op de tabtoets op je toetsenbord, zal de cursor automatisch naar de volgende tab verplaatsen. Alle gegevens kunnen we op deze manier netjes uitlijnen.
links uitgelijnd
gecentreerd
rechts uitgelijnd
decimale tabstop
lijntabstop

2

Tabstops instellen d.m.v. het dialoogvenster

Een tweede manier om tabstops in te stellen is door middel van het tabstopdialoogvenster.

3

Klik hiervoor op het naar beneden wijzend pijltje, naast de groep "Alinea" (1).
Dit opent het dialoogvenster "Alinea" (2), waar je klikt op de knop "Tabs" (3), onderaan links in het venster.
De verschillende tabs (4) die we in het vorige onderdeel van deze les hebben ingesteld, zien we staan in het vak met de verschillende Tabposities.
Om deze te verwijderen selecteer je de tab in het lijstje, en klik je de knop "Wissen".
Om nu een tab in te stellen geef je de positie in het vak "Tabpositie", bv 1 cm, selecteer je een uitlijning voor de tab, en klik op "Instellen".
Klik de knop OK wanneer je klaar bent met het instellen van al je tabs.
Om alle tabs te verwijderen klik je de knop "Alles wissen". Maar dat had je wel al door.
Om tabs te verplaatsen, kan je deze klikken en slepen in de liniaal.
 Om tabs te verwijderen, klik en sleep je deze in het document.

Opvultekens tussen tabs

Opvultekens tussen de verschillende tabs, kunnen ons helpen om de gegevens uit ons document makkelijker te kunnen lezen.
Standaard staat dit ingesteld op "Geen".
Wens je een opvulteken in te voegen, selecteer je de tab (1) in het Tabsdialoogvenster waar je de opvultekens wil toevoegen.
Selecteer het type opvulteken dat je wenst (2).
En klik je de knop "Instellen" (3).
Klik OK wanneer je de wijzigingen hebt aangebracht.

4

Word Cursus Deel22 Klick hier voor open

Bouwstenen (1)

Wat zijn bouwstenen?

Geïntroduceerd in Word 2010 zijn bouwstenen.
Bouwstenen zijn vooraf opgemaakte elementen die je in een document kunt invoegen.
Voorbeelden van bouwstenen zijn de voorbladen uit de galerij, of kop- en voetteksten.
Een voorbeeld, wens je een vooraf opgemaakt voorblad toe te voegen aan je document, kies je het tabblad "Invoegen" (1) in het lint, klik je het naar benedenwijzend pijltje onder de tekst "Pagina's" (2) en klik "Voorblad" (3).
Klik het voorblad dat je wenst.
Eénmaal het voorblad is ingevoegd, kun je hier nog een titel, een subtitel, een beetje informatie, de auteur, en de datum ingeven (4), indien je dat wenst.

1

Een ander voorbeeld van bouwstenen zijn de kop- of voetteksten.
Klik hiervoor de knop kop- of voettekst onder het tabblad "Invoegen" (1). Dit opent een menu waarin we zeker een kop- en voettekst zullen vinden die bij ons voorblad past (2).
Klik de kop- of voettekst die je wenst om dit in je document te plaatsen.

2

Andere type bouwstenen zijn "Paginanummers", " Tekstvakken", "Handtekeningen", "Datum en tijd" etc.
Bouwstenen kunnen je heel wat tijd besparen, en verlagen het aantal fouten door blokken veelgebruikte gegevens te maken die je makkelijk kunt bijwerken.
Onderstaande heeft me juist geteld 2 minuten tijd gekost, en dan he daartussen nog 4 koppen koffie gedronken.

3

Bouwstenen maken

Nu we weten wat bouwstenen zijn, kunnen we er één maken.
Ik heb een tekst die in elk blad moet worden geplaatst, in plaats van deze tekst steeds opnieuw te moeten typen en opmaken, is het éénvoudiger hiervan een bouwsteen, ook wel eens "Snelonderdeel" genoemd, te maken.

Selecteer het tabblad "Invoegen" in het lint.
Selecteer de tekst.
Klik de knop "Snelonderdelen", en kies "Selectie opslaan in galerie Snelonderdelen..."

4

5Dit opent het dialoogvenster "Nieuwe bouwsteen maken".
In het bovenste vak geef je een naam voor je bouwsteen.
In het tweede vak kies je een galerij waarin je deze bouwsteen wil plaatsen.
In het derde vak kies je een categorie. Eventueel kan je een nieuwe categorie aanmaken, maar in dit geval voldoet de categorie "Algemeen".
In het volgende vak kan je nog een beschrijving ingeven.
En in het vak "Opslaan in:" kies je in welke map je de bouwsteen wil opslaan.
En in het laatste vak "Opties", kies je de manier hoe je tekst moet worden ingevoegd.
Alleen inhoud, in z'n eigen pagina, of in z'n eigen alinea.
Alleen inhoud is voor dit voorbeeld goed, dus klik ik OK
Nu staat deze bouwsteen in onze galerij.
Om deze nu te gebruiken open je een nieuw document.
Selecteer je de plaats in dit document waar je de zojuist aangemaakte bouwsteen wil invoegen.
Kies opnieuw het tabblad "Invoegen" in het lint.
En klik de knop "Snelonderdelen".
In het menu dat verschijnt zie je het zojuist aangemaakte bouwsteen.
Klik de bouwsteen om deze in te voegen.

6

Word Cursus Deel23 Klick hier voor open

Bouwstenen (2)

Bouwstenen wijzigen

Soms kan het wel eens nodig zijn een bouwsteen te wijzigen.
Wel om eerlijk te zijn, een reeds eerder gemaakBeeld 1te bouwsteen kunnen we niet wijzigen.
Wat we wel kunnen doen, is de bouwsteen aanpassen en opslaan onder dezelfde naam.
Voeg eerst de bouwsteen toe aan je document. Breng de wijzigingen aan, en selecteer alles.
 Sla deze nu op onder dezelfde naam, in dezelfde Galerie, dezelfde Categorie, dezelfde map, en onder dezelfde opties.
Wanneer je dit doet krijg je volgend bericht:
Klik de knop Ja, wanneer je dit wenst.

Bouwstenen verwijderen

We gebruiken de optie "Bouwstenenbeheer..." om bouwstenen te verwijderen.
 Selecteer het tabblad "Invoegen" in het lint.
Klik de knop "Snelonderdelen", en kies "Bouwstenenbeheer...".
Dit opent het dialoogvenster "Bouwstenenbeheer", waar alle bouwstenen worden vermeld die aanwezig zijn in onze applicatie.
Selecteer één uit de lijst, en aan de rechterkant van het dialoogvenster zie je een voorbeeld.

Beeld 2

Door te klikken op de verschillende kolomtitels kunnen we deze bouwstenen sorteren op Naam, Galerie, Categorie etc.
Selecteer de bouwsteen die je wil verwijderen in de lijst
En klik de knop "Verwijderen".
 Klik "Ja" wanneer je om een bevestiging wordt gevraagd.
Klikken op de knop "Eigenschappen bewerken..." kan men de eigenschappen van de bouwsteen wijzigen, niet de bouwsteen zelf.
 Wanneer je de eigenschappen van een bouwsteen hebt bewerkt, zal er een pop-upvenster verschijnen waarin je wordt gevraagd of je deze wijzigingen wil opslaan.
Door te klikken op de knop "Invoegen", voeg je de geselecteerde bouwsteen toe aan je document.
Klik de knop "Sluiten" wanneer je klaar bent.

Ter informatie

Wat ik zeker moet vertellen is dat er voor elke "voorbladbouwsteen" wel een koptekst en voettekstbouwsteen past.
Zo is bijvoorbeeld in onderstaande afbeelding gebruik gemaakt van de voorbladbouwsteen "Tegels", en is er voor de kop- en voettekst ook gebruik gemaakt van de bouwsteen "Tegels".

Beeld 3

Wat moet ik nog kwijt?
Wanneer je een bouwsteen, in dit geval een voorbladbouwsteen, hebt toegevoegd aan je document, dan kan je hiervan de opmaak wijzigen door middel van de opties onder het tabblad "Opmaak".
 In onderstaand geval heb ik van de rode en groene tintjes blauwe tintjes gemaakt.

Beeld 4

Sla je deze bouwsteen op, je weet wel hoe en anders lees je nogmaals de vorige les, dan kun je deze later nog gebruiken, want dan is deze toegevoegd aan de galerie die je hebt gekozen, in dit geval de galerie "Voorbladen"

Beeld 5

Word Cursus Deel24 Klick hier voor open

Geavanceerde opmaak

Teksteffecten

Nieuw in Word 2010 zijn teksteffecten.
 De knop "Teksteffecten" vinden we onder het tabblad "Start" (1).
Het eerste wat je doet wanneer je een teksteffect wil toevoegen, is de tekst selecteren.
 Vervolgens klik je de knop "teksteffecten" (2) in het lint.
Dit ontvouwt een menu.
;Onderaan het menu vinden we vier types van effecten (4).
;"Overzicht", "Schaduw", "Weerspiegeling" en "Gloed".
Voor wie het niet duidelijk mocht zijn, het type "Overzicht" is een rand. En het verschil tussen het type "Schaduw" en het type "Weerspiegeling" is dat een "weerspiegeling" steeds onder de tekst komt te staan, terwijl je een schaduw kunt plaatsen waar je deze wilt.
Bovenaan het menu vinden we een aantal vooraf ingestelde effecten (3) die samengesteld zijn uit de vier onderliggende type-effecten.
Al deze verschillende teksteffecten bespreken lijkt me een onmogelijke zaak en nutteloze zaak.
Het enige wat ik jou kan vertellen is, "probeer ze allen even uit" en maak het niet te zot.
Om een effect te verwijderen selecteer je de tekst, klik je de knop "Teksteffecten" in het lint, beweeg je de muisaanwijzer over het type, en kies je bv "Geen gloed" (5).

1

WordArt

WordArt laat ons toe, tekst te wijzigen in een afbeelding.
Om WordArt toe te voegen kies je het tabblad "Invoegen" in het lint, en klik je de knop WordArt.
Dit opent een drop-downmenu met verschillende stijlen.
Klik de stijl van uw keuze en een tekstvak verschijnt in je document. Typ je tekst in dit vak.
Met de blokjes aan de rand van het kader kun je de grootte aanpassen van het kader (1).
Met het groene cirkeltje bovenaan het kader (2) kun je deze draaien.

2

Je tekst verschijnt in je document.

 Wens je opmaak van de WordArt te wijzigen selecteer je deze, en in het lint kies je het extra tabblad "Opmaak". Gebruik de verschillende opties in het lint om de opmaak van je WordArt te wijzigen.

3

Het verschil tussen een teksteffect en een WordArt is dat een teksteffect nog steeds een tekst is, en dat een WordArt een afbeelding is.
Met andere woorden, een teksteffect wordt nog steeds behandeld als tekst.
Bijvoorbeeld, een tekst waar een teksteffect aan is toegevoegd, zal nog steeds worden gecontroleerd wanneer we een spellingcontrole uitvoeren.
En aan een tekst die is voorzien van WordArt zal dit niet het geval zijn, om de simpele reden dat dit een afbeelding is geworden.

Tekstvakken invoegen

Ik had het reeds in de vorige les gehad over "Bouwstenen".
Wel een tekstvak is nog zo'n bouwsteen.
De knop "Tekstvak" vinden we in het lint onder het tabblad "Invoegen", in de groep "Tekst".
Wanneer we hierop klikken, verschijnt een drop-downmenu met verschillende keuzes.
Klik op het tekstvak van je keuze om het te plaatsen in je document.
 Het tekstvak zal verschijnen in je document, zoals het werd getoond in het voorbeeld.
Mocht je niks vinden naar je zin, kan je nog steeds zelf een tekstvak aanmaken.
Klik hiervoor op de optie "Tekstvak maken" onderaan het drop-downmenu.
Dit wijzigt de cursor in een kruis.
Klik en sleep in je document, tot je de juiste afmetingen hebt bereikt.
Of je nu een tekstvak hebt gekozen uit het drop-downmenu, of je hebt er zelf één gemaakt, je kan je tekst beginnen typen van zodra je het tekstvak hebt ingevoegd.
Alle teksten en achtergronden van een tekstvak kunnen worden opgemaakt door middel van het extra tabblad "Opmaak", dat verschijnt wanneer het tekstvak is geselecteerd.

 

Word Cursus Deel25 Klick hier voor open

Opmaken van Alinea's en pagina's (1)

Alinea's uitlijnen

Laat me eerst eens uitleggen wat een alinea is voor Word.

Alle tekst waarna de Entertoets op je toetsenbord werd gedrukt, is voor Word een alinea.

Dat betekent dat de titel die je hebt ingetypt, voor Word ook zal worden behandeld als een alinea.

1

Standaard wordt de tekst in Microsoft Word links uitgelijnd.

Wanneer we deze nu anders willen uitlijnen, plaats je de cursor ergens in de alinea, en klik je de knop "Centreren", "Rechts uitlijnen", of "Uitvullen".

 Wens je meerdere alinea's in dezelfde positie uit te lijnen, selecteer je eerst de uit te lijnen alinea's en klik je vervolgens de uitlijnknop.

De knop "Uitvullen" wordt meestal gebruikt in kranten of magazines, en geeft zowel aan de linker als aan de rechterzijde van onze tekst een rechte uitlijning.

 Om dit te kunnen doen zal Word extra spaties toevoegen tussen de woorden.

De knop "Uitvullen" zal dus weinig nut hebben wanneer onze alinea slechts uit één regel bestaat, bijvoorbeeld onze titel.

Al deze knoppen vinden we in de groep "Alinea" in het lint, onder het tabblad "Start".

Tip!

Je kunt ook tekst uitlijnen voor je deze begint te typen.

 Selecteer hiervoor eerst de uitlijnknop in het lint, en begin pas daarna te typen.

 Of een tweede manier, dubbelklik de positie (links, rechts of midden) in het document, en begin pas daarna te typen.

Alinea's, inspringen en afstand

In Word hebben we een aantal manieren om tekst te laten inspringen.

 Welke manier je ook kiest, je plaatst eerst je cursor in de alinea die je wil laten inspringen.

Een eerste manier is door de knoppen "Inspringing verkleinen" en "Inspringing vergroten" te gebruiken in het lint, onder het tabblad "Start".

 Telkens je de knop "Inspringing vergroten" klikt, zal de inspringing van de alinea met 1.25 cm vergroten.

 Hetzelfde voor de knop "Inspringing verkleinen". Telkens je deze knop klikt, zal de inspringing met 1,25 cm verkleinen.

2

Een tweede manier is door gebruik te maken van de knoppen die we vinden rechts bovenaan de horizontale liniaal.

Klik en sleep deze knoppen naar de gewenste positie.

De bovenste knop (1) zal enkel de eerste regel uit onze alinea laten inspringen.

3

De middelste knop (2), "Verkeerd-om inspringen", zal alle regels behalve de eerste regel van onze alinea laten inspringen.

4

En de onderste knop (3) zal de hele alinea laten inspringen.

5

Aan de rechterzijde van onze liniaal hebben we nog de knop "Rechts inspringen" waarmee we onze alinea rechts kunnen laten inspringen.           

Een derde manier is door te klikken op het naar beneden wijzend pijltje naast de groep "Alinea".

Dit opent het dialoogvenster "Alinea".

In dit dialoogvenster kunnen we alle instellingen voor onze alinea ingeven.

De uitlijning (1), verschillende opties voor de inspringing (2), de afstand tussen de alinea's (3), en de afstand tussen de regels (4). Onderaan het dialoogvenster heb je nog een voorbeeld (5).

Dus wens je alle instellingen voor je alinea('s) in één keer in te geven, is dit de plaats waar je moet zijn.

7

Word Cursus Deel26 Klick hier voor open

Opmaken van Alinea's en pagina's (2) 

Het gebruik van stijlen

De stijl van een document wordt bepaald door een aantal factoren.
Het lettertype, de kleuren, achtergronden etc., bepalen allen de stijl van het document.
In Word 2010 beschikken we over een aantal stijlen, die reeds van de opmaak zijn voorzien.
Dit noemen we de "Snelle stijlen", deze vinden we onder het "Start" tabblad in het lint.
Snelle stijlen voorzien ons van een aantal vooraf opgemaakte titels en subtitels.
Om een snelle stijl toe te passen, plaats je de cursor in een alinea, en plaats je de muisaanwijzer over een bepaalde stijl. Ook de verschillende stijlen beschikken over de optie "Livevoorbeeld".
Klik de stijl wanneer je een keuze hebt gevonden.
Je kunt verschillende stijlen toepassen op verschillende titels, subtitels, en alinea's.
Klik de knop "Meer", om meerdere mogelijkheden te bekijken.

1

Klikken op de knop "Stijl wijzigen" geeft ons de mogelijkheid de opmaakset, de kleuren, en het lettertype te wijzigen. Nieuw in Word 2010 is de optie "Alinea-afstand" en de mogelijkheid teksteffecten toe te voegen aan een stijl.

Stijl wijzigen

Laat ik het eerst eens hebben over het toevoegen van een teksteffect aan een bestaande stijl.
 Het eerste wat je doet is het effect toepassen op de tekst. In onderstaand voorbeeld heb ik een van de standaard effecten genomen waar ik nog een weerspiegeling aan heb toegevoegd.
 Daarna selecteer ik de tekst (1).
Vervolgens rechtsklik ik een bestaande stijl (2), in dit geval kies ik "Kop 1", en kies "Kop 1 bijwerken om met selectie te laten overeenkomen" (3) in het drop-downlijstje.

23

De stijl "Kop 1" is nu aangepast met de verschillende effecten,  en kan op eenvoudige manier worden toegepast op verschillende teksten in het document.
Het enige wat jij nu nog hoeft te doen, is de tekst selecteren in het document waarop je de stijl wil toepassen, en deze stijl te klikken in het lint.
Klikken op de knop "Stijl wijzigen" geeft ons dan weer de mogelijkheid de opmaakset, de kleuren, het lettertype en de Alinea-afstand te wijzigen.
Opmaakset Kleuren
Fonts Alinea-afstand
Wanneer je een andere opmaakset kiest, zullen de verschillende "Snelle stijlen" wijzigen.
In een paar klikken, kunnen we de opmaak van ons document volledig wijzigen.

45 

67

het voordeel van de optie "Alinea-afstand" is dat je nu de alinea-afstand kunt toepassen op het hele document, waar je in versie 2007 dit moest doen voor elke alinea afzonderlijk.
Wanneer we een thema invoegen, hebben we zelfs de mogelijkheid om de opmaak van ons document nog meer aan te passen.
Klik hiervoor het tabblad "Pagina-indeling" in het lint.
En klik de knop "Thema's".

8

Ook de verschillende thema's beschikken over de optie "Livevoorbeeld".
Mocht het zijn dat je toch niet de stijl vindt die je wenst, kun je een eigen stijl maken.
 Hoe je dit doe lees je in de volgende les.

Word Cursus Deel27 Klick hier voor open

Opmaken van Alinea's en pagina's (3)

Een stijl maken

Hoe we een stijl wijzigen hebben we gezien in de vorige les, een stijl maken is ook twee keer niks.

Om zelf een stijl te maken selecteer je eerst de tekst die over de opmaak beschikt die je wil opslaan als stijl.

Klik de knop "Meer..." in het lint, en kies "Selectie als nieuwe snelle stijl opslaan".

1Dit opent het dialoogvenster "Nieuwe stijl maken uit opmaak".

 Geef je stijl een toepasselijke naam, en klik OK.

 Je stijl wordt nu geplaatst als eerste in de lijst met snelle stijlen:

                2

Stijlen verwijderen

Om een stijl te verwijderen uit lijst met snelle stijlen rechtsklik je deze, en kies je "Verwijderen uit galerie Snelle stijlen".

Om een stijl te verwijderen uit de lijst met stijlen, en de lijst met "Snelle stijlen", klik je het naar benedenwijzend pijltje (1) naast de groep stijlen, selecteer je de stijl die je wenst te verwijderen" uit het drop-downmenu, klik je het naar benedenwijzend pijltje (2), en kies je "Verwijderen..." (3).

4

Verwijder je een stijl enkel uit de galerie met Snelle stijlen, dan blijft deze bestaan in de lijst met stijlen.

7

Word Cursus Deel28 Klick hier voor open

Opmaken van Alinea's en pagina's (4)

Pagina instellingen

De opties voor de pagina-instellingen vinden we onder het tabblad "Pagina-indeling" in het lint.

1

Klikken op de knop "Marges" toont ons een lijst met verschillende vooraf ingestelde marges.

Standaard is deze ingesteld op "Normaal". Dit geeft een marge van 2,5 cm voor zowel de marges boven, onder, links en rechts.

Wanneer je de marges verkleint zal Word meer tekst op je pagina plaatsen. Vergroot je de marges dan zal Word minder tekst op je pagina plaatsen.

Je kunt ook de afdrukstand wijzigen. Standaard is deze ingesteld op "Staand".

Het formaat wijzigen, standaard staat dit ingesteld op A4.

Komt het formaat dat je wenst niet in de lijst voor, klik je de optie "Meer papierformaten", en geef je een hoogte en een breedte in van je papier.

Wens je gebruik te maken van het dialoogvenster "Pagina-instelling", zoals in vorige versies van Word, klik je het naar beneden wijzend pijltje naast de tekst "Pagina-instelling".

In dit dialoogvenster, dat beschikt over drie tabbladen, kunnen we de marges instellen, de afdrukstand, het formaat, en een aantal indelingen.

Ben je klaar met het ingeven van je instellingen, klik je de knop OK in het dialoogvenster.

Pagina-einde invoegen

Afhankelijk van de marges die je hebt ingesteld, voegt Word automatisch een pagina-einde in.

Maar we hebben ook de mogelijkheid pagina-einden manueel in te voegen.

Plaats hiervoor de cursor op de plaats in je document waar je een pagina-einde wil invoegen.

Selecteer het tabblad "Invoegen" in het lint, en klik de knop "Pagina-einde".

2

Dit voegt een pagina-einde in, op de plaats waar je de cursor hebt geplaatst.

3

                De knop

4

 "Alles weergeven".

Om te zien waar je manueel een pagina-einde hebt ingevoegd, klik je de knop "Alles weergeven".

Deze knop vind je onder het tabblad "Start" in het lint. 5

Om een manueel ingevoegde pagina-einde te verwijderen, selecteer je het pagina-einde, en klik je de Delete-toets op je toetsenbord.              

Om een pagina-einde te selecteren plaats je de cursor voor het pagina-einde, en wanneer deze wijzigt in een witte pijl, klik je op de linkermuisknop.

Genummerde lijsten

We kunnen op twee manieren genummerde lijsten toevoegen aan ons document.

De eerste manier is door het nummer 1 te typen, gevolgd door een punt en een spatie.

 Dit is een gevolg van de instellingen van de AutoCorrectie-opties.

8

Wil je deze optie uitschakelen, klik je op de knop AutoCorrectie-opties.

 En kies je "Automatisch nummeren ongedaan maken".           

Wens je in het vervolg niet meer van deze functie gebruik te maken, kies je "Niet meer automatische genummerde lijsten maken".

Of klik je "AutoCorrectie-opties instellen".

 Dit opent het dialoogvenster "AutoCorrectie" waar het tabblad "AutoOpmaak tijdens typen" is geselecteerd.

Verwijder het vinkje voor de tekst "Automatisch genummerde lijsten".

               

Een tweede manier is door gebruik te maken van de knop "Nummering" onder het tabblad "Start" in het lint. 9

Door te klikken op deze knop, voeg je het nummer 1 toe aan je document.

Typ de verschillende items uit je lijst door op de Entertoets op je toetsenbord te klikken.

Klik de Entertoets tweemaal wanneer je de nummering wil uitschakelen.

Om een ander type van nummering in te stellen, klik je het naar beneden wijzend pijltje naast de knop "Nummering".

Dit opent een menu waaruit we een ander type nummering kunnen kiezen, of een nummering aanpassen, waarover later meer.

Word Cursus Deel29 Klick hier voor open

Opmaken van Alinea's en pagina's (5) 

Opsommingstekens

Een lijst van opsommingstekens voorzien, is ongeveer gelijk aan een lijst met nummering voorzien.              

Klik hiervoor de knop "Opsommingstekens" onder het tabblad "Start" in het lint.

Klikken op de Entertoets op je toetsenbord geeft een volgend opsommingsteken.

Door twee maal te klikken op de Entertoets schakel je de opsomming uit.

Een andere manier is door al je alinea's te selecteren, en te klikken op de knop "Opsommingsteken" of "Nummering".

Je kunt enkel een opsomming of een nummering toevoegen aan een alinea.

Om een opsomming te verwijderen uit een of alle alinea's, selecteer je deze alinea('s), en klik je nogmaals op de knop "Opsommingsteken".

Om de verschillende opsommingstekens te bekijken klik je het naar beneden wijzend pijltje naast de opsommingsknop.

Dit opent een lijst met verschillende tekens.

Ook deze lijst beschikt over de optie "Live voorbeelden".

Aanpassen genummerde- en opsommingslijsten

Om de nummering of de opsommingstekens aan te passen in de lijst, selecteer je eerst de lijst, en klik je daarna het pijltje naast de nummeringknop of de opsommingknop.

Kies "Nieuw opsommingsteken definiëren" of "Nieuwe nummeropmaak definiëren" uit het menu.

 2

In beide gevallen opent dit een dialoogvenster waarin we onze instellingen kunnen aanpassen. Voor de opsommingstekens is dit iets uitgebreider dan voor de nummering.

Klik de knop OK wanneer je klaar bent.

Aangepaste kop- en voetteksten

We hebben reeds gezien hoe we een kop- en voettekst toevoegen door middel van bouwstenen.

In dit onderdeel leg ik je uit hoe je deze zelf kunt maken.

Kies het tabblad "Invoegen" in het lint, en klik de knop "Koptekst".

Klik helemaal onderaan de lijst, op de tekst "Koptekst bewerken".

Dit opent een extra tabblad "Ontwerpen".

4

En hier vinden we een aantal opties.

We kunnen een paginanummer toevoegen, een datum, afbeeldingen en nog meer.

We hebben ook de mogelijkheid de koptekst van de eerste pagina, verschillend te maken met de rest van de pagina's.

Of verschillende kopteksten op de even pagina's en oneven pagina's.

Je kan de afstand van de koptekst instellen vanaf de rand van uw pagina.

En hetzelfde geldt voor voetteksten

6

Om uit de voet- of koptekstweergave terug te keren naar de afdrukweergave, dubbelklik je ergens, maakt niet uit waar, in het document.

Paginanummer toevoegen

Wens je enkel een paginanummer toe te voegen in je document, zonder een kop- of voettekst, klik je de knop "Paginanummer" onder het tabblad "Invoegen" in het lint.

Klikken op deze knop geeft ons een aantal opties waaruit je kunt kiezen.

Bovenaan de pagina, onderaan de pagina, in de paginamarges, of de huidige positie.

Dit is de positie waar op dat ogenblik je cursor staat in je document.

Wanneer je hieruit een keuze maakt zal dit terug het contextuele tabblad "Ontwerpen" openen.

Wens je de eerste pagina van je document niet te nummeren, klik dan de knop "Paginanummer", en kies "Opmaak paginanummers..." uit het menu.

Dit opent het dialoogvenster "Opmaak van paginanummer".

Geef de pagina in waar je wil beginnen met nummering.

Eventueel kan je in dit dialoogvenster nog de opmaak van de hoofdstuknummers instellen.

Klik OK wanneer je klaar bent.

Word Cursus Deel30 Klick hier voor open

Opmaken van Alinea's en pagina's

Sectie-einden

We gebruiken sectie-einden om de indeling of opmaak, van een of meerdere pagina's in ons document te wijzigen.

 We kunnen bijvoorbeeld een deel van een pagina voorzien van één kolom, en een ander deel van diezelfde pagina met meerdere kolommen.

1

Om een sectie-einde in te voegen, plaats je eerst je cursor op de plaats in je document waar je deze wil invoegen.

Klik vervolgens de knop "Eindemarkeringen" onder het tabblad "Pagina-indeling" in het lint.

Dit opent het menu met bovenaan de pagina-einden, en onderaan de Sectie-einden.

Met de eerste optie "Volgende pagina", voeg je een sectie-einde in, en wordt een nieuwe sectie op de volgende pagina gestart.

2

 Dit type is nuttig wanneer je nieuwe hoofdstukken in een document wilt beginnen.

Met de tweede optie "Doorlopend", voeg je een sectie-einde in, en start je een nieuwe sectie op dezelfde pagina.

 Dit type is nuttig wanneer je een opmaakwijziging op een pagina wilt aanbrengen, bijvoorbeeld een ander aantal kolommen.(zie foto hierboven)

Met de derde optie "Even pagina" voeg je een sectie-einde in, en start je een nieuwe sectie op de volgende pagina met een even paginanummer.

 Met de vierde optie "Oneven pagina" voeg je een sectie-einde in, en start je een nieuwe sectie op de volgende pagina met een oneven paginanummer.

De meest gebruikte sectie-einden zijn wel de eerste twee.   

Om de gebruikte sectie-einden in je document weer te geven, klik je de knop "Alles weergeven" onder het tabblad "Start" in het lint.

Sectie-einden verwijder je op dezelfde manier dan pagina-einden.

Even en Oneven sectie-einden

Hoewel deze niet zoveel worden gebruikt, kunnen deze wel eens nuttig zijn voor diegenen onder ons die een boek aan het schrijven zijn.

Je wilt bijvoorbeeld voor elk nieuw hoofdstuk van je boek starten op een nieuwe oneven pagina.

Plaats je cursor bv bovenaan pagina 4 en klik de optie "Oneven pagina".

Dit zal deze gegevens dan plaatsen op pagina 5, en een blanco pagina creëren voor pagina 4.

Op het eerste zicht lijkt het of er niet veel is gewijzigd, maar klik je de knop "Afdrukvoorbeeld", dan zie je dat er een blanco pagina is toegevoegd voor pagina 4.

De knop "Afdrukvoorbeeld" vindt je in de backstage weergave.

Word Cursus Deel31 Klick hier voor open

Pagina-instelling

Kolommen maken en bewerken

In Word hebben we de mogelijkheid onze tekst, of delen uit onze tekst, in kolommen te plaatsen.

De knop "Kolommen" vinden we onder het tabblad "Pagina-indeling" in het lint.

Wanneer we deze knop klikken hebben we de keuze uit 1 kolom, twee kolommen of drie kolommen, Links en Rechts.

 Links en rechts verdeelt de tekst in twee kolommen, één smalle en één brede.

1

Om de kolommen te verwijderen klik je de knop "Ongedaan maken", of klik je de knop "Kolommen", en kies je voor "Een" in het drop-downmenu.

Om kolommen aan te passen plaats je de cursor ergens in een kolom, maakt niet uit waar, en klik je nogmaals de knop "Kolommen" in het lint.

Kies helemaal onderaan de lijst voor "Meer kolommen".

Dit opent het dialoogvenster "Kolommen".

In dit dialoogvenster kunnen we

 het aantal kolommen aanpassen.

 een lijn tussen de kolommen plaatsen

 de kolombreedte per kolom manueel ingeven

 deze instellingen toepassen op het hele document, of vanaf dit punt. Met "Vanaf dit punt" bedoelen ze het punt waar op dat ogenblik je cursor staat.

Wens je de kolombreedte manueel in te stellen, dan moet je het vinkje voor de tekst "Gelijke kolombreedte" uitschakelen door erop te klikken.

2

Heb je secties ingevoegd in je document, dan zal deze optie ook worden vermeld in het drop-downmenu "Toepassen op:".

Om de kolom op een bepaalde plaats af te breken, bijvoorbeeld tussen twee alinea's, plaats je een kolom-einde na de vorige alinea.

Voor diegenen die vergeten zijn hoe ze dit moeten doen:

 plaats dus de cursor na de alinea waar je de nieuwe kolom wil beginnen.

 Kies het tabblad "Pagina-indeling" in het lint, en klik de knop "Eindemarkeringen".

 Klik de optie "Kolom".

 Dit voegt een kolomeinde in, en plaatst alle tekst die hierna komt in de volgende kolom.

                3

Breedte kolommen instellen d.m.v. de liniaal

Een andere manier om de kolombreedte in te stellen, is door middel van de liniaal.

 Plaats de cursor in de kolom waarvan je de breedte wilt wijzigen.

 Om de kolombreedte te wijzigen plaats je de muisaanwijzer in het liniaal, en wanneer deze wijzigt in een dubbele pijl, klik en sleep je deze naar de gewenste breedte.

4

Tekst afbreken

Door gebruik te maken van de optie "Afbreken", kun je de witruimte beperken aan de randen van je document, door middel van het afbreekteken ( - ).

De optie "Afbreken" vinden we onder het tabblad "Pagina-indeling" in het lint.

 Wanneer we hierop klikken hebben we een aantal opties waaruit we kunnen kiezen:

Geen: er is geen afbreking in je document, dit is de standaard instelling.

Automatisch: Word 2007 zal bepalen waar en wanneer, woorden worden afgebroken in je document.

Handmatig: bepaal je zelf welke woorden zullen worden afgebroken, en hoe deze worden afgebroken.

 Word doet je telkens een voorstel in een dialoogvenstertje, waar je de afbreking kunt aanvaarden, wijzigen, of negeren.

Opties voor woordafbreking: toont het dialoogvenster "Woordafbreking" waarin je o.a. de breedte van de afbreekzone kunt ingeven. Dit is de witruimte tussen het woord en de rand.

5

Regelnummers

Regelnummers kunnen handig zijn wanneer je wil verwijzen naar bepaalde delen uit je tekst, het is namelijk makkelijker te praten over een lijnnummer wanneer deze wordt weergegeven, dan wanneer iemand de lijnen moet beginnen tellen.

 De optie "Regelnummers" vinden we onder het tabblad "Pagina-indeling" in het lint.

Klikken op de knop "Regelnummers" geeft een aantal opties die me allen duidelijk lijken.

6
Word Cursus Deel32 Klick hier voor open

Paginaranden

In Word 2010 kunnen we randen aanbrengen op zowat alles, documenten, pagina's, alinea's, secties, afbeeldingen...

De knop "Randen" vinden we onder het tabblad "Pagina-indeling" in het lint.

Wanneer we deze knop klikken, opent het dialoogvenster "Randen en arcering".

1

In dit dialoogvenster hebben we drie tabbladen, waarvan het tabblad "Paginarand" is geselecteerd.

Aan de linkerzijde hebben we de verschillende instellingen.

In het midden hebben we de stijl, de kleur, de dikte, en of we al dan niet een illustratie willen gebruiken. Dit lijkt me allen duidelijk genoeg.

Aan de rechter zijde hebben we het voorbeeld, met de vier knoppen (boven, onder, links en rechts) waar we een rand willen hebben.

Plus het vak "Toepassen op:".

Deze lijken me allen ook wel duidelijk.

Wens je de randen op slechts een deel van een tekst, of een alinea, kies dan het tabblad "Randen".

Hier vind je in het vak "Toepassen op:" de opties "Tekst" en "Alinea".

Wil je bepaalde delen van je tekst te voorzien van een arcering, kies dan het tabblad "Arcering".

 Dat is nogal logisch.

Paginakleur

Standaard wordt een zwarte tekst op een witte pagina weergegeven.

Maar we hebben de mogelijkheid dit te wijzigen.

Klik hiervoor op de knop "Paginakleur", onder het tabblad "Pagina-achtergrond" in het lint.

Dit opent een menu met verschillende kleurtjes waaruit je de achtergrond voor je document kunt kiezen.

Kies je een donkere kleur als achtergrond, dan zal Word de tekst automatisch aanpassen naar een lichte kleur.

De optie "Live voorbeeld" zal je een voorbeeld tonen van de kleur, voor je deze toepast door erop te klikken.

De geselecteerde achtergrondkleur wordt toegepast op het hele document.

2

Watermerk

De optie "Watermerk" voegt een tekst of afbeelding toe op de achtergrond van je document.

De knop "Watermerk" vinden we onder het tabblad "Pagina-indeling" in het lint.

 Wanneer we hierop klikken hebben we een aantal vooraf ingestelde watermerken, verdeeld in groepen, plus de opties "Aangepast watermerk..." en "Watermerk verwijderen".

 Klikken op de knop "Aangepast watermerk...", geeft ons de mogelijkheid zelf een tekst in te typen die we als watermerk willen gebruiken, of een afbeelding te kiezen op onze pc die we als watermerk willen gebruiken.

Kiezen we voor "Tekst als watermerk", dan hebben we nog de mogelijkheid het lettertype, de grootte, en de kleur te kiezen, en of we deze diagonaal of horizontaal in ons document willen weergeven.

3

Klik OK wanneer je tevreden bent.

 Het watermerk wordt toegevoegd aan elke pagina.

4

Word Cursus Deel33 Klick hier voor open

Zoeken en vervangen (1)

Zoeken

De optie "Zoeken" laat ons toe door ons document te navigeren, door te zoeken op een woord of zin.

De knop "Zoeken" vinden we onder het tabblad "Start" in het lint.

Wanneer we deze knop klikken, opent het "Navigatiepaneel" (1), dit is nieuw in Word 2010.

 Meer over het navigatiepaneel in een latere les, maar nu gaan we verder met de zoekoptie.

Wanneer we dus de knop "Zoeken" hebben geklikt, vinden we bovenaan een vak waarin we een woord, een deel van een woord, of woorden kunnen typen waar we naar op zoek zijn (2).

 Van zodra er iets is getypt, zal Word ons vertellen in deelvenster "Navigatie" hoeveel overeenkomsten hij heeft gevonden, en zal hij hiervan een lijstje weergeven (3). Klikken op een item uit het lijstje zal je onmiddellijk op de plaats in het document brengen waar het zoekwoord werd gevonden.

 De gevonden resultaten worden geel weergegeven in het document (4).

2

Geavanceerd zoeken

Een tweede manier om te zoeken in ons document is de optie "Geavanceerd zoeken".

 Klik hiervoor het naar benedenwijzend pijltje naast de knop "Zoeken" in het lint, en kies "Geavanceerd zoeken" in het drop-downmenu.

Typ het zoekwoord in het vak "Zoeken naar:" een woord of een zin waarnaar je wil zoeken.

 Wanneer je de tekst hebt getypt waar je naar wil zoeken, heb je een aantal opties.

Een eerste optie is de knop "Volgende zoeken".

 Wanneer we hierop klikken, zal Word beginnen zoeken waar op dat moment de cursor in ons document staat.

 Nogmaals klikken op de knop "Volgende zoeken" zal het volgende gelijkaardige woord zoeken.

 Je kunt blijven klikken tot je het woord hebt gevonden, wanneer Word het einde ven je document heeft bereikt, zal hij je hiervan op de hoogte brengen.

Een tweede optie is de knop "Zoeken in".

 Wanneer we hierop klikken, ontvouwt zich een menu met verschillende mogelijkheden. Wanneer je kiest voor "Hoofddocument", zal Word je het aantal gevonden woorden weergeven in het dialoogvenster, en alle gevonden zoekwoorden selecteren in het document.

1

Zoeken extra opties

Klikken op de knop "Meer", in het dialoogvenster "Zoeken en vervangen", geeft ons meer opties die kunnen helpen in onze zoekopdracht.

Bovenaan links hebben we het vak "Zoekrichting", waarin we de mogelijkheid hebben te zoeken naar omlaag of naar omhoog.

 Beiden zijn afhankelijk van de plaats van de cursor op dat moment in het document

 Of, de derde optie "Alles", wat je hele document doorzoekt.

Wanneer je het vakje voor de tekst "Identieke hoofdletters/kleine letters" aanvinkt zal Word enkel de woorden vinden die identiek zijn aan het te zoeken woord.

3

Wanneer je het vakje voor de tekst "Heel woord " aanvinkt zal Word enkel op zoek gaan naar het volledige woord, en niet een deel ervan.

Wanneer het vakje voor de tekst "Jokertekens gebruiken " is aangevinkt, laat Word ons toe jokertekens te gebruiken in onze zoekactie. Meer over Jokertekens in de volgende les.

Het vakje voor de tekst "Bij benadering " is enkel van toepassing wanneer je met Engelse teksten werkt.       

Idem dito voor het vakje "Alle woordvormen zoeken".

Het vakje voor de tekst "Identieke beginletters " zal alle woorden vinden die beginnen met dezelfde telkens die je hebt ingetypt.

Idem dito voor het volgende vakje, maar dan voor het eindteken.

De volgende twee vakken "Interpunctie negeren" en "Spatietekens negeren" doen juist wat ze zeggen, interpuncties en spatie negeren.

Opmaak zoeken

De optie "Zoeken" laat ons niet alleen toe, te zoeken naar tekst, maar ook naar een bepaalde opmaak van een tekst.

Bijvoorbeeld, heb je een bepaalde alinea in je tekst gecentreerd, dan kan je deze zoeken door te klikken op de knop "Opmaak", en te kiezen voor "Alinea".

In het dialoogvenster dat verschijnt kies je in het vak "Uitlijnen" voor "Centreren", en klik je OK.

 En klik op "Volgende zoeken" in het volgende dialoogvenster.

 En dit kan je doen voor zowat elke opmaak in je document. Afhankelijk welke keuze je hebt gemaakt in het drop-downmenu "Opmaak", zal er een verschillend dialoogvenster worden weergegeven.

 Maar ik denk wel dat deze allen duidelijk zijn.

Word Cursus Deel34 Klick hier voor open

Zoeken en vervangen (2)

Jokertekens (Wildcards)

We gebruiken jokertekens in onze te zoeken tekst, wanneer we de juiste spelling van een woord niet kennen.

Wil je jokertekens gebruiken in je zoekactie, dan moet de optie "Jokertekens gebruiken" zijn aangevinkt in het dialoogvenster "Zoeken en vervangen". (zie vorige les)

Er zijn heel wat verschillende jokertekens, hoewel er slechts een paar zijn die regelmatig worden gebruikt.

Zo is bijvoorbeeld het asterisk ( * ) denk ik het meest gebruikte.

 Een asterisk vervangt gelijk welk aantal karakters in een woord.

 Een voorbeeld:

Zoek je naar b*t, dan zal dit zowel het woord bot, bat, boot, biet etc. worden gevonden.

 Het aantal en soort letter(s) maakt niet uit, als het woord maar begint met een b en eindigt met een t.

Een tweede voorbeeld van een jokerteken is het vraagteken ( ? ).

 Het vraagteken vervangt elk karakter, maar dan wel maar één karakter.

 Zoek je bijvoorbeeld naar k?p, dan zowel het woord kop, kap, en kip worden gevonden.

 Laat je bijvoorbeeld twee vraagtekens tussen twee letters, dan wordt er gezocht naar twee karakters tussen de begin- en de eindletter.

Een derde voorbeeld van een jokerteken is het "apenstaartje" ( @ ).

 Het apenstaartje vervangt één of meer karakters zoals deze die voor het apenstaartje staat.

 Zo zal bijvoorbeeld de zoekactie scho@l de woorden schol en school vinden.

Een laatste voorbeeld van jokertekens zijn vierkante haken [ ].

 Bijvoorbeeld: [bt]aken zal de volgende woorden weergeven: baken en taken, maar niet laken.

 Met andere woorden, elke letter die tussen de vierkante haken staat wordt aanzien als goed.

Klik de knop "Speciaal" onderaan het dialoogvenster "Zoeken en vervangen" om 9 jokertekens te bekijken. Een volledige lijst van jokertekens kun je vinden onder de Help-optie van Word 2007.

Vervangen

De optie "Vervangen" laat ons toe bepaalde woorden of zinnen te vervangen, door andere.

 Dit gaat heel wat vlugger dan elk woord individueel te moeten wijzigen.

 Klik de knop "Vervangen" onder het tabblad "Start" in het lint.

 Dit opent het dialoogvenster "Zoeken en vervangen", waarin het tabblad "Vervangen" is geselecteerd.

1

In het bovenste vak typ je het woord dat je wil vervangen

 I in het vak daaronder typ je het woord waarmee je het vorige woord wil vervangen.

Klikken op de knop "Vervangen", vervangt het eerst gevonden te zoeken woord, met het te vervangen woord, en zoekt daarna of er nog eenzelfde woord in je document voorkomt, en zo verder, en zo verder, tot je document volledig is doorzocht.

Klikken op de knop "Alles vervangen", vervangt alle woorden in ons document die gelijk zijn aan het te zoeken woord, door het te vervangen woord.

Ik hoop dat je nog kunt volgen, het is moeilijker uit te leggen dan te doen.

Jokertekens kunnen niet worden gebruikt in het vak "Vervangen door".

De knop "Bladerobject selecteren"

De optie "Bladerobject selecteren" laat je toe in het document te navigeren tussen de verschillende objecten.

 De knop "Bladerobject selecteren" vinden we rechts onderaan de verticale scrollbalk.

 Wanneer je hierop klikt, verschijnt er een menu met de verschillende objecten waarin je kunt bladeren:

 Pagina's, secties, opmerkingen, voetnoten, eindnoten, velden, tabellen, afbeelding, kop, en bewerking. De twee laatste opties, Zoeken en Ga naar, zal het dialoogvenster "Zoeken en vervangen openen".

2

Kies een object uit het pop-upmenu, bijvoorbeeld "Sectie" waarop je wil bladeren.

Word zal naar de eerste sectie in je document gaan.

Klik de knop "Volgende" om naar de volgende sectie te gaan.

En klik de knop "Vorige" om naar de vorige sectie te gaan.

Word Cursus Deel35 Klick hier voor open

Tabellen (1)

Tabel invoegen

Om een tabel in te voegen selecteer je het tabblad "Invoegen" in het lint, en klik je de knop "Tabel".

De eerste optie laat ons toe het aantal kolommen en rijen te kiezen, maximum 10 kolommen en maximum 8 rijen.
 Wanneer je met de muisaanwijzer hierover beweegt, word er een Live voorbeeld getoond in ons document.
 Klik de muis wanneer je de juiste instelling hebt bereikt.

Dit selecteert automatisch de zojuist ingevoegde tabel in ons document.
Je merkt bovenaan in het lint, dat de hulpmiddelen voor de opmaak van onze tabel wordt getoond.
 Deze "Hulpmiddelen" bestaat uit twee extra tabbladen, welke men contextuele tabbladen noemt.
 Het eerste is "Ontwerpen", welke is geselecteerd, en het tweede is "Indeling".


Een tweede manier om een tabel in te voegen is door gebruik te maken van de optie "Snelle tabellen".
Klik hiervoor op de knop "Tabel" in het lint, en plaats de muisaanwijzer helemaal onderaan over de optie "Snelle tabellen".
Dit opent een submenu, waaruit we een opmaak van een tabel kunnen kiezen door er op te klikken.

Ook hier verschijnen de hulpmiddelen voor de opmaak van onze tabel met de twee extra tabbladen.

Al de opmaak van deze "snelle tabel" zijn reeds ingesteld, dus het enig wat jij nog hoeft te doen is de tekst aanpassen naar jouw behoeften.

Een derde manier om een tabel in te voegen is door deze te tekenen.
 Klik hiervoor op de knop "Tabel" in het lint, en klik de optie "Tabel tekenen".

 Dit wijzigt de cursor in een potloodje, klik en sleep met de muisaanwijzer in je document.

 Laat de muisknop los wanneer je de juiste omvang van de tabel hebt bereikt.            

Klik en sleep de muisaanwijzer in de tabel om de lijnen van de cellen te tekenen.

Met de "Gum" in het lint kun je lijnen uit je tabel verwijderen.
Dit kun je trouwens in gelijk welke tabel, je hoeft deze daarom niet zelf hebben getekend.

Tekst converteren naar een tabel

Het zal wel eens voorkomen dat je al de gegevens die je hebt ingetypt in een document, wil plaatsen in een tabel.
Selecteer eerst al de informatie die je in de tabel wil plaatsen.

Klik de knop "Tabel" in het tabblad "Invoegen" in het lint, en kies "Tekst naar tabel converteren" uit het menu.

Dit opent het dialoogvenster "Tekst naar tabel converteren".

Word is slim genoeg te weten hoeveel kolommen we nodig hebben. Hij baseert zich namelijk op het aantal tabs in ons document.

Mocht het zijn dat je meer of minder kolommen wenst, dan geef je het aantal manueel in het vak "Aantal kolommen".

Het aantal rijen is ook reeds ingevuld en kan hier niet worden gewijzigd, maar het is een fluitje van een cent er later bij te maken.

In de sectie "Werking van AutoAanpassen" hebben we de mogelijkheid te kiezen voor een vaste kolombreedte, welke standaard is ingesteld, AutoAanpassen aan inhoud" of AutoAanpassen aan venster".              
In de laatste sectie "Lijstscheidingsteken", bepalen we waarop Word zich moet baseren om de scheidingslijnen tussen de verschillende cellen te tekenen.
Aangezien mijn gegevens gescheiden zijn met tabs, kies ik voor de optie "Tab".
Maar dit kan ook een alineamarkering zijn, een puntkomma, of een ander karakter.
 In dit geval vink je het keuzerondje voor "Overige" aan, en typ je het karakter in het naastliggend vak.
Klik OK wanneer je klaar bent.

Ook nu worden de "Hulmiddelen voor tabellen", plus de twee bijbehorende contextuele tabbladen getoond in het lint.

Tabel converteren naar tekst

Om een tabel terug te converteren naar tekst plaats je de cursor in de tabel, en klik je de knop "Converteren naar tekst", deze vind je in het contextuele tabblad "Indeling".

Kies in het dialoogvenster dat verschijnt het teken waarop je de tekst wil scheiden en klik OK.

Word Cursus Deel36 Klick hier voor open

Tabellen(2)

Invoegen van kolommen en rijen

Om een kolom in te voegen, bijvoorbeeld het telefoonnummer, plaats je de cursor in de kolom waar je een kolom wil invoegen, en klik je de knop "Links invoegen" of "Rechts invoegen".
1
Hetzelfde voor een rij, alleen kies je dan voor "Hierboven invoegen" of "Hieronder invoegen".
Dat is nogal logisch.
Wil je meerdere kolommen of rijen toevoegen, selecteer je het aantal kolommen of rijen, en klik je de bovenvermelde knoppen.

Om onderaan je tabel een rij toe te voegen, hoef je niet naar al die knoppen te gaan zoeken, maar hoef je enkel je tabtoets op je toetsenbord te klikken wanneer je laatste cel, dat is de cel helemaal onderaan rechts in de tabel, is geselecteerd.

Aanpassen kolombreedte en rijhoogte

De kolombreedte en rijhoogte kunnen we aanpassen verschillende manieren.
Een eerste manier is door de muisaanwijzer op de rand tussen twee kolommen of rijen te plaatsen (1), en wanneer deze wijzigt in een twee koppig pijltje, te klikken en te slepen tot je de gewenste breedte of hoogte hebt bereikt.

Een tweede manier is door gebruik te maken van de knoppen "Tabelrijhoogte" en ""Tabelkolombreedte" (2). Plaats hiervoor de cursor in de cel waarvan je de rijhoogte of kolombreedte wil aanpassen, en klik het naar boven of het naar onder wijzend pijltje.
 Of typ manueel een cijferbreedte/kolomhoogte in het bijbehorende vak.

Een derde manier is door gebruik te maken van de knop "AutoAanpassen" (3).
 Wanneer we hierop klikken hebben we drie mogelijkheden:
 1: Automatisch aanpassen op Inhoud (wordt aangepast op de inhoud van de cellen)
 2: Automatisch aanpassen op Venster (wordt aangepast op de breedte van het venster)
 3: Vaste kolombreedte
2

De kolommen of rijen gelijkmatig verdelen

Om de kolommen of rijen gelijkmatig te verdelen, gebruiken we de knoppen "Rijen verdelen" of "Knoppen verdelen" in het contextuele tabblad "Indeling" van de Hulpmiddelen voor tabellen.
 Dit is nummertje vier in bovenstaande afbeelding.

Cellen samenvoegen of splitsen

Om cellen samen te voegen selecteer je de cellen die je wil samenvoegen, en klik je de knop "Cellen samenvoegen", in het contextuele tabblad "Indeling" van de Hulpmiddelen voor tabellen.

Om een samengevoegde cel terug te splitsen, selecteer je de samengevoegde cel, en klik je de knop "Cellen splitsen ", in het contextuele tabblad "Indeling" van de Hulpmiddelen voor tabellen.
In het dialoogvenstertje dat verschijnt geef je het aantal cellen en/of kolommen in.

Je kunt alle cellen samenvoegen zolang deze cellen maar naast elkaar liggen.

Uitlijning van cellen

Standaard wordt de inhoud van een cel, horizontaal links en verticaal bovenaan, uitgelijnd

3Afhankelijk van de breedte en de hoogte van de cel, kan men dit aanpassen door te klikken op de knoppen voor de uitlijning, die je vindt in het extra tabblad "Indeling".

Om de uitlijning te wijzigen, selecteer je de cel of cellen, en klik je de uitlijning knop van uw keuze.              

Tekstrichting wijzigen

In Word hebben we de mogelijkheid de richting van de tekst te wijzigen.
Om de richting van de tekst te wijzigen, selecteer je eerst de tekst, en klik je de knop "Tekstrichting". Deze je vindt onder het contextuele tabblad "Indeling" voor de hulpmiddelen voor tabellen.
 Telkens wanneer je de knop klikt, zal de richting van de tekst wijzigen.
4

Tabelstijlen

Door gebruik te maken van " Tabelstijlen", kunnen we makkelijk en snel onze tabel opmaken.
De optie "Tabelstijlen" vinden we onder het contextuele tabblad "Ontwerpen" in de "Hulpmiddelen voor tabellen". Klikken op de knoppen "Boven", "Onder", en "Meer" toont ons meerdere beschikbare stijlen.
Ook deze optie beschikt over "Live voorbeeld" (1).
5

Klikken op een stijl, past deze stijl toe op onze tabel.
 Eénmaal een stijl toegepast, kan je door te klikken op de vakjes voor de "Opties voor tabelstijlen", verschillende stijlopties aan of uitschakelen.              

Veldnamenrijen herhalen

Afhankelijk van de tabel en de informatie in de tabel, kan het wel eens voorkomen dat onze tabel uit meerdere pagina's bestaat.
Om te kunnen identificeren wat juist in welke kolom staat, kunnen we de titel van de kolom herhalen op elke pagina.
Om dit te doen selecteer je eerst de bovenste rij of rijen, en klik je daarna de knop "Veldnaamrijen herhalen", in het contextuele tabblad "Indeling" in de Hulpmiddelen voor tabellen.
Dit plaatst de geselecteerde rij(en) uit je tabel, bovenaan elke pagina.

Word Cursus Deel37 Klick hier voor open

Tabellen (3)

Formules invoegen

In Word hebben we de mogelijkheid berekeningen uit te voeren in onze tabel.
Hiervoor maken we gebruik van formules.
Om een formule in te voegen in onze tabel, selecteer je eerst de cel waarin je de formule wil invoegen, en klik je daarna de knop "Formule" in het contextuele tabblad "Indeling" van de Hulpmiddelen voor tabellen.
1
Dit opent het dialoogvenster "Formule":
2
In het bovenste vak van het dialoogvenster geven we de formule in.
Even terzijde:

Voor diegenen onder ons die gewoon zijn met Excel te werken, weten dat kolommen bestaan uit letters, A - B - C etc., en rijen uit nummers, 1 - 2 - 3 etc.
 En dat het snijpunt van een kolom met een rij een cel wordt genoemd.
 Zo is in bovenstaande afbeelding de cel G2 in het blauw gemarkeerd.

Voor diegenen die nog nooit met Excel hebben gewerkt, die weten het dus nu.
Het eerste wat je doet is de cel selecteren waarin je het product wil berekenen.
Ik wil het product berekenen van het aantal met de prijs. Dus vermenigvuldig ik cel E2 met cel F2.
Vervolgens klik ik de knop "Formule" in het lint.
 Dit opent het dialoogvenster "Formule".
In het bovenste vak typ ik de formule.
Wanneer je een formule intypt, moet je steeds met het is gelijk aan teken (=) beginnen.
Dus typ ik =E2*F2.
In het tweede vak van het dialoogvenster kies ik een getalnotatie.
En klik de knop OK.                        
Ik herhaal dit voor de cellen G3 en G4.                 
                                 
3In cel G5 wil ik het totaal van alle bovenliggende cellen.

Ik selecteer dus eerst cel G5, en klik de knop "Formule" in het lint.
 Wanneer de geselecteerde cel onder een kolom met getallen staat, wordt automatisch de formule =SUM(ABOVE) voorgesteld.
 Mocht dit bij jou niet het geval zijn, kun je dit steeds intypen.

Mocht de cursor links of rechts van kolommen met getallen staan, zou Word de formule =SUM(LEFT) of =SUM(RIGHT) voorstellen. Dit even ter informatie    
Word begrijpt namelijk geen Nederlands, dus alles moet hier in het Engels.

Kies een getalnotatie, en klik OK.
4
Wens je snel een rij of een kolom op te tellen, kan je steeds gebruik maken van de knop "SOM" .
 Plaats deze knop in de werkbalk "Snelle toegang" of in het lint, wanneer je veelvuldig gebruik maakt van optellingen in Word.
 Hoe je dit doet heb je reeds gezien in een vorige les  van deze cursus.

Het probleem bij het gebruiken van formules in Word is wanneer je een cel wijzigt, bv het aantal in cel F2, dat het product, in dit geval cel G2, niet wijzigt.
 Dit lossen we op door een Excel-werkblad toe te voegen aan ons document.

Word Cursus Deel38 Klick hier voor open

Tabellen (4)

Exceltabel invoegen

 

Om een Excel-tabel in te voegen hebben we twee mogelijkheden.
 1. De tabel bestaat reeds in een Excel-bestand.
 2. Er is helemaal nog geen Excelbestand met een tabel.

Laat ik eerst eens beginnen met het eerste. Dit gaat het vlugst.
 Wanneer dus de tabel reeds bestaat in een Excel-spreadsheet open je de spreadsheet, selecteer je de tabel in Excel, klik je de knop "Kopiëren".
 Selecteer terug het Word-document waar je de tabel wil plaatsen, en klik het naar benedenwijzend pijltje onder de knop "Plakken". In het drop-downmenu kies je "Plakken speciaal", in het dialoogvenster dat verschijnt kies je "Microsoft Excel-werkblad-object", en klik je de knop OK.
1
Dit plaatst de tabel in het Word document.
 Dubbelklik je deze tabel, dan kan je wijzigingen aanbrengen, en zullen de cellen met formules zich automatisch aanpassen.
2
Makkelijk en vlug.

De tweede manier wanneer onze tabel niet bestaat als Excel-document is het een beetje meer werk.
Selecteer het tabblad "Invoegen" in het lint (1), klik de knop "Tabel" (2), en kies "Excel-werkblad" in het drop-downmenu (3).
3
Dit plaatst een blanco Excel-tabel in ons Word-document.
4
Vervolgens selecteer je de tabel in het Word-document, en klik je de knop "Kopiëren" in het lint.
5
Vervolgens dubbelklik je de lege Exceltabel in het Word-document.
 Klik je het naar benedenwijzend pijltje onder de knop "Plakken", en kies je de optie "Opmaak van bron behouden". Dan hoeven we dat toch al niet meer te doen.
6
Dit plaatst de gekopieerde tabel uit het Word-document, in het Excel-bestand.
7
Wanneer je het Excelbestand in het Word-document nu deselecteert, zie je dat de tabel met opmaak is gekopieerd.
8

Word Cursus Deel39 Klick hier voor open

Gegevens sorteren

Tekst/nummers sorteren

Om tekst te sorteren in ons document, selecteren we eerst alle personen in onze lijst (1), en klikken daarna de knop "Sorteren" (2) onder het tabblad "Start" in het lint.
1
Dit opent het dialoogvenster "Sorteren":
2
In het eerste vak "Sorteren op" klik je het naar beneden wijzend pijltje.

Dit opent een drop-down menu met al onze verschillende alinea's, 5 in totaal.

Selecteer de alinea waarop je wil sorteren.
 In dit geval wil ik eerst sorteren op "Naam", dit is dus Veld 2 en daarna op "Voornaam", dit is veld 1.

Voor alle duidelijkheid:
 Veld 1 = Voornaam
 Veld 2 = Naam
 Veld 3 = Adres
 Veld 4 = Postcode
 Veld 5 = Gemeente     
Het tweede vak, Type, is standaard ingesteld op "Tekst", dit is prima.
Opmerking: Mocht je willen sorteren op nummers, wanneer je leden bijvoorbeeld allen een nummer hebben, dan klik je dit drop-down pijltje, en kies je "Getal".
Kies "Oplopend" of "Aflopend" sorteren.
 En klik OK
Alle leden zijn nu gesorteerd op Naam, en vervolgens op Voornaam.
3

Sorteren in tabellen

Gegevens sorteren in tabellen verschilt niet zoveel van gewone tekst te sorteren.
Plaats de cursor in de tabel, en klik de knop "Sorteren".
Dit opent het dialoogvenster "Sorteren" in een licht gewijzigde vorm.
5
Het eerste vak "Sorteren op" vermeld uit elke kolom nu de kolomtitel.
En onderaan links hebben we de keuze, het al dan niet sorteren van de eerste rij.
Aangezien de eerste rij mijn kolomtitels zijn hoeven deze niet gesorteerd te worden, dus kies ik voor "Niet sorteren", en klik OK.
6

Word Cursus Deel40 Klick hier voor open

Enveloppen

Enveloppen maken

Om de geadresseerde af te drukken op een envelop, kies je het tabblad "Verzendlijsten" in het lint, en klik je de knop "Enveloppen".

Dit opent het dialoogvenster "Enveloppen en Etiketten" met twee tabbladen waarvan het tabblad "Enveloppen" is geselecteerd.


Hebben we de naam en het adres van de geadresseerde in onze brief staan, en hebben we dit geselecteerd VOOR we de knop "Enveloppen" drukken in het lint, dan wordt dit automatisch ingevuld in het vak "Geadresseerde".
 Indien dit niet het geval is, kan je dit gewoon typen.

De afzender, ik dus in dit geval, wordt ook automatisch ingevuld.
Ik hoor je al denken, hoe kan Word nou weten wie de afzender is ????
Wel, hij weet dit niet.
Maar je kunt dit instellen.
Navigeer naar de backstage weergave, en klik de knop "Opties".
Kies het tabblad "Geavanceerd", en helemaal onderaan in het vak "Adres" typ je de naam en het adres van de afzender.



Is het adres van de afzender reeds geprint op je enveloppen, selecteer je het vakje "Weglaten" in het dialoogvenster "Enveloppen en etiketten".
Wanneer dit is aangevinkt kan je zien in het voorbeeldgedeelte dat dit is weggelaten.

Om de envelop af te drukken klik je de knop "Afdrukken".

Opties

Wanneer we enveloppen printen, hebben we een aantal opties die we kunnen instellen.
Klik hiervoor de knop "Opties" in het dialoogvenster "Enveloppen en Etiketten".
Dit opent het dialoogvenster "Envelopopties":

In dit dialoogvenster hebben we twee tabbladen:

1. Envelopopties:
 In het bovenste vak geef je het Envelopformaat in, door te klikken op het naar beneden wijzend pijltje.
Het lettertype voor geadresseerde en afzender.
 Klikken op de knop "Lettertype" opent een nieuw dialoogvenster waar we het lettertype, de grootte, de kleur, en een aantal effecten kunnen ingeven.
En voor beiden, de positie waar de tekst wordt geprint.

 

 

 


2. Afdrukken:
 In het tweede tabblad "Afdrukken" stellen we de afdrukopties in. De afdrukopties worden gebaseerd op de printer waar de envelop wordt afgedrukt.  
In de bovenste sectie van dit tabblad kies je een invoermethode. Word doet je een voorstel, maar je kunt dit steeds wijzigen door een ander te klikken.

De opties "Tekst naar boven" of "Tekst naar beneden".
 De optie "Rechtsomdraaien".
 En de optie voor de "Papierinvoer".

Sommigen van deze worden duidelijk weergegeven in het voorbeeld.
 Anderen zal je eerst eens moeten afdrukken op een gewoon blad papier, om hiervan de uitwerking te kunnen zien.

Klik de knop OK wanneer je klaar bent.
In het dialoogvenster 'Enveloppen en etiketten" kan je de envelop toevoegen aan je document.
 Klik hiervoor op de knop "Aan document toevoegen".
 Dit voegt de envelop toe aan je document als eerste pagina.

Word Cursus Deel41 Klick hier voor open

Etiketten  

Etiketten maken

1Om een etiket te maken selecteer je eerst het adres in het document, en klik je daarna de knop "Etiketten" onder het tabblad "Verzendlijsten" in het lint.
Dit opent het dialoogvenster "Enveloppen en Etiketten" met twee tabbladen waarvan het tabblad "Etiketten" is geselecteerd.

Het adres is reeds ingevuld omdat we dit reeds hadden geselecteerd in ons document, maar je kan dit wijzigen door een ander te typen, of te plakken.

Daaronder vinden we twee opties voor de "Afdrukken".
 De eerste vink je aan wanneer je een volledige pagina met hetzelfde adres wil afdrukken.

De tweede selecteer je wanneer je één etiket wenst te printen op een blad met verschillende etiketten. Specifieer dan in de vakken hieronder het aantal rijen en het aantal kolommen van je blad met etiketten.

Het voorbeeld dat wordt getoond in het vak "Etiket", is een voorbeeld van het laatst gebruikte etiket.             

Om het etiket af te drukken klik je de knop "Afdrukken".
Om de etiketten weer te geven in een nieuw document, klik je de knop "Nieuw document".
Dit opent een nieuw document met onze etiketten (allen hetzelfde uiteraard), die we kunnen opslaan, afdrukken... whatever.
2

Opties

Klik in het dialoogvenster "Enveloppen en etiketten" op de knop "Opties" om de opties van onze etiketten in te stellen.
Dit opent het dialoogvenster "Opties".
3

Bovenaan geven we de printerinformatie in.
Standaard is de optie "Papierprinters" hier aangevinkt.
Daarnaast vinden we de "Lade", standaard staat dit ingesteld op de "Standaardpapierlade".
 Wens je hiervoor een andere te kiezen, klik je het naar beneden wijzend pijltje.

Daaronder vinden we de Etiketinformatie.
Klikken op het naar beneden wijzend pijltje geeft ons een aantal producenten van etiketten waaruit we kunnen kiezen.
Heb je een producent gekozen, verschijnt in het vak daaronder de verschillende producten van deze producent.

Vind je geen producent, of productnummer dat voldoet aan jouw etiketten, dan klik je de knop "Nieuw...".
Dit opent het dialoogvenster "Details" waarin je zowat alle opties kunt ingeven die nodig zijn om je etiketten op een deftige manier uit te printen.
 Geef het etiket een naam, geef je instellingen in, en klik OK
 Omdat dit voor iedereen anders is, ga ik hier niet verder over uitbreiden

Word Cursus Deel42 Klick hier voor open

Afdruk samenvoegen (1)

Type document bepalen

We gebruiken de functie "Afdruk samenvoegen" om een brief die we aan verschillende personen willen verzenden, een meer gepersonaliseerde tint te geven.
Hiervoor hebben we uiteraard onze brief nodig, en een tabel met de adressen.
Of deze tabel nu staat in een Excel spreadsheet, een Access databank, zelfs een Word tabel, dat maakt niet uit.
We hebben zelfs de mogelijkheid deze tabel in Word te maken, terwijl we reeds begonnen zijn onze documenten samen te voegen.

We vinden de knop "Afdruk samenvoegen", plus de bijbehorende opties onder het tabblad "Verzendlijsten" in het lint.
Het merendeel van deze opties is nog niet beschikbaar wanneer we ons document nog niet hebben samengevoegd.
1

De eerste stap in de functie "Afdruk samenvoegen", is het type document bepalen dat we willen gebruiken in onze samenvoeging met een al dan niet reeds bestaande tabel.

Klik hiervoor op de knop "Afdruk samenvoegen".

Dit opent een drop-downmenu met de verschillende types.

Het eerste type is "Brieven", dit gebruiken we om verschillende personen dezelfde brief te versturen.

Het tweede type is "E-mailberichten", dit gebruiken we wanneer we deze willen verzenden via email.

Het derde en vierde type is "Enveloppen" en "Etiketten", deze zijn reeds besproken in de vorige les.

De vijfde optie "Adreslijst", welke eigenlijk hetzelfde is als "Etiketten", laat ons toe verschillende records te printen op eenzelfde pagina.            
Wanneer één van deze vijf opties is geselecteerd kunnen we verder gaan met het samenvoegen van onze gegevens.
Wanneer je niet langer wenst dat je document wordt samengevoegd, kies je voor de optie "Normaal Word-document".

Wanneer je niet juist weet welke stappen je moet uitvoeren om een afdruk samen te voegen, selecteer je de optie "Stapsgewijs wizard Afdruk samenvoegen...".
 Hierover ga ik uitgebreider op in, in een latere les.

In dit voorbeeld ga ik een bestaande brief samenvoegen, dus kies ik voor "Brieven" uit de drop-downlijst.

Brongegevens bepalen

Het tweede wat we moeten doen is, de bron bepalen waar Word de gegevens moet gaan halen, waarmee hij de brief moet samenvoegen.
2
Klik hiervoor op de knop "Adressen selecteren" in het lint.

Dit opent een drop-downmenu met drie opties:
 De eerste "Nieuwe lijst typen..." gebruiken we wanneer we nog geen tabel met adressen hebben.
 De tweede "Bestaande lijst gebruiken..." kiezen we wanneer we reeds beschikken over een tabel met de verschillende adressen. Of deze tabel nu in een Access, een Excel, of een Worddocument staat dat maakt niet uit.
En de derde optie "Selecteren uit Outlook-contactpersonen" gebruiken we wanneer onze geadresseerden zich in de lijst contactpersonen bevinden, in Outlook.

Laat me eerst eens beginnen met "Nieuwe lijst typen...".

Nieuwe adreslijst maken

Selecteer dus de optie "Nieuwe lijst typen..." uit het drop-downmenu.

Dit opent het dialoogvenster "Nieuwe adreslijst".

Standaard beschikt deze over dertien kolommen.
 Klikken op de knop "Kolommen aanpassen" opent een nieuw dialoogvenster "Adreslijst aanpassen".
3
In dit venster (1) kunnen we veldnamen toevoegen, verwijderen, en de naam wijzigen.

Klikken op de knop "Toevoegen" toont een dialoogvenster waar we de naam van het veld ingeven dat we willen toevoegen. Eénmaal je de nieuwe naam hebt ingegeven klik je de knop OK.
Elk veld dat je toevoegt wordt onder het op dat ogenblik geselecteerde veld geplaatst.
Klik de knoppen "Omhoog" en "Omlaag" om de orde van de velden te wijzigen.

Om een veld te verwijderen selecteer je eerst het veld, en klik je daarna de knop "Verwijderen".
 Word zal ons een bevestiging vragen of je zeker bent dat je het geselecteerde veld wil verwijderen.
 Kies "Ja" indien je dit wenst.

Om de naam van een veld te wijzigen selecteer je het veld, en klik je de knop "Naam wijzigen...".
Klikken op deze knop opent weer een dialoogvenster waarin je de nieuwe naam voor het veld typt.
Klik OK wanneer je hiermee klaar bent.

 

Klik nogmaals op OK wanneer je klaar bent met het aanpassen van de velden.

Dit brengt ons terug in het dialoogvenster "Nieuwe adreslijst" (2).
 Om gegevens in te voegen typ je de juiste gegevens in de verschillende kolommen.
 Om van de ene kolom naar de volgende kolom te navigeren, klik je de tabtoets op je toetsenbord.
 Om van de ene kolom naar de vorige kolom te navigeren, klik je de tabtoets op je toetsenbord terwijl je de Shift-toets ingedrukt houdt.

Om een volgend adres in te geven, klik je de knop "Nieuw item" in het dialoogvenster.
 Staat de cursor in het laatste veld van het adres dat je juist hebt ingetypt, en klik je de tabtoets op je toetsenbord, dan springt de cursor naar een nieuwe lijn waar je een volgend adres kunt ingeven.

Om een persoon te verwijderen, selecteer je eerst de persoon, en klik je daarna op de knop "Item verwijderen" in het dialoogvenster.
4
Is de adreslijst volledig ingevuld, klik je de knop OK.
Dit opent het dialoogvenster "Adreslijst opslaan".
Navigeer naar de plaats op je computer waar je de lijst wil opslaan.
Geef het bestand een naam.
En klik op de knop "Opslaan".

Word zal dit bestand opslaan als een Microsoft Office-adreslijst, met de extensie .mdb

Het lijkt of er niks is gebeurd, maar Word heeft nu de link tussen onze brief en de adressen gemaakt.
Dit kan je zien aan de opties in het lint die nu wel beschikbaar zijn.
5

Word Cursus Deel43 Klick hier voor open

Afdruk samenvoegen (2)

Bestaande adreslijst gebruiken

Of we nu gebruik maken van een adressenlijst gemaakt in Excel, Access, of Word, dat maakt niet uit.
Open eerst de brief die je wil koppelen aan de adressenlijst, klik de knop "Adressen selecteren" (1) in het lint, en kies "Bestaande lijst gebruiken..." (2) uit het drop-downmenu.
Dit opent het dialoogvenster "Gegevensbron selecteren" (3).
 Selecteer het bestand met de adressenlijst, in dit voorbeeld is dit een Excelbestand (4), en klik de knop "Openen" (5).
1

Dit opent een nieuw dialoogvenster:
 Het Excelbestand dat ik heb gekozen beschikt slechts over een werkblad, dus is dit werkblad geselecteerd (1).
 Heeft jouw bestand meerdere werkbladen, dan selecteer je het werkblad waarin de adreslijst zich bevindt.

En omdat de eerste rij uit deze adreslijst een kolomtitel is, moet ik dit vakje (2) worden aangevinkt.  
Klik vervolgens de knop OK.

Ook hier lijkt het of er niks is gebeurd, maar Word heeft nu de link tussen onze brief en de adressen in ons Excelbestand gemaakt.

Velden vergelijken

2Wanneer we een bestaande lijst nemen, moeten we eerst de veldnamen vergelijken, willen we dat alles correct verloopt.
Klik hiervoor op de knop "Velden vergelijken" (1) in het lint onder het tabblad "Verzendlijsten" (2).

Dit opent het dialoogvenster "Velden vergelijken" (3).

Aan de linkerkant van dit dialoogvenster vinden we de standaard veldnamen, en aan de rechterkant vinden we de veldnamen uit ons geselecteerd bestand. In dit geval dus het Excelbestand.

Sommige van deze velden hebben een overeenkomst, anderen dan weer niet.
 Dit is eigenlijk simpel, komt de standaardtitel in de linkse kolom overeen met de titel in het gelinkte bestand, dan zal Word een overeenkomst vinden, is dit niet het geval dan klik je het naar beneden wijzend pijltje naast het vak waarvoor hij geen overeenkomst vindt, en kies je het naamveld manueel uit de lijst.
3             
Het standaardveld Voornaam is voor beide gelijk, dus dit is geen probleem.
Het standaardveld "Achternaam" treft geen overeenkomst in mijn Excelbestand, dus moet ik dit manueel ingeven.
Ik klik hiervoor het naar beneden wijzend pijltje naast dit vak, en kies ik "Naam" uit de lijst.

Doe hetzelfde voor alle andere velden die je wil gebruiken in je samenvoeging, en waarvoor Word geen overeenkomst treft in je gekoppeld bestand.
Wens je deze overeenkomsten nogmaals te gebruiken in een andere samenvoeging, selecteer je het vakje voor de tekst "Deze overeenkomst onthouden...".
Klik OK wanneer je klaar bent.

Opmerking!! Ben je niet zeker dat Word een vergelijking vindt tussen de standaardvelden en de bronvelden, voer dan een vergelijking uit. Dit kost je misschien een beetje meer tijd, maar dit voorkomt lege velden in je document.

 Adressenlijst bewerken

Of we nu een lijst hebben aangemaakt of we gebruiken een bestaande lijst, we kunnen deze bewerken.
Klik hiervoor de knop "Adressenlijst bewerken" in het lint, onder het tabblad "Verzendlijsten".
Dit opent nogmaals een dialoogvenster waar we geadresseerden kunnen uitsluiten door op het vakje voor de naam te klikken, zodat dit is uitgevinkt.
We kunnen de geadresseerden sorteren op één of meerdere velden.
 We kunnen de geadresseerden filteren op één of meerdere velden.
 Hebben we een grootte lijst kunnen we duplicaten zoeken, en deze verwijderen.
 En we kunnen geadresseerden zoeken.

Wens je de lijst aan te vullen, selecteer je de lijst in het vak "Gegevensbron", onderaan links het dialoogvenster, en klik je de knop "Bewerken".
4
In de volgende les gaan we eindelijk alles samenvoegen.

Word Cursus Deel44 Klick hier voor open

Afdruk samenvoegen(3)     

Samenvoegvelden invoegen

De volgende stap is de samenvoegvelden in ons document in te voegen.
 Hiervoor plaats je eerst de cursor op de plaats in je document waar je deze velden wenst.
 Klik de knop "Samenvoegvelden invoegen" onder het tabblad "Verzendlijst" in het lint.
 Dit opent een drop-downmenu met al onze beschikbare velden uit onze tabel.
 Klik op het veld dat je wil invoegen.

 In dit voorbeeld voeg ik als eerste de "Voornaam" in en klik de Spatietoets op het toetsenbord. Dit plaatst een spatie tussen de voornaam en de naam.
 Vervolgens klik ik nogmaals op de "Samenvoegvelden invoegen", kies "Naam" uit het drop-downmenu, en klik de Entertoets op het toetsenbord.
 Ik plaats de cursor op de juiste hoogte, dus juist onder de voornaam, en klik je nogmaals de knop "Samenvoegvelden invoegen".
 Ik kies "Adres" uit het drop-downmenu, en klik nogmaals de Entertoets op het toetsenbord.
 En als laatste moeten we nog de postcode en de woonplaats invoegen.
 Plaats opnieuw de cursor op de juiste plaats, dus net onder het adres, en klik nogmaals op de knop "Samenvoegvelden invoegen".
 Deze maal kies ik voor "Postcode" en typ een spatie. 

Ik klik nogmaals op de knop "Samenvoegvelden invoegen", en kies Woonplaats.
 Dat was het voor het invoegen van de geadresseerde.

 Om de brief een persoonlijk tintje mee te geven, kan je nog de voornaam van de persoon invoegen in de aanspreektitel.
 Ga hiervoor op dezelfde manier te werk:
 1. cursor op de juist plaats in je document zetten
 2. klikken op de knop "Samenvoegvelden invoegen"
 3. en klikken op het veld "Voornaam" in het drop-downmenu.
1
Voor we de samenvoeging gaan voltooien, ga ik je nog even wat informatie meegeven.
 Maar wens je reeds een voorbeeld te bekijken, klik je de knop "Voorbeeld van resultaat" in het lint.
 Wens je terug te keren naar de "invoegmodus" klik je nogmaals deze knop.

Adresblok invoegen

In plaats van alle samenvoegvelden één voor één in te voegen, kunnen we ook gebruik maken van het adresblok. Dit gaat iets vlugger.
Plaats hiervoor de cursor in je document, op de plaats waar je het adres wil hebben.
Klik de knop "Adresblok" onder het tabblad "Verzendlijst" in het lint.
 Dit opent het dialoogvenster "Adresblok invoegen":
2

In dit dialoogvenster kunnen we een aantal opties instellen.
Bovenaan links hebben we de verschillende notaties waaruit we kunnen kiezen.
Daaronder hebben we het vak "Bedrijfsnaam invoegen".
Wens je hiervan gebruik te maken, moet je wel in je tabel over een veld met een bedrijfsnaam beschikken.
Daaronder vinden we een aantal opties voor het weergeven van het land.
Ook hier moet je tabel dan beschikken over een veld met het land.
Aan de rechterzijde van het dialoogvenster vinden we een voorbeeldvenster, met daarboven de knoppen "Eerste", "Vorige", "Volgende" en "Laatste", waarmee we kunnen navigeren tussen onze verschillende records in onze tabel.

Mochten er problemen zijn tussen het standaardveld en het bronveld, kan je nog steeds wijzigingen aanbrengen door te klikken op de knop "Velden vergelijken".
Klik de knop OK wanneer je tevreden bent.
Het adresblok zal dan verschijnen op de plaats waar je cursor stond in je document.

Word Cursus Deel45 Klick hier voor open

Afdruk samenvoegen(4)     

Begroetingsregel invoegen

1Om een begroetingsregel in te voegen plaats je de cursor op de plaats in je document waar je deze wil hebben.

Klik de knop "Begroetingsregel" onder het tabblad "Verzendlijst" in het lint.
 Dit opent het dialoogvenster "Begroetingsregel invoegen":

 Ook hier hebben we een aantal opties die we kunnen instellen.

 Allen lijken me overduidelijk, dus veel uitleg hoef ik hierover niet te geven.
 Geef je voorkeuren in, en klik de knop OK.
 De "Begroetingsregel" verschijnt op de plaats waar je cursor stond.   

Resultaat bekijken

Voor we de samenvoeging voltooien, is het misschien wel verstandig eerst het resultaat eens te bekijken.
Klik hiervoor de knop "Voorbeeld van resultaat " onder het tabblad "Verzendlijst" in het lint.
Wanneer je deze knop hebt geklikt, toont Word ons het eerste record uit de tabel in ons document.
Je kunt tussen de verschillende records navigeren door te klikken op de knoppen "Eerste record", "Vorige record", Volgende record", en "Laatste record".
2
Klik nogmaals op de knop "Voorbeeld van resultaat " om het voorbeeldvenster te sluiten.

Controleren op fouten

En als laatste stap voor we de samenvoeging voltooien, controleren we nog even of we geen fouten hebben gemaakt.
3
Klik hiervoor de knop "Automatisch controleren op fouten".

Dit opent het dialoogvenster "Fouten controleren en melden" met drie opties.

Allen lijken me duidelijk, en hoeven verder geen uitleg.

Klik de knop OK.

Samenvoeging voltooien

Eens we het resultaat hebben bekeken, en de samenvoeging op fouten hebben gecontroleerd, kunnen we de samenvoeging voltooien.
Klik hiervoor de knop "Samenvoeging voltooien " onder het tabblad "Verzendlijst" in het lint.
Dit geeft ons een drop-downmenu met drie opties.
4                "Afzonderlijke documenten bewerken..." : wanneer je hiervoor kiest heb je de mogelijkheid alle records samen te voegen, het huidige record samen te voegen, dit is het record dat op dat moment wordt weergegeven in ons document, of bepaalde records samen te voegen.
 Klik de knop OK wanneer je de selectie hebt gemaakt.

 

5                 
"Documenten afdrukken..." : hiervoor gelden dezelfde mogelijkheden dan de selectie hierboven uitgelegd.
 Klik de knop OK en het afdrukdialoogvenster opent.
 Klik nogmaals op OK.   
                 

 

6                "E-mailberichten verzenden...": deze keuze laat ons toe het document te verzenden naar het
 E-mailadres van de geadresseerde.
 Hiervoor moet je uiteraard ook een e-mailveld hebben opgenomen in je tabel.

 

 

 

 

 

Word Cursus Deel46 Klick hier voor open

Afdruk samenvoegen(5)     

Gebruik maken van de Wizard

Ben je niet helemaal zeker over de volgorde van de verschillende stappen om de samenvoeging tot een goed einde te brengen, dan kun je gebruik maken van de wizard "Afdruk samenvoegen".
Deze wizard, die is verdeeld in zes stappen, maakt het ons allemaal wat makkelijker.
Klik hiervoor op de knop "Afdruk samenvoegen" onder het tabblad "Verzendlijsten" in het lint, en kies voor "Stapsgewijze wizard Afdruk samenvoegen" uit het drop-downmenu.
Dit opent het taakvenster "Afdruk samenvoegen" aan de rechterzijde van het venster.
1

In de eerste stap van de wizard kiezen we het documenttype.
We hebben de keuze uit "Brieven", "E-mailberichten", "Enveloppen", "Etiketten", en "Adreslijst".
 Voor dit voorbeeld is de standaard selectie "Brieven" prima, dus klik ik de knop "Volgende" onderaan het taakvenster.
Dit brengt ons in stap twee van de wizard.
In stap twee van de wizard bepalen we het document dat we willen gebruiken.
 Hiervoor hebben we drie keuzes:
 1. Het huidige document gebruiken.
 2. Een sjabloon gebruiken.
 3. Een bestaand document gebruiken.
In dit voorbeeld kies ik voor de eerste optie "Het huidige document gebruiken".

Klik nogmaals de knop "Volgende" onderaan het taakvenster.

Dit brengt ons in stap 3 van de wizard.

In stap 3 van de wizard bepalen we de geadresseerden.

Je hebt drie mogelijkheden.
 1. Je kunt een bestaande lijst gebruiken.
 2. Je kunt contactpersonen gebruiken uit het programma Outlook.
 3. Of je kunt een nieuwe lijst aanmaken.

Ik kies voor de eerste optie "Een bestaande lijst gebruiken", en klik de knop "Bladeren" in het taakvenster.    
Dit opent een dialoogvenster waar ik navigeer naar het bestand waarin zich de tabel bevindt met mijn geadresseerden.
Ik selecteer het bestand, in dit geval een Excelbestand, en klik de knop "Openen".
Omdat mijn Excelwerkmap bestaat uit slechts een werkblad en dit werkblad is geselecteerd, hoef ik enkel de knop OK te klikken.

Dit opent het dialoogvenster met alle geadresseerden.
Meer over de verschillende opties in dit dialoogvenster hebben we reeds gezien in en vorige les.

Klik nogmaals de knop "Volgende" onderaan het taakvenster.
Dit brengt ons in stap 4 van de wizard.
Stap vier laat ons toe onze brief te typen, mocht dit nog niet zijn gebeurd, en een adresblok, een begroetingsregel en/of samenvoegvelden in te voegen.
Ook hierover heb ik het reeds uitgebreid gehad in een vorige les.
Klik nogmaals de knop "Volgende" onderaan het taakvenster.

Dit brengt ons in stap 5 van de wizard.
Stap 5 van de wizard geeft een voorbeeld van onze brief weer.
We kunnen de knoppen "Vorige" en "Volgende" gebruiken om te navigeren tussen de verschillende records in onze tabel.
2

Klik nogmaals op de knop "Volgende" in het taakvenster om de samenvoeging te voltooien.
Dit brengt ons in de laatste stap van de wizard waar we de brieven kunnen afdrukken, of afzonderlijk bewerken.
Deze laatste optie hebben we ook reeds besproken in een vorige les.

Om het taakvenster te sluiten, klik je het kruisje rechts bovenaan het taakvenster.
3

Word Cursus Deel47 Klick hier voor open

Grafieken (1)

   

Grafiek invoegen

Om een grafiek in te voegen in je document selecteer je het tabblad "Invoegen" in het lint, en klik je de knop "Grafiek".
1

Dit opent het dialoogvenster "Grafiek invoegen".
Kies een categorie aan de linkerkant van het dialoogvenster, en selecteer een type aan de rechterkant van het dialoogvenster door erop te klikken.
Klik de knop OK.
Iets vlugger kan het, wanneer je dubbelklikt op de grafiek van je keuze.

Wanneer Excel is geïnstalleerd op jouw computer, zal dit automatisch Excel openen.
Is Excel niet geïnstalleerd op je computer, dan wordt Microsoft Graph geopend.
Wat het ook is, dat maakt niks uit.

In ons spreadsheet hebben we voorbeeldgegevens, die gebruikt worden in de grafiek in ons Word document.
2

De voorbeeldgegevens die werden gebruikt in de spreadsheet, kunnen uiteraard worden aangepast aan onze behoeften.
Plaats hiervoor de cursor in de cel, en typ je informatie.
Het aantal kolommen en rijen dat worden opgenomen in onze grafiek wordt geplaatst in een blauw kader in de spreadsheet.
 We kunnen dit aanpassen door de muisaanwijzer over de rechterbenedenhoek van de blauwe rand te plaatsen. Wanneer deze wijzigt in een schuin dubbel pijltje, klik en sleep je deze naar de gewenste plaats.
3
Van zodra je ook maar iets wijzigt in de spreadsheet, wordt dit toegepast in de grafiek in het Word document.
Wanneer je al je gegevens hebt ingevoerd in de spreadsheet, kan je dit sluiten.
 Klik hiervoor op het kruisje in de rechterbovenhoek van het applicatievenster.
 De hulpmiddelen voor grafieken verschijnt met drie contextuele tabbladen:
Ontwerpen, Indeling, en Opmaak.
 Om de grafiekstijl te wijzigen klik je één van de voorbeelden in de groep "Grafiekstijlen".

4 

Word Cursus Deel48 Klick hier voor open

Grafieken (2)

    

Grafiekgegevens bewerken

De gegevens uit onze grafiek wijzigen is heel makkelijk.
 Selecteer hiervoor eerst de grafiek in je document.
 Klik de knop "Gegevens bewerken" in het contextuele tabblad "Ontwerpen", in de Hulpmiddelen voor grafieken.
1
 Dit opent de spreadsheet, dat de gegevens bevat die in onze grafiek zijn opgenomen.
Wijzig de gegevens, en sluit de spreadsheet.
De wijzigingen worden onmiddellijk toegepast in onze grafiek.

Opmaak en indeling wijzigen

We hebben heel wat mogelijkheden, om de opmaak en de indeling van onze grafiek te wijzigen.
 Een aantal zal ik hier bespreken, de rest moet jezelf maar uitproberen.

Om het grafiektype te wijzigen selecteer je eerst de grafiek, en in de "Hulpmiddelen voor grafiek" kies je het contextuele tabblad "Ontwerpen".
Klik de knop uiterst links in het lint "Ander grafiektype".
Dit opent het dialoogvenster "Grafiektype wijzigen".
Kies een ander grafiektype, en klik de knop OK.

Om de stijl te wijzigen klikken we de knoppen "Scroll boven"(1), "Scroll onder" (2) of "Meer"(3) in het lint, en kiezen een stijl door erop te klikken.
2
Vervolgens ga ik een grafiektitel toevoegen.
Ik kies het contextuele tabblad "Indeling" in het lint.
Dit opent een drop-downmenu met drie opties: Geen - Gecentreerde overlay-titel - Boven grafiek.
Ik kies voor het laatste "Boven grafiek".
Het eerste is duidelijk, het tweede plaatst de titel over de grafiek.
Eénmaal je een keuze hebt gemaakt, kan je beginnen typen.
 Je hoeft niet eerst de tekst in het tekstvak te selecteren.
Heb de titel ingetypt, klik je ergens buiten de titel.

Met de grafiek nog steeds geselecteerd, kan je eventueel eens gaan zien hoe je titel er zou uitzien, wanneer je had gekozen voor de tweede optie (Gecentreerde overlay-titel) in het drop-downmenu van de grafiektitels. Je kunt dit op elk ogenblik wijzigen indien je dit wenst.
3               
Vervolgens kan je de titels van de horizontale en verticale as aanpassen, mochten deze verwarring scheppen in de grafiek.

Klik hiervoor op de knop "Astitels" in het contextuele tabblad "Indeling".

Dit opent een drop-downmenu met twee opties.

Eén voor de primaire horizontale as, en één voor de primaire verticale as.

De eerste geeft ons dan weer twee opties: Geen of Titel onder as, die beiden duidelijk zijn denk ik.

En de tweede geeft ons vier opties die me ook allen duidelijk overkomen.

Vervolgens pas ik de "Legenda" aan, en klik hiervoor de knop "Legenda" in het contextuele tabblad "Indeling".
Wanneer we hierop hebben geklikt hebben we acht opties.
De eerste zeven lijken me duidelijk, de achtste "Meer opties voor legenda" opent een dialoogvenster waar we de instellingen voor: "Opties voor legenda", "Opvulling", "Randkleur", "Randstijl", en "Schaduw" kunnen aanpassen.
Ook deze lijken me allen duidelijk.
Klik de knop "Sluiten" in het dialoogvenster wanneer je klaar bent je instellingen in te geven.

Vervolgens hebben we de knop "Gegevenslabels" in het contextuele tabblad "Indeling".
Met deze knop kunnen we de gegevens uit onze tabel, weergeven in onze grafiek.
Ook hier hebben we een aantal opties die me allen duidelijk lijken. Mocht dit voor jou niet zo zijn probeer je deze allen maar eens uit.
In dit voorbeeld kies ik voor de optie "Einde buitenkant".

Vervolgens hebben we de knop "Gegevenstabel" in het contextuele tabblad "Indeling".
Wanneer we hier op klikken hebben we drie opties. Deze plaatsen de tabel uit de spreadsheet onder de grafiek.
Aangezien ik in "Gegevenslabel" heb gekozen voor "Einde buitenkant", kies ik hiervoor "Geen".
Ik hoef namelijk de gegevens uit mijn tabel geen tweemaal te herhalen.

Vervolgens hebben we de knop "Assen".
 Ook hier heb ik twee keuzes, de horizontale as met zeven opties.
 En de verticale as met vijf opties.
 Ook deze lijken me allen duidelijk.
 In dit voorbeeld kies ik voor de horizontale voor "Geen", omdat de gegevens uit de tabel toch aan het einde worden weergegeven van de staaf.

Vervolgens hebben we de knop "Rasterlijnen" die me ook allen duidelijk lijken.
En daarnaast hebben we de knop "Tekengebied".
Wanneer we hierop klikken hebben we drie opties, "Geen", "Tekengebied weergeven", en "Meer opties voor tekengebied". Ook deze lijken me duidelijk.
Ik kies in de optie "Meer opties voor tekengebied", tabblad "Opvulling", voor "Opvulling met kleurovergang", en klik de knop "Sluiten".

En dan hebben we nog het contextuele tabblad "Opmaak".
Ook hier hebben we een hele resem opties om de opmaak van onze grafiek te wijzigen.
 Veel te veel om op te noemen.
 Onthoud dit, wens je de opmaak van gelijk welk onderdeel uit je grafiek te wijzigen, selecteer je eerst dat deel dat je wenst te wijzigen, en kies je daarna de optie die je wenst toe te passen.
 Vind je de wijziging maar niks, klik dan de knop "Ongedaan maken" in de werkbalk "Snelle toegang", of klik de knop Z op je toetsenbord terwijl je de Ctrl-toets ingedrukt houdt.
4

Word Cursus Deel49 Klick hier voor open

Illustraties (1)

Invoegen van een Afbeelding of Illustratie

Om een afbeelding of illustratie in te voegen in ons document, selecteren we het tabblad "Invoegen" in het lint, en klikken de knop "Afbeelding" of "Illustratie ".
2

Kies je voor "Illustratie" dan opent het taakvenster "Illustraties" aan de rechterkant van het1 applicatievenster.

In het bovenste vak van het taakvenster (1) geef je een zoekwoord in, bijvoorbeeld "koffie", en klik je op de knop "Starten".
 Word toont ons alle gevonden illustraties.

Wijzen we met de muisaanwijzer over de illustratie dan verschijnt er een naar beneden wijzende pijl (2).
 Wanneer we hierop klikken, verschijnt er een drop-downmenu met verschillende opties, die me allen duidelijk overkomen.
 Eén hiervan is "Invoegen".
 Klik hierop wanneer je tevreden bent met je keuze.

 Iets sneller kan door te klikken op de Illustratie.            
Hoe je het ook doet, de illustratie wordt ingevoegd op de plaats waar de cursor zich bevindt in het document.

Opmerking.
 In het taakvenster dat verschijnt heb je keuze uit honderden, misschien wel duizenden illustraties die worden bijgeleverd wanneer je Microsoft Word aanschaft. Mocht het zijn dat je toch nog je zin niet vindt, kan je nog steeds gaan zoeken op de site van Microsoft naar andere.
 Klik hiervoor op de knop "Illustraties op Office online", helemaal onderaan het taakvenster.

Ik vind voor mijn "Geschiedenis van de koffie" geen geschikte illustratie, dus voeg ik maar een afbeelding in.
Wanneer je een afbeelding of illustratie invoegt, beschik je over het extra tabblad "Opmaak".
3
Wil je nu afbeelding of illustratie verplaatsen ga je met de muisaanwijzer over de afbeelding, deze wijzigt in een vierdelig pijltje.
Door te klikken en slepen op de afbeelding, verplaatsen we deze naar de gewenste positie.

De afbeelding wanneer we deze hebben ingevoegd, wordt behandeld als een stukje tekst.
 Het plaatst als het ware de afbeelding tussen twee woorden, of twee letters.
 Dit kan je goed zien in bovenstaande afbeelding.
 De ruimte tussen de eerst lijn en de tweede lijn tekst, is de hoogte van de afbeelding.

We kunnen dit wijzigen door op de knop "Tekstterugloop" te klikken.
 Dit opent een drop-downmenu met verschillende opties. Voor elk van deze opties staat een voorbeeld van hoe de tekst met de afbeelding er zal uitzien wanneer je erop klikt. Dus dat lijkt me wel duidelijk.
 Wat ik wel kan vertellen is dat de eerste optie, "In tekstregel", standaard staat ingesteld.

Ik ga voor de optie "Om kader", dit geeft een meer natuurlijke weergave van de illustratie.

Door te klikken en te slepen met de cirkeltjes in de hoeken van de afbeelding, kun je de afmetingen aanpassen.
 Door te klikken en te slepen met het groene cirkeltje bovenaan, kan je de afbeelding draaien.
4
Door te klikken op de knop "Grootte" kunnen we de gewenste afmetingen voor de foto intypen.
De functies Positie, Afbeeldingsvorm, Afbeeldingeffecten, Afbeeldingstijlen in het lint, beschikken allen over een "Live voorbeeld".
Zo kun je nog zien hoe je document zal worden weergegeven, nog voor je de optie hebt geklikt.

Door te klikken op de knop "Afbeeldingen comprimeren" kunnen we de geselecteerde afbeelding, of alle afbeeldingen in ons document comprimeren.
Dit is handig wanneer je foto's invoegt met een grootte omvang, in KB bedoel ik dan.
Bijvoorbeeld, je hebt een foto gemaakt met je camera, en deze is 1.500 MB groot.
Wanneer we deze invoegen in ons document, zal ons document ook een minimum grootte hebben van 1.500 MB.
Nu, wanneer we deze foto comprimeren, zal deze nog een fractie in MB zijn van het origineel.
Dit is handig wanneer je het document moet e-mailen naar vrienden of collega's.

We hebben ook nog de opties "Helderheid", "Contrast", en "Andere kleuren". Ook deze lijken me duidelijk.
De mogelijkheden in Word 2010 om ons document op te vrolijken zijn enorm en worden alsmaar uitgebreid. Nieuw in Word 2010 zijn onder andere de opties "Kleur" en "Artistieke effecten".
 Heb je een beetje tijd, probeer deze allen maar eens rustig uit. Je kunt steeds terug keren met de knop "Ongedaan maken" in de werkbalk "Snelle toegang".
 Onderstaande heb ik gemaakt in vijf minuten. Ik weet het, het stelt niet zoveel voor, maar het heeft dan ook maar vijf minuten geduurd.

5

Word Cursus Deel50 Klick hier voor open

Illustraties (2)    

Schermafbeelding invoegen

Nieuw in Word 2010 is de optie "Schermafbeelding".
Met deze optie kan je een afbeelding van een de geopende applicaties op uw computer maken.
 Eerste vereiste is dat deze programma's niet geminimaliseerd zijn in de taakbalk.
 Tweede vereiste is dat het programma, waar je van een deel of van het gehele venster een schermafbeelding wil maken, zich vlak achter het programma Word 2010 bevindt, op het scherm.
Vervolgens klik je de knop "Schermafbeelding" (1) onder het tabblad "Invoegen" (2) in het lint.
 Dit opent een pop-upvenster (3) waarin alle geopende en NIET geminimaliseerde applicaties worden weergegeven.
1
Om een schermafbeelding van het hele venster van de applicatie te nemen, klik je deze in het pop-upvenster (4).
Dit voegt een schermafbeelding van het hele scherm, in dit geval Excel, toe in het Word-document.

Klik je de knop "Schermopname" (5), dan komt de applicatie Excel naar de voorgrond op je scherm, en klik en sleep je over het deel van het scherm waarvan je een schermopname wil maken.
 Laat vervolgens de muisknop los.
2

Dit voegt de schermafbeelding toe aan je Word-document.
 Omdat dit een afbeelding is, kun je deze ook opmaken als een afbeelding.
3

Invoegen van Vormen

Om een vorm in te voegen selecteren we het tabblad "Invoegen" in het lint, en klikken de knop "Vormen".

Dit opent een drop-downmenu dat verdeeld is in verschillende categorieën. 4

Lijnen, Basisvormen, Blokpijlen, Stroomdiagram, Toelichtingen, en Sterren en vaandels.

Bovenaan het menu vinden we de door jouw laatst gebruikte vormen.
 En helemaal onderaan de optie "Nieuw tekenpapier".

Om een vorm toe te voegen klik je deze in het drop-downmenu.
 Dit sluit het menu.
 Je muisaanwijzer is veranderd in een kruisje.
 Klik, en hoe de muisknop ingedrukt, op de plaats in je document waar je de vorm wil invoegen, sleep deze naar rechtsonder.
 Laat de muisaanwijzer los wanneer je de juiste grootte voor je vorm hebt bereikt.

Wanneer je de muis loslaat, zie je dat er aan de randen van de vorm blauwe blokjes verschijnen, en aan de hoeken blauwe cirkeltjes.           
5               
Deze gebruiken we wanneer we de afmetingen van de vorm willen wijzigen.
 Het Groene cirkeltje bovenaan gebruik je wanneer je de vorm wil draaien.

In het lint verschijnen de "Hulpmiddelen voor tekenen", samen met het contextuele tabblad "Opmaak".

Al deze verschillende opmaakmogelijkheden moet je maar eens uitproberen wanneer je wat tijd over hebt.

Vormen selecteren

Om een vorm te selecteren in een document, klik je deze met je muis.
Om meerdere vormen in een document te selecteren, hou je de Ctrl-toets op je toetsenbord ingedrukt terwijl je de verschillende vormen klikt met de muis.

Heb je meerdere vormen geselecteerd waarvan je één of meerdere wil 'deselecteren', hou je terug de Ctrl-toets op je toetsenbord ingedrukt, en klik je nogmaals op de geselecteerde vorm(en) die je wenst te 'deselecteren'.

Een tweede manier om vormen te selecteren is het tabblad "Start" te selecteren in het lint, te klikken op de optie "Selecteren, en te kiezen voor "Objecten selecteren" in het drop-downmenu.
Je muisaanwijzer wijzigt dan in een witte pijl.
Klik en sleep over de objecten die je wenst te selecteren.

 Nieuw tekenpapier

De optie "Nieuw tekenpapier" onderaan het drop-downmenu "Vormen" is handig, wanneer je een tekening die uit verschillende illustraties bestaat wil schikken, of wil samenhouden wanneer je deze verplaatst.
De optie "Nieuw tekenpapier" vinden we helemaal onderaan het drop-downmenu "Vormen".
Plaats de verschillende illustraties op het tekenpapier.
 Om het tekenpapier te verplaatsen, plaats je de muisaanwijzer over een rand van het tekenpapier, deze wijzigt in een kruisje, klik en sleep op de gewenste plaats.
 Zoals je ziet blijven alle illustraties die zich op het tekenpapier bevinden, op hun plaats.
6
Om het formaat van het tekenpapier te wijzigen klik en sleep je de zwarte blokjes aan de randen, en hoeken.

Om het tekenpapier te kopiëren, hoe je de Ctrl-toets op je toetsenbord. Plaats de muisaanwijzer over een rand, deze wijzigt in een 'plusteken' (+).
 Klik en sleep het tekenpapier in je document waar je de kopij wil plaatsen.

Word Cursus Deel51 Klick hier voor open

De groep Tekst

WordArt invoegen

Met WordArt kunnen we speciale teksteffecten toevoegen aan ons document. Bijvoorbeeld een titel uitrekken, tekst scheef weergeven, tekst aanpassen aan een vooraf ingestelde vorm of een opvulling met kleurovergang toepassen.
Om tekst voorzien van WordArt toe te voegen aan je document, selecteer jet het tabblad "Invoegen" en klik je de knop "WordArt".
1
Dit opent een drop-downmenu met verschillende stijlen. 2

Kies een stijl in het menu.
Maakt niet uit wat je kiest, we kunnen dit later allemaal nog wijzigen.

Wanneer je een stijl hebt gekozen, verschijnt er een venster waarin je de tekst kunt typen.
                3
Had je eerst tekst in je document getypt, dan deze geselecteerd, en daarna op de knop "WordtArt" geklikt, dan had je geselecteerde tekst in het dialoogvenster gestaan.

Om de tekst met de WordArt-stijl te transformeren selecteer je eerst de tekst (1), kies je daarna het tabblad "Opmaak" (2), en klik je vervolgens de knop "Teksteffecten" (3).
Kies "Transformeren" (4) in het drop-downmenu en kies een transformatie-stijl.
4
Elke stijl heeft wel een roos vierkant blokje (5) waarmee je de vorm van de stijl kunt wijzigen, door hierop te klikken en te slepen.
5
De WordArt-stijl kan je, indien je dit wenst, verder opmaken met de knoppen in het lint onder het tabblad "Opmaak".

Tekstvakken invoegen

Tekstvakken zijn een deel van de bouwstenen, waarover ik het reeds heb gehad in een vorige les.
De knop "Tekstvak" vinden we in het lint onder het tabblad "Invoegen", in de groep "Tekst".
6
Wanneer we hierop klikken, verschijnt een drop-downmenu met verschillende keuzes. 7

Klik op het tekstvak van je keuze om het te plaatsen in je document.
Het tekstvak zal verschijnen in je document, zoals het werd getoond in het voorbeeld.

Mocht je niks vinden naar je zin, kan je nog steeds zelf een tekstvak aanmaken.

Klik hiervoor op de optie "Tekstvak maken" onderaan het drop-downmenu.
Dit wijzigt de cursor in een kruis.
Klik en sleep in je document, tot je de juiste afmetingen hebt bereikt.

Of je nu een tekstvak hebt gekozen uit het drop-downmenu, of je hebt er zelf één gemaakt, je kan je tekst beginnen typen van zodra je het tekstvak hebt ingevoegd.

Alle teksten en achtergronden van een tekstvak kunnen worden opgemaakt
door middel van het contextuele tabblad "Opmaak", dat verschijnt wanneer het tekstvak is geselecteerd.

Decoratieve initiaal

Een decoratieve initiaal zie je vaak aan het begin van een nieuw hoofdstuk in een boek.
Om een decoratieve initiaal in te voegen selecteer je eerst de alinea waar je de eerste letter in het groot wil zien.
Klik de knop decoratieve initiaal in het lint, onder het tabblad "Invoegen".
Wanneer we deze klikken hebben we drie opties: Geen - In tekst - In marge.
Deze lijken me allen wel duidelijk, maar misschien even de "Opties voor decoratieve initialen", onderaan het drop-downmenu bespreken.
Wanneer we hierop klikken, opent een dialoogvenster waarin we:
1. de positie kunnen bepalen.
2. een ander lettertype kiezen.
3. de hoogte van de letter door het aantal regels in te geven bepalen.
4. de afstand van de eerste letter tot de overige tekst kunnen bepalen.
Klik de knop OK wanneer je klaar bent je instellingen in te geven. 8

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Word Cursus Deel52 Klick hier voor open

Voet- en Eindnoten

Invoegen van een Voetnoot

Mochten er onder jullie zijn die het verschil niet kennen tussen een voetnoot en een eindnoot, wel een voetnoot wordt geplaatst aan het einde van een pagina, en een eindnoot op het einde van het document.
 Beiden zijn opmerkingen die betrekking hebben op een element uit de tekst.

Om een voetnoot in te voegen plaats je eerst de cursor naast de tekst waar je de voetnoot wil invoegen, selecteer je het tabblad "Verwijzingen" in het lint, en klik je de knop "Voetnoot invoegen".
1
Dit brengt ons automatisch naar het einde van de pagina, waar we onze opmerking kunnen typen.
2
We kunnen één of meerdere voetnoten toevoegen aan een pagina.
 Voetnoten worden genummerd van 1 tot...

Invoegen van een Eindnoot

Het invoegen van een eindnoot gebeurd op dezelfde manier dan het invoegen van een voetnoot, alleen klik je dan de knop "Voetnoot invoegen" in het lint. Logisch.
De knop "Voetnoot invoegen" vind je naast de knop "Eindnoot invoegen", en brengt ons naar het einde van ons document.

 

Voet- of Eindnoot verwijderen

Om een voet- of eindnoot te verwijderen, selecteer je het subscriptnummertje in je document, en klik je de Deletetoets op je toetsenbord.

Voet- en Eindnootopties

Standaard gebruikt een voetnoot superscript cijfers, en een eindnoot superscript Romeinse cijfers.

Dit kunnen we wijzigen in de opties.

Klik hiervoor op het naar beneden wijzend pijltje van de groep "Voetnoten" in het lint.            
               
Dit opent het dialoogvenster "Voetnoot en eindnoot".

In de bovenste sectie "Locatie" kiezen we de locatie van de voet- en eindnoten.
 En wat misschien interessant is, de knop "Converteren".
 Deze laat ons toe voetnoten te converteren naar eindnoten, en omgekeerd.

In de sectie "Opmaak" kunnen we een type van opmaak kiezen. Zelf een markering ingeven, of een symbool kiezen.
34Het beginnummer instellen.
 En de nummering doorlopend of opnieuw bij elke sectie of pagina te laten beginnen.

En dan kunnen we in de laatste sectie "Wijzigingen toepassen", instellen of we deze willen gebruiken voor ons hele document, of slechts in een sectie. Uiteraard moet je document dan beschikken over verschillende secties.
Klik de knop "Toepassen" wanneer je klaar bent.

Voet- en eindnoten tonen

Om voet- of eindnoten te tonen in je document plaats je de muisaanwijzer over je voetnoot.
 Dit toont ons een kadertje, met daarin de opmerking die vermeldt staat in de voetnoot of eindnoot.
5
Om een voet- of eindnoot te wijzigen dubbelklik je deze in het document.
 Dit brengt je automatisch naar de opmerking onderaan de pagina of document, waar je deze kunt wijzigen.
Klikken op de knop "Tekst weergeven" onder het tabblad "Verwijzingen" in het lint, brengt je ook automatisch onderaan de pagina, waar alle opmerkingen van voetnoten staan.
Heb je zowel voet- als eindnoten gebruikt in je document, zal er een dialoogvenstertje verschijnen waar je de keuze moet maken of je het voetnootgebied of het eindnootgebied wil weergeven.

Navigeren tussen voetnoten of eindnoten

Navigeren tussen voet- of eindnoten kan op een aantal manieren.
Een eerste manier is met de knop "Volgende voetnoot" onder het tabblad "Verwijzingen" in het lint.
 Klik het naar beneden wijzend pijltje wanneer je wil navigeren naar de volgende eindnoot. Of naar een vorige voet- of eindnoot.

Een tweede manier is te klikken op de knop "Bladerobject selecteren" onderaan rechts in het applicatievenster, en te kiezen voor "Bladeren per voetnoot" of "Bladeren per eindnoot".

Een derde manier is het tabblad "Start" te selecteren in het lint, te klikken op het naar benedenwijzend pijltje naast de knop "Zoeken", en te kiezen voor "Ga naar...".
Dit opent een dialoogvenster met drie tabbladen. Het tabblad "Ga naar..." is geselecteerd.
 Selecteer de optie "Voetnoot" of "Eindnoot" in de linkerkant van het dialoogvenster, en klik de knop "Volgende".
 Dit brengt je naar de volgende voet- of eindnoot.
Weet je het nummer van de voet- of eindnoot kan je dit ingeven in het invulvak, en klikken op de knop "Ga naar".

6

Word Cursus Deel53 Klick hier voor open

Inhoudsopgave (1)

Inhoudsopgave toevoegen

Wanneer we gebruik hebben gemaakt van de verschillende kopstijlen (kop 1en kop2), die standaard zijn voorzien in de groep "Stijlen" onder het tabblad "Start" in het lint, kunnen we Word de inhoudsopgave voor ons laten maken.

Plaats hiervoor eerst de cursor in je document, op de plaats waar je de inhoudsopgave wenst in te voegen.

 Klik daarna de knop "Inhoudsopgave" onder het tabblad "Verwijzingen" in het lint.

Dit opent een drop-downmenu met drie vooraf opgemaakte "inhoudsopgaves".

1. Automatische inhoudsopgave 1:

 voegt als titel "Inhoud" toe, met daaronder de verschillende inhoudsvelden.

2. Automatische inhoudsopgave 2:

 voegt als titel "Inhoudsopgave" toe, met daaronder de verschillende inhoudsvelden.

3. Handmatige inhoudsopgave:

 voegt als titel "Inhoudsopgave" toe, met daaronder een voorbeeld van inhoudsopgave, waarin we wijzigingen kunnen aanbrengen in tekst en paginanummering.      

In dit voorbeeld klik ik optie 2, "Automatische inhoudsopgave 2'.

 En Word doet de rest.

Snel en makkelijk.

Opties  Inhoudsopgave

Wanneer we gebruik hebben gemaakt van één van de vooraf opgemaakte "inhoudsopgaven", kunnen we verschillende opties hiervan instellen.

Klik hiervoor nogmaals de knop "Inhoudsopgave" onder het tabblad "Verwijzingen" in het lint.

Kies onderaan het drop-downmenu voor "Inhoudsopgave invoegen".

 Dit opent het dialoogvenster "Inhoudsopgave".

Bovenaan hebben we een "Afdrukvoorbeeld" en een "Webvoorbeeld" venstertje.

Daaronder hebben we de optie "Paginanummers weergeven". Aangevinkt geeft dit de paginanummers weer, uitgevinkt geeft dit geen paginanummers weer.

Daaronder hebben we de optie "Paginanummers rechts uitlijnen ".

 Aangevinkt geeft dit de paginanummers weer aan de rechterkant van het blad, uitgevinkt geeft dit de paginanummers weer vlak naast de "Kop".

Daaronder vinden we de optie "Opvulteken".

Klikken op het naar beneden wijzend pijltje geeft ons drie keuzes van opvulteken.

Daaronder hebben we de optie "Opmaak".

 Klikken op het naar beneden wijzend pijltje geeft ons de keuze uit nog zes andere opmaakmogelijkheden.

Daaronder vinden we het aantal niveaus.

 Standaard staat dit ingesteld op drie kopstijlen, maar dit kun je aanpassen door op het naar boven of naar onder wijzend pijltje te klikken. Maximum dus negen.

Rechts daarvan hebben we de optie "Hyperlinks in plaats van paginanummers".

 Wanneer dit is aangevinkt worden Hyperlinks in plaats van paginanummers getoond.

 Een voorbeeld hiervan zie je in het venstertje "Webvoorbeeld".

 Om gebruik te maken van de Hyperlinks, plaats je muisaanwijzer over een Hyperlink met de Ctrl-toets op je toetsenbord ingedrukt. Klik de link om te navigeren naar dit onderwerp.

Klik de knop OK wanneer je instellingen zijn ingegeven.

Dit toont een waarschuwingsvenster, met de vermelding of je het opmaakprofiel in de inhoudsopgave wil vervangen.

Klik je op de knop "Ja", dan zal dit de vorige inhoudsopgave aanpassen aan de nieuwe instellingen.

Klik je de knop "Nee", dan zal dit de inhoudsopgave laten voor wat ze is

Word Cursus Deel54 Klick hier voor open

Inhoudsopgave (2)

Zelfgemaakte kopstijlen gebruiken

Wanneer je zelfgemaakte kopstijlen gebruikt in je document, kunnen we deze ook gebruiken in onze inhoudsopgave.

Eerst plaats je de cursor in je document, op de plaats waar je de inhoudsopgave wil invoegen.

Klik daarna de knop "Inhoudsopgave" onder het tabblad "Verwijzingen" in het lint.

Kies onderaan het drop-downmenu voor "Inhoudsopgave invoegen".

 Dit opent het dialoogvenster "Inhoudsopgave".

Klik de knop "Opties", in het dialoogvenster.

Dit opent nog een dialoogvenster "Opties voor inhoudsopgave".

 Het vakje "Opmaakprofielen" is standaard aangevinkt.

 Aan de linkse kant vinden we de beschikbare opmaakprofielen.

 Aan de rechtse kant vinden we het niveau dat is toegewezen aan het opmaakprofiel.

 Zo kun je zien in Afbeelding 1, hieronder, dat het niveau 1 is toegewezen aan Kop 1, niveau 2 is toegewezen aan Kop 2, en niveau 3 is toegewezen aan Kop 3.

 Dit is de standaard instelling.

 Om nu de standaard kopstijl-instellingen te wijzigen, verwijder je de cijfertjes (het niveau) uit het vak Kop 1, Kop 2, en Kop 3 (Afbeelding 3)

 Je scrollt naar beneden, en daar zie je de zelfgemaakte kopstijlen staan (Afbeelding 2).

Afbeelding 1------------------------------------------------- Afbeelding 2

12    

 

 

 

 

 

 

 

Plaats de cijfertjes 1, 2 (het niveau) in de juiste vakken (Afbeelding 4).

Afbeelding 3------------------------------Afbeelding 4

3

Klik OK wanneer je klaar bent.

En klik nogmaals op OK in het vorige dialoogvenster.

Dit geeft ons een inhoudsopgave gebaseerd op de zelfgemaakt kopstijlen.

Inhoudsopgave bijwerken

Wanneer we wijzigingen hebben aangebracht in ons document, bijvoorbeeld tussen hoofdstuk 2 en 3 hebben we een hoofdstuk toegevoegd, moeten we de inhoudsopgave natuurlijk aanpassen.

Hiervoor plaats je de cursor bovenaan de inhoudsopgave.

 Klik de knop "Tabel bijwerken" (1) die verschijnt.

Dit opent een dialoogvenstertje met twee opties.        

1. Alleen pagina nummers bijwerken.

2. In zijn geheel bijwerken.

De eerste optie is standaard geselecteerd. Dit werkt de paginanummers bij wanneer we gegevens uit ons document hebben verwijderd, of hebben toegevoegd.

De tweede optie zal alle wijzigingen doorvoeren die we hebben gemaakt in ons document.

Dit zijn zowel de paginanummers, plus de verschillende bestaande of nieuw ingevoegde koppen, plus de verschillende niveaus.

Wanneer je dus een heel hoofdstuk hebt ingevoegd tussen 2 en 3, kies je voor de tweede optie: "In zijn geheel bijwerken".

Klik OK in het dialoogvenster. 5

 

 

 

 

Het hoofdstuk dat je juist hebt ingevoegd tussen hoofdstuk twee en drie, wordt opgenomen in de inhoudsopgave.

Word Cursus Deel55 Klick hier voor open

Index

Index toevoegen

De index van een document vinden we meestal achteraan.

Om een index te maken moeten we eerst de woorden selecteren die we willen opnemen in onze index.

Dus selecteer je eerst een woord in je document, dat je wil opnemen in je index, en klik daarna de knop "Item markeren" onder het tabblad "Verwijzingen" in het lint.

Dit opent het dialoogvenster "Indexvermelding markeren":

2

In het bovenste invulvak staat ons woord reeds ingegeven.

 

Klik de knop "Alles markeren".

 Dit zal alle woorden "Officeknop" opnemen in onze index.

Automatisch worden alle opmaakmarkeringen in ons document weergegeven.

 

 

Niet panikeren, dat is normaal.               

Dit herhaal je voor elk woord dat je wil opnemen in de index.

Plaats de cursor helemaal onderaan je document, op de plaats waar je de index wil invoegen.

En klik de knop "Index invoegen" in het tabblad "Verwijzingen" in het lint.

4

Dit opent het dialoogvenster "Index":

 Ook hier vinden we een aantal opties voor de opmaak van onze index.

 Ik ga deze niet allemaal overlopen, want ik denk dat deze wel duidelijk zijn.

5

 6

Klik de knop OK wanneer je klaar bent.

Word Cursus Deel56 Klick hier voor open

Citaten en bibliografie (1)   

Stijl bibliografie instellen

Voor diegenen die regelmatig bronnen moet citeren in hun documenten, heeft Microsoft de functie "Citaten en Bibliografie" toegevoegd aan Word.

Voor we citaten toevoegen aan ons document, moeten we de bibliografiestijl instellen.

Om een stijl te kiezen klik je het naar beneden wijzend pijltje naast het vak "Stijl", in het tabblad "Verwijzingen" in het lint.

1

Dit opent een drop-downmenu met verschillende stijlen, klik de stijl die je wenst.

 In dit voorbeeld kies ik voor de stijl APA.

Mochten er reeds citaten zijn ingevoegd in je document, wordt automatisch de opmaak hiervan aangepast aan de geselecteerde stijl.

Een nieuwe bron toevoegen.

Om een nieuwe bron, en tegelijkertijd een citaat in te voegen in je document, selecteer je eerst de plaats in je document waar het citaat moet komen.

 Klik daarna de knop "Citaat invoegen" onder het tabblad "Verwijzingen" in het lint, en kies je "Nieuwe bron toevoegen" uit het drop-downlijst.

2

Dit opent het dialoogvenster "Bron maken".

3

In het bovenste vak kies je het type van je bron.

 Klik het naar beneden wijzend pijltje om de verschillende types te bekijken.

Afhankelijk van wat je hier hebt gekozen, worden de overige invulvelden aangepast.

Klik het vakje "Alle bibliografievelden weergeven" wanneer je meer informatie wil ingeven.

Wanneer de velden zijn ingevuld, klik je de knop OK in het dialoogvenster.

Dit voegt het citaat toe aan ons document, en voegt deze toe aan de galerij, dit laatste zie je wanneer je nogmaals de knop "Citaten invoegen" klikt.

 5

Bestaande bron gebruiken

Het zal wel eens voorvallen dat je een bron meermaals moet gebruiken in een document.

Om dit te doen, plaats je eerst je cursor op de plaats in je document, waar je het citaat wil invoegen.

 Klik de knop "Citaten invoegen" onder het tabblad "Verwijzingen" in het lint.

 Een lijst met de verschillende reeds gemaakte bronnen wordt getoond boven de drie knoppen in het drop-downlijst

 Klik de bronvermelding die je wil invoegen in je document.

Bronbeheer

De bronnen die we hebben gemaakt in ons document worden toegevoegd aan de lijst "Bronbeheer".

Deze lijst beheert niet alleen de bronnen die we zojuist hebben aangemaakt, maar ook bronnen die we eerder hadden aangemaakt in vorige documenten.

Om deze lijst te openen, klik je de knop "Bronnen beheren", onder het tabblad "Verwijzingen" in het lint.

Dit opent het dialoogvenster "Bronbeheer":

6

In het venster aan de linkerzijde vinden we alle beschikbare bronnen.

In het venster aan de rechterzijde vinden we de gebruikte bronnen in het document.

Merk op dat in het rechtse vak, de gebruikte bronnen word gemarkeerd met een vinkje, en een tijdelijke aanduiding (waarover later meer) met een vraagteken.

In het dialoogvenster "Bronbeheer" kunnen we nog zoeken naar bepaalde bronnen op Auteur, jaar, etc., dit is handig wanneer je lijst lang wordt.

 Typ hiervoor de tekst in het vak "Zoeken", en de lijst in het rechtse vak zal zich onmiddellijk aanpassen.

En we hebben nog de knoppen "Kopiëren", "Verwijderen", "Bewerken", en "Nieuw".

Om een bron te kopiëren van de "Hoofdlijst" naar de "Huidige lijst", selecteer je deze in de rechtse kolom, en klik je de knop "Kopiëren".

De overige knoppen en het invoegen van een "Tijdelijke aanduiding" worden besproken in de volgende les.

Word Cursus Deel57 Klick hier voor open

Citaten en bibliografie (2)   

Tijdelijke aanduiding

We gebruiken een tijdelijke aanduiding voor een bronvermelding, wanneer we pas later de volledige broninformatie willen ingeven.

Dit laat ons toe om verder te typen, zonder dat we eerst alle stappen moeten doornemen om een bronvermelding toe te voegen.

Selecteer eerst de plaats in je document waar je de tijdelijke aanduiding wil invoegen.

 Klik op de knop "Bronvermelding invoegen" onder het tabblad "Verwijzingen" in het lint, en kies "Nieuwe tijdelijke aanduiding toevoegen" uit het drop-downlijst.

Dit opent een dialoogvenster waarin we een, liefst toepasselijke, naam voor onze tijdelijke aanduiding moeten ingeven.

Klik de knop OK in het dialoogvenster wanneer je klaar bent.

De tijdelijke aanduiding wordt ingevoegd in je document, en voegt deze ook toe aan de galerij, plus in de lijst Bronbeheer, welke we hebben gezien in de vorige les.

Tijdelijke aanduidingen bewerken

Wanneer we tijdelijke aanduidingen hebben toegevoegd aan ons document, moeten we deze later wel nog invullen.

Klik hiervoor de knop "Bronnen beheren" onder het tabblad "Verwijzingen" in het lint.

Dit opent het dialoogvenster "Bronbeheer".

In de sectie "Huidige lijst" zie je de gebruikte "tijdelijke aanduidingen" in je document.

Selecteer deze, en klik de knop "Bewerken".

Dit opent het dialoogvenster "Bron bewerken".

Dit zijn dezelfde handelingen die je hier kunt invoeren als in de vorige les "Een nieuwe bron toevoegen". Dus dit ga ik niet opnieuw uitleggen.

Klik OK wanneer alle informatie is ingevuld.

Merk op dat in het dialoogvenster "Bronbeheer" het vraagteken is gewijzigd in een vinkje.

Brongegevens wijzigen

Brongegevens kunnen we wijzigen op verschillende manieren.

Eén hiervan is het citaat te selecteren in je document, te klikken op het naar benedenwijzend pijltje dat verschijnt, en te kiezen voor "Bron bewerken" in het drop-downmenu.

Dit opent het dialoogvenster "Bron bewerken".

Geef je wijzigingen in, en klik de knop OK.

Word 20107 zal je waarschuwen dat deze bron reeds bestaat in je document, en of je deze wil bijwerken.

Klik "Ja" wanneer je dit wenst, klik "Neen" wanneer je dit niet wenst, of klik "Annuleren" wanneer je deze wijziging ongedaan wil maken.

Wanneer je hebt gekozen voor de optie "Ja", worden alle citaten die naar deze bron verwijzen, aangepast.

Een tweede manier om brongegevens te wijzigen, is door te klikken op de knop "Bronnen beheren" in het lint.

In het dialoogvenster dat verschijnt selecteer je de bron in het linkse of het rechtse venstertje, en klik je de knop "Bewerken".

Bronnen verwijderen

Om een bron te verwijderen uit onze lijst klik je de knop "Bronnen beheren" in het lint.

 In het dialoogvenster dat verschijnt selecteer je de bron die je wenst te verwijderen uit de lijst aan de linkerkant, en klik de knop "Verwijderen".

 Hou er rekening mee dat wanneer je een bron verwijdert, deze voorgoed is verdwenen.

Bronnen die zijn gebruikt in het document, en dus in het rechter venstertje staan, kunnen niet worden verwijderd.

Bibliografie invoegen

Om een bibliografie in te voegen in je document, klik je de knop "Citaat toevoegen" onder het tabblad "Verwijzingen" in het lint.

Dit opent een drop-downlijst met de vooraf opgemaakte bibliografieën.

Om een bibliografie in te voegen in je document, klik je deze in het drop-downmenu.

Bibliografie verwijderen

Om een bibliografie te verwijderen uit ons document, klik je hierop met de muis om deze te selecteren.

Dit toont ons drie puntjes links van onze bibliografie.

Klik op de puntjes zodat de hele biografie wordt geselecteerd.

Klik de Deletetoets op je toetsenbord.

Dit verwijdert de hele bibliografie uit je document.

Word Cursus Deel58 Klick hier voor open

Opmerkingen

Opmerking toevoegen/verwijderen

Opmerkingen invoegen in een document kan nuttig zijn om onze ideeën, notities, etc. bekend te maken, zonder dat we daarvoor wijzigingen in een document moeten aanbrengen.

Om een opmerking in te voegen in ons document, plaatsen we eerst de cursor in ons document op de plaats waar we deze willen invoegen.

 Kies je het tabblad "Controleren" in het lint, en klik de knop "Nieuwe opmerking".

Dit opent een opmerkinggebied (1) aan de rechterzijde van ons document, met daarin een tekstballonnetje (2) waarin we onze opmerking kunnen typen.

1

Wens je de opmerkingen weer te geven in de tekst en niet in het opmerkinggebied, klik je de knop "Markeringen weergeven" in het lint, kies je "Ballonnen" in het drop-downmenu, en klik je de optie "Alle revisies in de tekst weergeven".

2

 

Beweeg je daarna de muisaanwijzer over de opmerking, dan kun je deze lezen in een kadertje dat 3verschijnt (1).

Om te navigeren tussen verschillende opmerkingen gebruik je de knoppen "Volgende opmerking" en "Vorige opmerking" (2) & (3)

4

                              

 

 

 Om een opmerking te verwijderen selecteer je de opmerking, en klik je de knop "Opmerking verwijderen" (3).

Klik je de knop "Opmerking verwijderen" heb je de keuze tussen de geselecteerde opmerking te verwijderen, of alle opmerkingen te verwijderen.

 

Revisievenster

 

Wanneer je de knop "Volgende opmerking" of "Vorige opmerking" klikt, opent het "Revisievenster" (1) waarin we kunnen navigeren tussen de verschillende opmerkingen, en deze aanpassen.

 Door te klikken op de knop "Revisievenster" in het lint, kunnen we dit venster verticaal plaatsen, wat de standaard positie is, of horizontaal plaatsen in het applicatievenster.

 

Om het revisievenster te sluiten klik je de knop met het kruis-icoontje in de rechterbovenhoek (3).

5

 

Opmerking!

 Het revisievenster wordt enkel getoond wanneer de opmerkingen worden weergegeven in het document, niet wanneer deze enkel worden weergegeven in ballonnetjes in het opmerkinggebied.

 

Opmerkingen bewerken

Wanneer onze opmerking wordt getoond in het revisievenster, of in een ballonnetje, hoeven we enkel de opmerking te klikken in het revisievenster of ballonnetje, om deze te wijzigen.

Wanneer deze echter wordt weergegeven in de tekst, moet je deze rechtsklikken met de muis, en te kiezen voor "Opmerking bewerken" in het drop-downmenu.

Dit opent het revisievenster waarin de opmerking reeds is geselecteerd.

 

Reageren op een opmerking

Wens je te reageren op een opmerking die je bijvoorbeeld hebt gehad van een collega, dan selecteer je de opmerking in je document, en klik je de knop "Nieuwe opmerking".

Dit plaatst jouw opmerking onder de opmerking van je collega.

 Je kunt onmiddellijk je opmerking beginnen typen.

6

Word Cursus Deel59 Klick hier voor open

Wijzigingen   

Wijzigingen bijhouden

Of je nu wijzigingen wil bijhouden aan je eigen document, of wil je wijzigingen bijhouden aan een ander zijn document, je moet de optie "Wijzigingen bijhouden" inschakelen.

 Je vindt deze optie onder het tabblad "Controleren", in het lint.

 De knop "Wijzigingen bijhouden" bestaat uit twee delen, het bovenste deel is een "Wisselknop".

 Wanneer we hierop klikken, zal dit de optie "Wijzigingen bijhouden" aan of uitschakelen.

12

Klikken op het naar beneden wijzend pijltje, onderaan de knop, toont ons een drop-downmenu met drie opties.

De eerste optie, "Wijzigingen bijhouden", zal ook deze optie aan, of uitschakelen.

De tweede optie "Opties voor bijhouden van wijzigingen" bespreek ik later in deze les.

De derde optie opent het dialoogvenster "Opties voor Word" waar je de gebruikersnaam kunt wijzigen.

 Dit is enkel nuttig wanneer je met meerdere collega's op dezelfde computer werkt, en wanneer je de naam van de persoon die de opmerking maakt of wijzigt wil zien staan in deze opmerking.

Wanneer de optie "Wijzigingen bijhouden" is ingeschakeld, zal Word alle wijzigingen die we maken in ons document markeren.

Sommige wijzigingen worden gemarkeerd door één merkteken, anderen dan weer door meerdere.

Zo zal bijvoorbeeld wanneer we de opmaak van tekst wijzigen, een enkel verticale lijn worden geplaatst aan de linkerkant van ons document (A).

En zal bijvoorbeeld wanneer we tekst wijzigen in ons document, de oude tekst worden doorstreept, de nieuwe tekst worden toegevoegd en een verticale lijn worden geplaatst aan de linkerkant van ons document (B).

3

Tekst die wordt toegevoegd zal worden gemarkeerd in een andere kleur.

Tekst die wordt verplaatst krijgt een andere kleur, wordt doorstreept op de plaats waar hij is verwijderd, en een andere kleur gegeven op de plaats waar je hem hebt geplaatst.

En zo heeft elke wijziging zijn eigen markering.

 Elke markering heeft altijd een verticale lijn aan de linkerkant van het document.

Opties voor het bijhouden van wijzigingen

Standaard worden de markeringen voor de wijzigingen in ons document op een bepaalde manier weergegeven. Dit kunnen we wijzigen.

Klik hiervoor op de knop "Wijzigingen bijhouden", en kies de optie "Opties voor bijhouden van wijzigingen".

 

4Dit opent het dialoogvenster "Opties voor bijhouden van wijzigingen".

Dit dialoogvenster is verdeeld in vijf secties.

 De eerste sectie is "Opmaak".

 Deze controleert de opmaak en kleuren van "Invoegingen", "Verwijderingen", en "Wijzigingen".

 Klik het naar beneden wijzend pijltje naast het vak om de opties hiervan te wijzigen.

Wanneer er in het vak "Kleur", "Door auteur" is ingevuld, betekent dat de kleur wijzigt afhankelijk van de auteur die de wijziging heeft doorgevoerd.

 Maken we hierin wijzigingen, zullen deze enkel te zien zijn op je eigen computer, en zal er geen verschil zijn tussen de verschillende auteurs.

De tweede sectie is "Verplaatsingen".

 Deze controleert de opmaak en kleuren van tekst die was verplaatst, van de ene positie naar de andere positie, in ons document.

 Ook deze kunnen we wijzigen door te klikken naar de beneden wijzende pijltjes.

 Wens je geen verplaatsingen van tekst bij te houden in je document, schakel je het vakje voor de tekst "Verplaatsingen bijhouden" uit, door er op te klikken.                

De derde sectie is "Tabellen markeren".

Deze sectie is enkel van nut wanneer we gebruik maken van tabellen in ons document.

 Alle opties die we hier kunnen instellen lijken me wel duidelijk.

De vierde sectie is "Opmaak".

Deze controleert hoe de opmaakwijzigingen worden weergegeven.

De standaardinstelling is hier "Geen".

 Wijzigen we deze, zou dit verwarring kunnen brengen met de eigenlijke opmaak van de tekst.

De vijfde sectie is "Ballonnen".

Deze instellingen hebben betrekking op onze opmerkingen die worden weergegeven in ballonnen.

Ook deze lijken me duidelijk.

Wanneer je de instellingen hebt doorgevoerd, klik je de knop OK.

Word Cursus Deel60 Klick hier voor open

Bladwijzers          

Bladwijzer invoegen

Bladwijzers kunnen we gebruiken in ons document, om een locatie te markeren wanneer we hierop later willen terugkeren, of om te navigeren in ons document.

Bijvoorbeeld

Je moet een grafiek invoegen in een document, maar wil eerst de teksten voor dit document afmaken.

Om dit te doen plaats je eerst de cursor op de plaats in je document, waar je later de grafiek wil invoegen.

Kies het tabblad "Invoegen" in het lint, en klik de knop "Bladwijzer".

Dit opent het dialoogvenster "Bladwijzer".

In het vak bovenaan geef je de bladwijzer een naam, en klik je de knop "Toevoegen".

Dit sluit het dialoogvenster.

Bladwijzer gebruiken

Om de bladwijzer te gebruiken die je reeds hebt aangemaakt, klik je terug de knop "Bladwijzer" in het lint.

Het dialoogvenster "Bladwijzer" verschijnt, met daarin al je gemaakte bladwijzers.

Selecteer de bladwijzer waarnaar je wil navigeren, en klik de knop "Ga naar" in het dialoogvenster.

Een tweede manier om te navigeren naar een bladwijzer, is gebruik te maken van de optie "Ga naar" in het lint.

Deze optie vinden we in het tabblad "Start", onder de knop "Zoeken".

Klik dus de knop "Zoeken", en kies "Ga naar..." in het drop-downmenu.

Dit opent het dialoogvenster "Zoeken en vervangen", waarin het tabblad "Ga naar" is geselecteerd.

1

Kies "Bladwijzer" in het menu aan de linkerkant, en alle bladwijzers die worden gebruikt worden getoond wanneer we klikken op het naar beneden wijzend pijltje, naast het vak "Bladwijzernaam invoeren".

Selecteer de bladwijzer, en klik de knop "Ga naar".

Dit brengt je naar deze bladwijzer in je document.

Het dialoogvenster blijft open, eventueel kun je nog naar een andere bladwijzer navigeren.

Klik de knop "Sluiten" wanneer je het dialoogvenster wil sluiten.

 

Bladwijzers weergeven

Standaard worden bladwijzers niet weergegeven in ons document.

Toch hebben we de mogelijkheid deze te tonen.

Navigeer hiervoor naar de "backstage weergave" van Word

Klik de knop "Opties".

Dit opent het dialoogvenster "Opties voor Word" waar je kiest voor het tabblad "Geavanceerd".

Scroll naar onder en in de sectie "Documentinhoud weergeven", vink je het vakje voor de tekst "Bladwijzers weergeven" aan.

2

Wanneer er tekst was geselecteerd als we de bladwijzer invoegden, zal dit de tekst weergeven tussen vierkante haken in ons document.

 En wanneer er geen tekst was geselecteerd wanneer we de bladwijzer invoegden, zal dit het Romeinse cijfer I weergeven.      

Bladwijzers verwijderen

Om een bladwijzer te verwijderen klik je de knop "Bladwijzer" in het tabblad "Invoegen" van het lint.

In het dialoogvenster dat verschijnt kies je de bladwijzer die je wil verwijderen, en klik je de knop "Verwijderen".

Bladwijzers kunnen enkel één voor één worden verwijderd.

Heb je alle bladwijzers verwijderd die je wenst te verwijderen, klik je de knop "Sluiten" in het dialoogvenster.

Word Cursus Deel61 Klick hier voor open

Hyperlinks     

Hyperlink maken

Een hyperlink hoeft niet altijd naar een pagina op het Internet te zijn, dit kan evengoed naar een andere pagina in hetzelfde document, of een ander document, zelfs een ander bestand in een andere applicatie zijn.

De meest voorkomende hyperlink is diegene waarbij je een internetadres intypt.

Automatisch zal Word hiervan een hyperlink maken, van zodra je de spatiebalk of de Entertoets klikt op je toetsenbord.

Om deze Hyperlink te volgen moet je steeds de Ctrl-toets op je toetsenbord indrukken. Wen je dit liever niet te doen, navigeer dan naar de backstage weergave en kies "Opties".       

Vink het vakje voor de tekst CTRL + klikken om de hyperlink volgen" uit. Deze vindt je onder het tabblad "Geavanceerd".

Hyperlinks maken van tekst

Om een hyperlink te maken van tekst, selecteer je de tekst, en klik je de knop "Hyperlink" onder het tabblad "Invoegen" in het lint.

In het dialoogvenster dat verschijnt, wordt in het bovenste vak (1) reeds de tekst weergegeven die je had geselecteerd.

1

Aan de linkerzijde hebben we de verschillende te "Koppelen aan" opties.

Standaard is hier de eerste optie geselecteerd.

Afhankelijk van wat je hier kiest, zal het middelste deel van het dialoogvenster wijzigen.

Aangezien in de bovenstaande afbeelding "Bestaand bestand of webpagina" is geselecteerd, kunnen we de laatst bekeken webpagina's zien wanneer we deze knop klikken.

Dit geeft ons de optie om een adres te kiezen tussen de laatst bekeken pagina's op het Internet.

Of we kunnen een internetadres invoegen in het vak "Adres:" (2).

Wanneer je klikt op de knop "Scherminfo", kan je informatie ingeven die wordt getoond wanneer je met de muisaanwijzer over je link beweegt in je document.

Heb je de Hyperlink ingegeven, klik je de knop OK.

De tekstkleur in je document is nu gewijzigd, en is onderlijnt.

 

Hyperlinks maken naar andere bestanden

We hebben ook de mogelijkheid een hyperlink te maken naar een ander bestand op je computer.

Selecteer hiervoor eerst de tekst in je document, en klik daarna de knop "Hyperlink" in het lint.

Dit toont ons terug het dialoogvenster "Hyperlink invoegen".

Aan de linker zijde is de optie "Bestaand bestand of webpagina" geselecteerd wat goed is.

Naast het vak "Zoeken in:" klik je het naar beneden wijzend pijltje, en navigeer je naar het bestand dat je wil linken.

2

Selecteer het bestand uit de lijst.

Ook voor deze link kan je, indien je dit wenst, "Scherminfo" ingeven.

Klik OK wanneer je klaar bent.

Hyperlink verwijderen

Om een Hyperlink te verwijderen, selecteren we eerst de tekst die de Hyperlink bevat.

En klik daarna de knop "Hyperlink" in het lint.

Dit toont ons terug het dialoogvenster "Hyperlink invoegen".

Klik op de knop "Koppeling verwijderen".

Een tweede manier, en misschien wel de snelste, is de hyperlink in je document te rechtsklikken met de muis, en te kiezen voor "Hyperlink verwijderen" in het drop-downmenu.

Word Cursus Deel62 Klick hier voor open

Objecten Linken

Link leggen naar object

In Word kunnen we gegevens uit een ander programma (bijvoorbeeld Excel, of PowerPoint) invoegen door deze te koppelen of in te sluiten.

Die gegevens noemen we een object.

We gebruiken een gekoppeld bestand als de gegevens automatisch moeten worden bijgewerkt, wanneer we wijzigingen maken in het gekoppelde bestand, of wanneer we rekening moeten houden met de grootte van het doelbestand.

In tegenstelling tot een gekoppeld object wordt een ingesloten object een onderdeel van het doelbestand. Omdat een ingesloten object geen koppelingen naar het bronbestand heeft, zal het ook niet worden bijgewerkt als je de gegevens wijzigt.

In dit voorbeeld ga ik een bestand uit Excel invoegen.

 Dus voor alle duidelijkheid, het Word-bestand is het doelbestand, en het Excel-bestand is het bronbestand.

Plaats eerst de cursor in je document op de plaats waar je het object wil invoegen.

Klik de knop "Object" onder het tabblad "Invoegen" in het lint.

En klik de optie "Object" in het drop-downmenu.

1

Dit opent het dialoogvenster "Object".

 Ik wil een reeds bestaand Excelbestand invoegen, dus klik ik op het tabblad "Bestand gebruiken" (1).

 En klik de knop "Bladeren" (2), om te navigeren naar het bestand dat ik wil invoegen.

Ik selecteer het bestand, en klik de knop "Invoegen".

Het bestand en de plaats waar het staat op mijn computer, worden nu ingevuld in het vak "Bestandsnaam:" (3).

 Vervolgens moet ik beslissen of ik het bestand wil koppelen of invoegen.

 Vink je het vakje aan voor "Koppelen aan bestand" (4) wordt het Excelbestand aan ons Worddocument gekoppeld, vink je dit vakje niet aan, dan word het Excelbestand ingevoegd in ons Worddocument.

Wanneer we het tweede vakje (Als pictogram weergeven) aanvinken, wordt er enkel een pictogram getoond in ons document, dat wanneer we hierop dubbelklikken, we het bestand opent in de applicatie. Maar dit is meer iets van de vorige les "Hyperlinks maken naar andere bestanden".

In dit voorbeeld ga ik dus voor de optie "Koppelen aan bestand".

 En klik de knop OK (5).

 Dit voert het bestand volledig in ons Worddocument in.

2

 

Wens je slechts een deel van een Excelbestand in te voegen, ga je als volgt te werk.

Open het Excelbestand.

In het Excelbestand selecteer je het deel dat je wil koppelen met het Worddocument.

Klik de knop "Kopiëren".

Ga naar het Worddocument.

En klik het naar benedenwijzend pijltje onder de knop "Plakken" in het lint.

Uit het drop-downmenu kies je de optie "Plakken speciaal".

Dit opent het dialoogvenster "Plakken speciaal":

3

Kies "Microsoft Office Excel-werkblad-object", en klik OK

Dit voert enkel de gegevens in, uit het Excel document, die ik heb geselecteerd.

Wanneer de gegevens wijzigen in de Excelwerkmap, worden deze automatisch aangepast in het Worddocument.

Word Cursus Deel62 Klick hier voor open

Macro's

Macro maken

Een macro is een aantal geautomatiseerde handelingen, die één of meerdere taken uitvoeren, door simpelweg op een knop te duwen.

Een Macro neemt de handelingen die je uitvoert op je toetsenbord op, en slaat deze op als een Visual Basic Module.

Wanneer we later al deze handelingen willen herhalen, hebben we slechts op een knop te drukken.

Een voorbeeld, stel je moet op elke pagina van je document, de naam, het adres, en het fax- en telefoonnummer ingeven.

Het zou niet erg handig zijn om dit voor elke pagina te herhalen, dus typen we deze gegevens éénmaal, maar nemen dit op als macro.

1 

Om een macro te maken, kies je het tabblad "Beeld' in het lint klik je de knop "Macro", en klik je "Macro opnemen" in het drop-downmenu.

Dit opent het dialoogvenster "Macro opnemen".

In het bovenste vak geven we onze macro een toepasselijke naam, bijvoorbeeld "NaamAdres".

 De naam van een macro mag geen spaties bevatten, anders zal hij niet werken.

 In het vak "Beschrijving" kan je eventueel een omschrijving intypen.

 

In het volgende deel van het dialoogvenster moeten we beslissen hoe we later de Macro willen uitvoeren.

 Willen we een macro toewijzen aan een knop in de werkbalk "Snelle toegang", dan klik je "Knop", wil je een macro laten uitvoeren door een toets op je toetsenbord dan klik je "Toetsenbord". 

In dit voorbeeld kies ik "Knop".

Dit opent het dialoogvenster "Opties voor Word", waarin het tabblad "Werkbalk Snelle Toegang" is geselecteerd.

 Ik selecteer de knop in het linkse venster, en klik de knop "Toevoegen >>" in het midden van het dialoogvenster.

 Eventueel kan je het icoon en de naam van de knop nog aanpassen, door te klikken op de knop "Wijzigen" in het dialoogvenster.

2

3Dit opent een tweede dialoogvenster, waarin we een ander symbool voor onze knop kunnen kiezen, en een andere weergavenaam kunnen ingeven.

 Klik OK wanneer je klaar bent.

En klik nogmaals op OK om het dialoogvenster "Opties voor Word" te sluiten.

Onze muisaanwijzer is nu gewijzigd in een pijltje met een cassette recordertje.

4

Elke handeling die we nu uitvoeren, wordt opgenomen in onze macro.

Wanneer je klaar bent met het opnemen van de macro, klik je terug op de knop "Macro" in het lint, en kies je "Opname stoppen" in het drop-downmenu.

5

Macro uitvoeren

De knop met de macro die we zojuist hebben gemaakt, is nu toegevoegd aan onze werkbalk "Snelle toegang".

 

Telkens wanneer we deze klikken, zal deze macro worden uitgevoerd.

 6

Macro wijzigen

Voor diegenen onder ons die een beetje afweten van Visual Basic, kunnen de macro wijzigen.

 Voor diegenen onder ons voor wie dit allemaal nieuw is, kunnen beter de macro verwijderen, en hun macro opnieuw maken.

Om een macro te wijzigen, klik je terug de knop "Macro" in het lint, en kiezen "Macro's weergeven".

 Dit opent het dialoogvenster "Macro's".

 Het dialoogvenster dat verschijnt toont ons alle macro's die we reeds hadden gemaakt.

 Om een macro te verwijderen selecteer je deze in het linkse venster, en klik je de knop "Verwijderen".

 Diegenen die een macro willen wijzigen selecteren de macro, en klikken de knop "Bewerken".

 Dit opent het programma "Microsoft Visual Basic for Applications", VBA in het kort:

7

 

Is het nu enkel je email-adres dat is gewijzigd, dan kan je dit wel aanpassen.

 Voor de iets gevorderden onder ons, je hebt twee lijnen in de code:

 Application.Resize Width:=566, Height:=483

 Application.Move Left:=391, Top:=56

 Wat deze doen zou duidelijk moeten zijn, dus deze kun je verwijderen.

 Of toch niet? Wie zal het me zeggen.

Maar nogmaals, ken je niks van VBA, dan blijf je hier beter af.

Sluit het "Microsoft Visual Basic" venster door op het rode kruisje te klikken, bovenaan rechts in het venster.

Wanneer ik wat tijd heb en wanneer er vraag naar is, zal ik wel eens een begincursus VBA schrijven.

Word Cursus Deel64 Klick hier voor open

Afdrukken      

Afdrukvoorbeeld

Het eerste wat je doet voor je een bestand afdrukt, is hiervan een afdrukvoorbeeld bekijken.

 Klik hiervoor de knop "Afdrukvoorbeeld" in de werkbalk "Snelle toegang", of indien jij deze niet hebt toegevoegd aan deze werkbalk, klik je de knop "Bestand", en kies je "Afdrukken".

1

In beide gevallen opent deze het dialoogvenster "Afdrukken".

En, eindelijk zou ik zeggen, hebben ze er aan gedacht een afdrukvoorbeeld (a) toe te voegen in het dialoogvenster "Afdrukken". Met de pijltjes onderaan het afdrukvoorbeeld (b) kan je navigeren tussen de verschillende bladen in het document.

 Ben je niet tevreden, klik je een van de tabbladen in het lint. Dit brengt je terug in het document waar je de wijzigingen kunt uitvoeren.

2

 

Opties "Afdrukken"

Het gedeelte "Opties is verdeeld in drie secties.

 Je hebt de sectie "Afdrukken" (c), waar me beide opties duidelijk lijken.

 Je hebt de sectie "Printer" (d), waar je de keuze maakt uit de printer waarmee je wilt afdrukken.

 En je hebt de sectie "Instellingen" (e) waarvan ik de opties eens zal overlopen.

 Klikken op het naar benedenwijzend pijltje naast de eerste optie (1), geeft ons een drop-downlijstje waar we de keuze kunnen maken tussen "Alle pagina's afdrukken", "Selectie afdrukken", "Huidige pagina's afdrukken", en "Aangepast bereik afdrukken".

 De eerste zal alle pagina's afdrukken. Logisch!!

 De tweede zal enkel het geselecteerde gebied in een pagina afdrukken

De derde zal enkel de huidige pagina afdrukken. Dat is de pagina in het voorbeeldvenster.

En de vierde zal enkel de ingestelde pagina's afdrukken. Kies je deze optie moet je daarna nog de af te drukken pagina's ingeven.

Met de tweede optie kunnen we de pagina's enkelzijdig of dubbelzijdig afdrukken. Kies je voor dubbelzijdig dan zal je steeds na het afdrukken van een pagina nieuw papier moeten plaatsen.

Met de derde optie (3) bepalen we de afdrukvolgorde van de pagina's. Dus heb je het aantal afdrukken ingesteld op twee of meer, bepaal je hier de volgorde van afdruk. Eerst alle eerste pagina's, dan alle tweede pagina's enzoverder, of eerst pagina een, dan pagina twee enzoverder.

In de vierde optie (4) bepaal je de afdrukstand, staand of liggend. Ook dit moet ik in dit voorbeeld wijzigen naar liggend, anders past niet alles op een blad.

In de vijfde optie (5) bepaal je de papiergrootte. A4 lijkt me een goede keuze.

In de zesde optie (6) kun je de marges van de afdruk instellen en de gegevens in de pagina centreren.

En met de zevende optie (7) kun je ingeven hoeveel pagina's je op een vel wil afdrukken.

 De verschillende mogelijkheden hier lijken me ook duidelijk.

Heb je alles naar wens ingesteld, dan zie je het resultaat in het afdrukvoorbeeld:

Klik de knop "Afdrukken" (8) wanneer je tevreden bent met de instellingen.

Einde Cursus Word 2010